Na 6 jaar oorlog lijkt vrede nu in zicht op Bougainville

WELLINGTON, 5 SEPT. Met een zaterdag getekende overeenkomst tussen de nieuwe premier van Papua New-Guinea, sir Julius Chan, en rebellenleider Sam Kauonan lijkt een einde te zijn gekomen aan de burgeroorlog op het eiland Bougainville. “Na een tragedie van zes jaar is er nu een pad dat leidt naar een duurzame vrede”, aldus Chan.

Een officiële wapenstilstand moet over een week ingaan en zal volgende maand worden gevolgd door een vredesconferentie die de politieke oplossingen voor het zes jaar oude conflict moet aandragen. Er komt een regionale vredesmacht met soldaten uit Tonga, Fiji en Vanuatu om de strijdende partijen uit elkaar te houden. Dat wordt geen eenvoudige taak gezien de haat die is gezaaid door de schendingen van de mensenrechten, waaraan volgens onafhankelijke bronnen zowel het regeringsleger als de rebellen zich schuldig hebben gemaakt.

De aanleiding voor de oorlog in Bougainville was de milieuschade die de kopermijn Panguna veroorzaakte. Deze grootste kopermijn ter wereld was goed voor eenvijfde deel van de inkomsten van Papua New-Guinea. Het eiland zelf profiteerde slechts in geringe mate van de mijn.

Aanslagen op de mijn door het zogeheten Revolutionaire Leger leidden in 1989 tot de sluiting van de kopermijn. Papua New-Guinea antwoordde met een economische blokkade die tot duizenden slachtoffers onder de burgerbevolking leidde, omdat zelfs eenvoudige medicijnen niet meer te krijgen waren.

De doorbraak in het conflict tekende zich vorige week af met een premierswisseling in Papua New-Guinea. Julius Chan volgde toen Paias Wingti op. Bij zijn ambtsaanvaarding verklaarde Chan dat vrede op Bougainville voor hem de hoogste prioriteit had.