Markten gaan uit van renteverhogingen

ROTTERDAM, 5 SEPT. De Nederlandse obligatiemarkt is in augustus weer onder druk komen te staan. In juli leek de negatieve stemming van het eerste halfjaar te zijn gedraaid en kon de Nederlandse 10-jaars rente weer dalen onder de 7 procent tot een niveau van 6,8 procent. In augustus steeg de lange rente weer met bijna 50 basispunten tot 7,3 procent. Voor een belangrijk deel hangt deze rentestijging samen met de verwachting dat de Europese economieën de recessie definitief achter zich hebben gelaten. De industriële produktie en het bruto binnenlands produkt in Nederland lieten bijvoorbeeld een hoger dan verwachte groei zien van ruim 2%. Het laatste cijfer is echter positief vertekend door het feit dat het eerste halfjaar twee extra werkdagen had.

Vooralsnog waren de economische en monetaire indicatoren voor de Duitse Bundesbank aanleiding haar rentetarieven te bevriezen. De absolute niveaus van de laatste geldgroei- en inflatiecijfers liggen nog steeds boven haar doelstelling, maar lijken de dalende tendens van de afgelopen maanden wel te bevestigen. Tezamen met het vooruitzicht dat de Duitse regering een krap fiscaal en budgetair beleid zal gaan voeren zou dit de centrale bank aanleiding kunnen geven voor een ruimer monetair beleid. Stijgende korte rentes. Uit de geldmarkt daarentegen blijkt dat veel beleggers uitgaan van stijgende korte rentes. Het stijgende verloop van de rentecurve, waarbij de rentevergoeding voor kortere looptijden lager is dan voor langere, geeft aan dat beleggers verwachten dat de rentes zullen gaan oplopen. Voor de laatste maanden van dit jaar prijst de markt een stijging van de Nederlandse korte rente met bijna een half procentpunt in. De ingeprijsde rentestijging voor de andere Europese markten voor de komende maanden is beduidend hoger; in landen als Italië en het Verenigd Koninkrijk gaat de markt uit van een stijging van de korte rente met meer dan een procentpunt voor de rest van dit jaar. De rentestijgingen, die in de markt zijn ingeprijsd voor de komende twaalf maanden, zijn nog veel hoger. Voor Nederland en Duitsland zou de korte rente tussen één en anderhalf procentpunt hoger liggen dan nu, in het VK en Italië zou dat bijna 3 procent bedragen. Eind juli leefde in het Verenigd Koninkrijk de verwachting onder beleggers dat de Bank of England de rente zou verhogen. Toen begin augustus bleek dat de rentes niet werden verhoogd bleef de Britse lange rente liggen. Daarmee was de 'performance' van de Britse obligatiemarkt echter wel duidelijk beter dan die van de Nederlandse markt, die te lijden had onder de stijgende lange rente. Renteverhogingen. Buiten Europa gelden vergelijkbare ingeprijsde rentestijgingen, waaruit men kan opmaken dat beleggers zich ook daar opmaken voor renteverhogingen door centrale banken. In de VS verhoogde de Federal Reserve Board (Fed) halverwege augustus voor de vijfde keer dit jaar haar rente. De verhoging van de 'Federal Funds Rate' van 4,25 naar 4,75 procent is bedoeld om de dreigende oververhitting van de economie en de oplopende inflatie in te perken. De Fed laat zich daarbij niet alleen leiden door economische indicatoren, maar ook door de rentemarkten. Zij kijkt naar de steilheid van de rentecurve, die zij als indicatie gebruikt van de verwachting onder beleggers met betrekking tot de inflatie. Hoe steiler de rentecurve is, des te hoger is de vergoeding die beleggers vragen voor het langdurig ter beschikking stellen van geld; en die vergoeding is een compensatie voor de verwachte geldontwaarding, de inflatie dus. Het lijkt aannemelijk dat een aantal Fed-leden vóór een renteverhoging heeft gestemd, omdat de markt een renteverhoging verwachtte. Die leden gingen ervan uit dat de obligatiemarkt op het uitblijven van een renteverhoging waarschijnlijk zou hebben gereageerd met een stijgende lange rente, wat zou hebben geleid tot een steilere rentecurve. In een eerste reactie op de renteverhoging daalde de lange rente en kon de Amerikaanse 30-jaars Treasury anderhalf procent in koers stijgen. In Australië, Zweden en Italië werd afgelopen maand de rente ook verhoogd. Voor Australië voerde de minister van financiën aan dat deze noodzakelijk is om de inflatie - op termijn - binnen de gewenste marge tussen 2 en 3 procent te houden. Aanvankelijk daalde de lange rente 30 basispunten, daarna liep deze weer iets op. Voor Zweden en Italië hield de verhoging verband met het afgenomen vertrouwen van beleggers in beide markten, wat samenhangt met de politieke onzekerheid en de situatie van de overheidsfinanciën aldaar. In beide landen reageerden de obligatiemarkten zeer negatief op de verhogingen.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco Groep