Staatssecretaris vindt huidige kunstsubsidies 'te star'; Nuis: soepeler subsidiesysteem

DEN HAAG, 5 SEPT. Staatssecretaris Nuis (hoger onderwijs en cultuur) wil af van het systeem waarbij kunstinstellingen van de rijksoverheid steeds voor een periode van vier jaar duidelijkheid krijgen over hun subsidie. Hij gooide deze nieuwe knuppel in het hoenderhok nadat de kunstwereld afgelopen week te horen kreeg dat er bezuinigingen te verwachten zijn.

Nuis deed zijn uitspraken gisteren in Den Haag op een discussiebijeenkomst van De Batterij, de Haagse equivalent van De Balie in Amsterdam. Het huidige subsidiesysteem (het Kunstenplan) vindt hij te star en maakt het onmogelijk om op 'onverwachte gebeurtenissen' in te springen, zoals het onverwachte succes van de Nederlandse literatuur op de Frankfurter Buchmesse vorig jaar. Het duurde toen vele maanden voordat enkele overheidsmiljoenen bijeen waren geschraapt om een volwassen Nederlandse deelname aan 's werelds grootste boekenbeurs met Nederland als themaland, mogelijk te maken.

A. Nicolaï, algemeen secretaris van de Raad voor de Kunst, wees Nuis erop dat de onzekerheid voor gezelschappen te groot wordt als de vierjarige subsidiëring op de helling wordt gezet. ,Een beetje onzekerheid is goed voor de mens”, repliceerde Nuis. Nicolaï: “Het is redelijk rampzalig dat de deur op een kier wordt gezet. Op deze manier krijg je vier jaar ellende. Elk jaar opnieuw komt er een wedren om dat geld binnen te halen. De deur is open of dicht, en als hij op een kiertje staat, is hij ook open.” Een vertegenwoordiger van het Nationale Toneel wees de staatssecretaris er op dat het wat de financiële perspectieven betreft “met de dag onzekerder wordt” en voegde er een waarschuwing aan toe: “Je moet oppassen dat de boel niet uit elkaar spat”.

Protest tegen de bezuinigingen die de kunstwereld boven het hoofd hangen, was er gisteren niet in het debat over het thema 'Bij paars komt de cultuur onder vuur'. Emoties en spandoeken ontbraken. Nuis legde geduldig uit dat er tegenover de voorgenomen bezuinigingen van 78 miljoen gulden een aantal extra investeringen in de kunst staan: vijftien miljoen gulden in 1995 en een nog onbekend bedrag uit een pot van 400 miljoen die de komende jaren over verschillende sectoren, waaronder cultuur, wordt verdeeld. Dat de kunst er aan het eind van deze kabinetsperiode niet met een negatief saldo zal uitspringen, beschouwt Nuis als een overwinning. “We moeten nu vechten voor de plus.” Hij kan daarbij steun verwachten van de drie regeringspartijen in de Tweede Kamer.

Van Nieuwenhoven (PvdA), Essers (VVD) en Van 't Riet (D66) schaarden zich gisteren al aan de zijde van Nuis door de voorgenomen bezuinigingen onder vuur te nemen. “Het is onuitvoerbaar”, aldus Essers. “Hoeveel er bij moet komen weet ik niet, maar deze bezuiniging moet van tafel.”

In het debatje werd Nuis vergeleken met de voormalige minister van cultuur in Frankrijk, Jack Lang. Of er, net als van deze socialist die in de jaren tachtig hoogtij vierde, grootse dingen van Nuis te verwachten waren, vroeg een van de aanwezigen zich af. Maar Nuis heeft naar eigen zeggen niet de ambitie om een Nederlandse Jack Lang te worden.

Volgens Nicolaï beschikt Nuis over minder geld en invloed dan de legendarische Fransman destijds, “maar verder zou de vergelijking kunnen opgaan”. Nuis stelde zich bescheiden op: “Nederland zit niet zo in elkaar dat ik kan bepalen wat er met de cultuur gebeurt.” Wel zal hij zich de komende jaren vooral op de jonge generatie kunstenaars richten. Niet zozeer op wat hij de schuimkraag van de kunst noemde, maar wat daaronder zit, “de laatste woudlopers in onze samenleving”.

Twee weken is Nuis nu staatssecretaris, “maar het lijkt wel twee jaar”, zegt hij naar aanleiding van de commotie over de bezuinigingen en de daarop volgende toezegging van minister-president Kok in de regeringsverklaring dat de kunst deze kabinetsperiode niet 'in de min' zal komen te zitten. “Het is goed om meteen het diepe in te gaan en nog mooier om er weer uit te zwemmen.”

Op de vraag hoe de Nederlandse cultuur er over vier jaar idealiter uit zal zien, zei Nuis: “Ik hoop dat we in die vier jaar niet worden opgeschrikt door het instorten van een kerktoren uit 1200, of van belangrijke gebouwen uit het begin van deze eeuw.” Daarmee verwees Nuis naar het regeerakkoord, waarin uitsluitend de monumentenzorg en de jonge kunstenaars worden genoemd als categorieën die in de cultuur extra aandacht verdienen. Nuis deed zijn reputatie van een bevlogen, inspirerende politicus eer aan door de hoop uit te spreken “dat Nederland er over vier jaar uitziet zoals we nu nog niet kunnen bevroeden. Er komt een vitaliteit zoals we die nu nog niet kennen. Dat geloof ik echt”.