'Hardlopen is mijn leven. Hoe groter de afstand hoe beter'

WINSCHOTEN, 5 SEPT. Wilhelm Tiling heeft er zin in. De 55-jarige loopfanaat uit het Duitse Herne verheugt zich op de komende beproeving, een onderneming waarvan menigeen alleen al bij het horen van de te overbruggen afstand zal gruwen: honderd kilometer. “Hardlopen is mijn lust en mijn leven. Hoe groter de afstand, hoe beter”, aldus Tiling vlak voor de start van de derde Europese kampioenschappen honderd kilometer, afgelopen zaterdagavond in het Oostgroningse Winschoten.

De honderd kilometer is een wereld van onverschrokken kilometervreters en geharde avonturiers, atleten voor wie de marathon (42.195 meter) maar kinderspel is. Een genadeloze afvalrace, een grimmige slijtageslag waarin de 'diesels' vooral de degens met zichzelf kruisen. “Het ligt in de aard van ieder mens voortdurend te streven naar het verleggen van zijn eigen grenzen. Iedereen is immers nieuwsgierig naar het plafond van zijn eigen kunnen”, zo verduidelijkt teamchef Harrie Arndt van de Duitse 'ultra-lopers' de aantrekkingskracht van de honderd kilometer-discipline. “Bovendien, na tien keer een marathon te hebben gelopen, heb je dat ook wel gezien. Zo reik je steeds verder. Na de honderd kilometer volgt de 24-uursloop, vervolgens de 48-uursloop en ga zo maar door.”

Dat dergelijke krachtsinspanningen hun tol eisen, bewees het wedstrijdverloop van de EK in Winschoten. Kasimierz Bak, vooraf een van de voornaamste kandidaten voor de eindzege, dolf als een van de eersten het onderspit. Na een verbluffende start, waarbij de 38-jarige Duitser vanaf de eerste meters zijn tegenstanders achter zich liet en kilometerslang alleen op kop ging, zag Bak zijn droom - het twee jaar oude en eveneens in Winschoten gelopen wereldrecord van de Belg Jean Paul Praet (6.16.41) - in rook opgaan. Rondom de 37ste kilometer blies de Duitser zichzelf volledig op en moest hij gedesillusioneerd het 10x10km-stratencircuit verlaten, tot ontsteltenis van iedereen.

Ook Baks naaste concurrenten haakten voortijdig af. Een voor een sneuvelden de atleten in de Winschoter nacht. De regerend Europees kampioen, de Moskoviet Konstantin Santalov die begin dit jaar tijdens de Russische kampioenschappen het record van Praet officieus met twintig tellen aanscherpte, stapte rondom kilometer 54 met een enkelblessure uit de race. Kort daarop volgde de Belgische wereldrecordhouder zijn voorbeeld, wellicht Praets laatste daad op het gebied van de ultra-loop. “Alllen als ik de komende winter weer voldoende goesting verzamel, plak ik er nog een jaartje aan vast”, aldus de ex-marathonloper na afloop.

De strijd om de Europese titel werd zaterdag uiteidelijk een Pools onderonsje. Gebroederlijk sprintten Jaroseaw Janicki en Andrzej Magier zij aan zij naar de meet, waar de eerste met een tijd van 6.33.42 de fortuinlijkste bleek. Ruim vier minuten later legde de Fransman Denuis Gack beslag op de derde plaats. Hoewel het vurig verlangde wereldrecord bij de mannen uitbleef, was er toch reden tot tevredenheid.

Naast het parcoursrecord bij de vrouwen van de Russische Valentina Lyokova (7.36.37) zorgde de lokale favoriet, Henk Noor uit het naburige Heiligerlee, voor de grootste feestvreugde door de Nederlandse titel te bemachtigen. Een aardige opsteker voor het ambitieuze Winschoter organisatiecomité, dat volgend jaar de wereldkampioenschappen op touw hoopt te mogen zetten.

En Wilhelm Tiling? Volkomen uitgeput en afgemat, meer dood dan levend, bereikte de Duitse 'diesel' uiteindelijk de streep in manifestatiehal De Klinker. De derde honderd kilometer van zijn leven is een feit.

Honderd kilometer hardlopen is leuk, heel leuk. “Maar”, zoals een van de ruim vierhonderd deelnemers het vooraf treffend verwoordde, “een beetje gek moet je er wel voor zijn.”