Nuchtere reconstructie van het korte leven van Bob

Wanneer je als scholier de verkeerde kleren draagt en je niet goed kunt verweren kan het slecht met je aflopen. Dat gebeurde afgelopen lente met Bob. “Hij kon de hardheid van de wereld niet aan”, stond er op zijn rouwkaart. Toen zijn moeder ging praten met de ouders van een van de jongens die hem langdurig gejend, vernederd en bedreigd hadden, hing Bob (15) zich op.

Gisteravond werd in VPRO's Lopende Zaken het korte leven van Bob gereconstrueerd.

Op een on-sentimentele, bijna nuchtere manier laat Mirjam Bartelsman het relaas over de middelbare scholier die een krantenwijk heeft en in zijn vrije tijd naar de zeeverkenners gaat zijn beloop nemen. De strak aan elkaar geregen getuigenissen van ouders, medeleerlingen, een docent van school en twee leiders van de zeeverkenners geven deze dramatische geschiedenis een ondertoon van beklemmende onafwendbaarheid. Het moest blijkbaar zo gebeuren. Niemand heeft schuld, iedereen heeft schuld. Bartelsman laat zien dat tranen niet altijd nodig zijn. Ook als er geen heftige emoties aan te pas komen kan het gemoed geschokt worden.

De verhalen gaan aanvankelijk over kleine incidenten. Een doorgeknipte draad van een fietslamp, een tube tandpasta die tijdens het paaskamp van de zeeverkenners naar het hoofd van Bob wordt gegooid, wat duw- en trekwerk en het zo bij het schoolleven horende gejen. Iedereen die aan het woord komt heeft maar een klein partje van de werkelijkheid gezien. Niet iets om je nu onmiddellijk erg druk over te maken, vond de docent van zijn school. En ook de moeder van Bob probeert hem tot vlak voor zijn wanhoopsdaad nog op te beuren met de woorden: “Rottiger wordt het niet.” De vernederende systematiek van het pesten wordt pas echt duidelijk als al deze getuigenissen samenkomen. En daarmee toont Mirjam Bartelsman precies de tragiek: alleen het slachtoffer kent de volle waarheid.

De klasgenoten van Bob brengen nog het scherpst onder woorden wat er aan de hand was. Eén meisje toont mededogen: “Best wel zielig”, zegt ze, om daarna zakelijk vast te stellen “dat hij er gewoon niet bij hoorde”. Een ander meisje schetst in een onthutsende analyse wat er allemaal verkeerd was aan Bob: “Hij zag er niet leuk uit en kon zich niet verweren. Hij had saaie truien aan met strepen, en hij was te dik.” De grootste fout die Bob maakte was misschien wel dat hij geen aansluiting zocht met de populaire kinderen van de klas. Alleen in hun schaduw ben je veilig.

Het is mooi dat de samenwerkende ouderverenigingen met een campagne beginnen om het pesten op school tegen te gaan. Dagelijks worden er volgens deze clubs 380.000 kinderen gepest. Hoe ze aan zo'n cijfer komen is me een raadsel. Zou Bob meegeteld zijn als hij nog leefde? En, wat ik me vooral afvraag: zou hij er wat aan gehad hebben?