Pourier pakt vervuiling op St Eustatius aan

DEN HAAG, 5 SEPT. Minister-president M. Pourier van de Nederlandse Antillen wil snel de ernstige milieuproblemen die de oliemaatschappij Statia Terminals veroorzaakt op het Bovenwindse eiland Sint Eustatius aanpakken.

Pourier wijt “de scheefgegroeide situatie” op Sint Eustatius aan de “desintegratie” van de vijf Antillen die de afgelopen jaren is opgetreden, doordat voorgaande kabinetten zich niet meer inspanden voor behoud van de eenheid van het land, zo zei hij in een gesprek met deze krant. Belangrijkste beleidspunt van het kabinet-Pourier, dat sinds begin dit jaar het regeringskantoor Fort Amsterdam in Willemstad bevolkt, is juist herstel en versteviging van de Antilliaanse eenheid.

De milieu-organisatie Greenpeace constateert in een deze week gepubliceerd onderzoeksrapport dat de Amerikaanse oliemaatschappij Statia Terminals die op Sint Eustatius olie overslaat en verhandelt, “zonder schroom het hele eiland vervuilt”, geen rekening houdt met de lokale bevolking en “door intimidatie van het eilandbestuur een gunstige belas tingregeling heeft afgedwongen”. Bovendien zou de maatschappij “enorme risico's” nemen “door de veiligheid op de terminal (olielaadstation) volledig aan haar laars te lappen”. Volgens Greenpeace zou de maatschappij “een grote milieuramp” op en rondom het eiland veroorzaken omdat ze een pijpleiding in zee wil aanleggen met een lange terminal, waardoor in de nabije toekomst mammoettankers met een laadcapaciteit tot 520.000 ton ter plaatse kunnen lossen. Een breuk of ongeluk met de leiding kan het eco-systeem en de koraalriffen van het nabijgelegen Saba vernietigen, aldus het rapport.

Die laatste conclusies acht minister-president Pourier overdreven, maar hij erkent dat er in de “begeleiding door het eilandbestuur” van Sint Eustatius “van dit soort grote investeringen nogal wat manco's zijn opgetreden”. “De afzonderlijke eilanden zijn de afgelopen jaren vrij autonoom geworden en de steun van de landsregering was niet voldoende om dit soort ongewenste effecten te voorkomen”. Maar al vóór Greenpeace met haar rapport kwam, zegt de premier, heeft het nieuwe kabinet een commissie ingesteld die snel moet adviseren hoe de “scheefgegroeide situatie” op Sint Eustatius moet worden rechtgezet.

Dat Statia Terminals slechts een jaarlijkse vergoeding van 500.000 gulden aan het eilandbestuur betaalt, acht Pourier onaanvaardbaar. “Dat kàn gewoon niet, want Sint Eustatius zit met hoge kosten opgescheept”. Hij is het eens met Greenpeace dat er uiterst voorzichtig met het milieu in de hele Caraïbische regio, dat kwestsbaar is door het drukke scheepvaartverkeer, moet worden omgesprongen. Maar dat het de Antillen zou ontbreken aan een degelijke milieuwetgeving, zoals Greenpeace rapporteert, bestrijdt hij stellig. “De Antillen en andere landen in onze regio hebben enorm veel aan het milieu gedaan. Het gaat nu om de naleving van de regels, en die verschilt nogal per eiland. Daar moeten we zeker een veel duidelijker lijn in trekken. Maar ik ben er vast van overtuigd dat we de tekorten met de nodige technische assistentie van de landsregering onder controle kunnen krijgen.” Pourier voelt niets voor de aanbeveling van Greenpeace om Nederlandse milieu-inspecteurs op Sint Maarten toezicht te laten uitoefenen. Hij wil geen bedilzucht van Nederland. “De Antillen moeten zoveel mogelijk hun eigen problemen oplossen.”