Nederlandse zakenman reist graag en vaak

DEN HAAG, 5 SEPT. Nederlandse zakenlieden zijn met bijna zeventien trips per jaar zeer frequente zakenreizigers. Alleen hun Belgische collega's reizen vaker met bijna twintig trips per jaar. Het Europese gemiddelde ligt op 13,5. Dit blijkt uit Europees onderzoek dat in opdracht van Visa International is uitgevoerd door het Engelse onderzoeksbureau Marketing Centre. Het onderzoek had plaats in juni onder 2000 zakenreizigers (onder wie 100 vrouwen) uit tien Europese landen. Het toont aan dat het zakenverkeer in omvang blijft groeien.

Wat betreft de gemiddelde werkdag tijdens het zakenreizen behoort de Nederlander met 11,4 uur, na de Duiters, tot de meest vlijtige van Europa. Tijd om te winkelen of andere leuke dingen te doen heeft de Nederlandse zakenman of -vrouw nauwelijks. De moderne zakenreiziger reist gemiddeld 11 uur naar de bestemming en werkdagen van 14 uur zijn eerder regel dan uitzondering, zo wijst het onderzoek uit.

Ondanks de lange werkdagen en vermoeienissen zijn slechts weinig zakenmensen van plan het aantal reizen te verminderen. De noodzaak persoonlijke contacten te leggen, de kans om in een cultureel andere omgeving te werken en uit de dagelijkse kantoorsleur te zijn blijken voldoende motivatie te zijn voor al het gereis.

Bijna de helft (48 procent) van de Europese zakenreizigers slaagt erin de zakenreis met enkele dagen vakantie te verlengen en bijna eenderde ziet kans de partner mee te nemen. Duitsers en Nederlanders zijn nog het minst geneigd dit te doen.

Het meest gebruikte vervoersmiddel voor het internationale zakenverkeer is het vliegtuig, gevolgd door de auto en de trein. Belgen, Nederlanders en Denen maken het meest gebruik van de trein of eigen vervoer. (ANP)