Oorlog blijft de Belgen verdelen

'Naast de Belgische en Franse vlaggen werd de Canadese gehesen, die met het groene esdoornblad, en toen zij er hing juichte het volk van Walle, want weer was de gevel van het stedehuus, scepenhuus uit Brabantse hardsteen met de versierde nissen in Valencynschen steen, als tabernakels waar ooit geschilderde en vergulde heiligen in stonden, versierd zoals het hoorde'.

Uit: Het Verdriet van België (Hugo Claus).

BRUSSEL, 5 SEPT. Militaire parade's, defilés van oud-strijders en verzetsmensen, kransleggingen en bloemenhuldes, kerkdiensten, optochten van oude legervoertuigen, taptoe's, gebeier van klokken in het hele land, estafette-lopen en vuurwerk - België heeft afgelopen weekend op grootse wijze de herdenking van de bevrijding van vijftig jaar geleden ingezet. Maar tegelijkertijd zijn in de beschouwingen in de Belgische media nog steeds de breuklijnen terug te vinden die tijdens en vooral in de jaren na de oorlog werden getrokken tussen Vlaanderen en Wallonië. De Franstalige dagbladen besteden uitbundig aandacht aan de festiviteiten rondom de bevrijding, terwijl in veel Vlaamse kranten niet alleen de geallieerde overwinning wordt herdacht maar ook de slepende en uiterst gevoelige discussie over amnestie voor Vlaamse collaborateurs wordt opgerakeld. Is het vijftig jaar na de bevrijding geen tijd tweeduizend nog levende Vlaamse collaborateurs hun burgerrechten terug te geven? Aan Waalse zijde wordt die vraag ook nu nog altijd met een hardgrondig 'non' beantwoord.

Op 2 september 1944 trokken de eerste Britse en Amerikaanse troepen vanuit het zuiden bij Rongy en bij Forge-Philippe het land binnen en een dag later was Brussel al bevrijd, negen dagen na Parijs. West-Vlaanderen moest nog een paar dagen wachten op zijn Canadese en Poolse bevrijders, maar Antwerpen werd al op 4 september door de Britten bevrijd, Charleroi en Namen op 5 september door de Amerikanen, en Luik op 8 september. Heel België werd overigens pas voorgoed in januari 1945 bevrijd toen het Duitse Ardennenoffensief werd gebroken.

Zevenenvijftig maanden duurde de Duitse bezetting in het overgrote deel van België, en in 57 verschillende Belgische gemeenten vonden daarom afgelopen zaterdag en zondag officiële herdenkingsplechtigheden plaats. Koning Albert II en koningin Paola waren zaterdagochtend aanwezig op een bijeenkomst op de Grote Markt van Brussel, 's middags in Antwerpen en aan het eind van de middag in Luik. Hun oudste zoon, prins Philippe, bezocht Doornik in gezelschap van de Britse prins Andrew en maakte zijn opwachtig in Knokke, terwijl hun dochter prinses Astrid later op de dag met prins Andrew optrok in het Limburgse Beringen. Daar behoorden ook oud-strijders van de Nederlandse Prinses Irene Brigade tot de genodigden.

Brussel en Antwerpen streden het afgelopen weekeind het hardst om het mooiste feest. Antwerpen beleefde zaterdagavond een militaire taptoe, die ook te volgen was op een enorm scherm dat stond opgesteld op de Groenmarkt, met een optreden van Vera Lynn en met het afsteken van en vuurwerk op De Schelde. In Brussel werden zondagochtend kransen gelegd bij het Graf van de Onbekende Soldaat, defileerden oud-strijders, oud-verzetstrijders en vertegenwoordigers van troepen uit alle geallieerde landen voor het Koninklijk Paleis, en volgde gistermiddag een groot volksfeest in het Warande-park en later in de avond een taptoe op de Grote Markt. Maar het grootste aantal toeschouwers was waarschijnlijk vrijdagavond al bijeengekomen in België: naar schatting 70.000 fans woonden in Werchter een concert van Pink Floyd bij, een festiviteit die niets van doen had met de herinnering aan vijftig jaar geleden.

Veel aandacht gaat in de beschouwingen en in de feestelijkheden vanzelfsprekend uit naar bijdrage aan de geallieerde opmars van Belgische verzetsgroepen en naar de verrichtingen van de zogenoemde Brigade Piron, samengesteld uit Belgen die tijdens de oorlog in het buitenland verbleven. In totaal hebben naar schatting 4.000 Belgen vanuit Groot-Brittannië deelgenomen aan de landing in Normandië. De Brigade Piron - vergelijkbaar met de Nederlandse Prinses Irene Brigade - telde 2.200 soldaten en trok via de Belgische grens bij Rongy op 4 september het feestvierende Brussel binnen.

Maar tegelijkertijd is in België ook stil gestaan bij de slachtoffers, de tegenslagen en teleurstellingen bij de bevrijding. In Anderlecht waren de Belgische premier Dehaene en Israelische oud-president Chaim Herzog gisteren aanwezig bij een plechtigheid ter ere van de Joodse soldaten die sneuvelden. Bij het monument van de Joodse martelaren herinnerde Dehaene aan de ongeveer 24.000 Belgische Joden die de nazi-terreur niet overleefden.

In Antwerpen dachten oud-verzetstrijders ontgoocheld terug aan de twee rustdagen die het geallieerde opperbevel vijftig jaar geleden inlastte voor de vermoeide Britse soldaten. Vanuit Brussel werd in hoog tempo doorgestoten naar Antwerpen, omdat het bezit van de haven van essentieel belang was voor de bevoorrading van de oprukkende troepen. De opmars ging zo snel dat Radio Oranje op 'Dolle Dinsdag' 4 september meldde dat Breda al was bereikt.

Het Antwerpse verzet had de belangrijke brug over het Albert-kanaal op de Duitsers veroverd, maar “de Britten volgden ons niet”, zo vertelde een oud-verzetsman. Het gevolg was dat de Antwerpse haven weliswaar onbeschadigd in geallieerde handen viel, maar dat aanvoer van goederen onmogelijk was omdat de Duitsers de Scheldemond nog in handen hadden. Door de rustpauze konden de Duitsers zich hergroeperen. Pas twee maanden later - na de mislukking van Montgomery's plan om met de 'Slag om Arnhem' de Duitse verdediging te omsingelen - gaven de laatste Duitse soldaten zich op Walcheren over.

Maar het zijn niet alleen deze herinneringen die dezer dagen boven komen drijven. Al tijdens de laatste zogeheten IJzerbedevaart, afgelopen maand, kwam van Vlaamse zijde opnieuw de eis op tafel voor 'amnestie' voor de (Vlaamse) collaborateurs die tussen 1944 en 1947 zijn veroordeeld. Veel Vlamingen menen dat de - vaak onzorgvuldig uitgevoerde - zuiveringen in de jaren na de oorlog vooral waren ingegeven door anti-Vlaamse gezindheid. Ze spreken dan ook over “de na-oorlogse repressie”, waarvan niet alleen 'echte' oorlogsmisdadigers het slachtoffer werden. Meer dan 60.000 Belgen werden na de oorlog veroordeeld wegens collaboratie, van wie er 241 ter dood werden gebracht. Nog steeds zijn in België ongeveer 2.000 mensen verstoken van bepaalde burgerrechten: ze mogen bijvoorbeeld niet stemmen en ze krijgen geen overheidspensioen.

Vijftig jaar 'bevrijding' zou een mooie aanleiding zijn om een gebaar van verzoening te maken, door amnestie te verlenen of door opschoning van straffen. Maar de tegenstellingen zijn nog steeds zo gevoelig, dat zo'n openlijk gebaar niet mogelijk is.

Veel flaminganten beschouwen de 'kleine' Vlaamse collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog als mensen die in hun strijd voor de gerechtvaardigde Vlaamse zaak een misschien politiek ongelukkige of verkeerde, maar wel begrijpelijke keuze hebben gemaakt. Voor de Walen staat collaboratie daarentegen voor verraad aan het vaderland en aan het plegen van oorlogsmisdaden, zoals bijvoorbeeld door de 'tueurs de rex' van de Waalse landverrader Léon Dergelle. Daarom willen de politieke leiders in Wallonië niets weten van toegeeflijkheid op dit vlak. “Nooit amnestie”, kopte bijvoorbeeld De Standaard afgelopen zaterdag nog veelbetekend op haar voorpagina boven een vraaggesprek met de Luikse socialistische minister Maurice Dehousse.