Burgemeester weigert man te onderscheiden

DEN BOSCH, 5 SEPT. In Den Bosch is een rel ontstaan rond de invloedrijke projectontwikkelaar en maecenas Jacques Stienstra. Op advies van zijn ambtenaren heeft burgemeester D. Burgers er zaterdag vanaf gezien Stienstra, met wie de gemeente jarenlang overhoop lag wegens een schadeclaim, de versierselen op de spelden van de officiersorde van Oranje Nassau. Hij kreeg ze nu uitgereikt in zijn woonplaats Rosmalen.

Afgelopen zaterdag stond in het Brabants Dagblad een advertentie waarin elf vrienden van het Vierkant Genootschap Stienstra uitdrukkelijk feliciteerden met zijn onderscheiding. Gisteren onstond bij een groep Bosschenaren het plan om bij wijze van “eerherstel” een standbeeld of een plaquette met zijn beeltenis op te richten. Dat moet volgens een van Stienstra's vrienden gezien worden als een “ludieke actie”. Op Stienstra's beeld zullen de versierselen van de koninklijke onderscheiding duidelijk te zien zijn.

Stienstra is onder meer vice-voorzitter van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch en initiatiefnemer van een aantal culturele en maatschappelijke activiteiten waaronder de bestrijding van drugsverslaving bij jongeren. Hij strijdt ook al jaren voor de bouw in Den Bosch van een muziekcentrum.

De ambtenaren meenden dat veel Bosschenaren het eerbetoon aan Stienstra niet zouden begijpen nadat deze van de gemeente een schadevergoeding kreeg van 80 miljoen gulden. Dit omdat Stienstra in het begin van de jaren tachtig door wijziging van de plannen van Den Bosch onvoldoende in staat was een bedrijvenproject te bouwen en daardoor naar zijn eigen zeggen een schade leed van honderden miljoenen guldens. De gemoederen daarover laaiden zo hoog op dat Stienstra vlak voor gemeenteraadsverkiezingen per advertentie in de krant de Bosschenaren opriep niet op die politici te stemmen die hij verantwoordelijk achtte voor de gang van zaken rond het bouwproject.

Enige jaren geleden kwamen de Bossche burgemeester Burgers en Stienstra tijdens het carnaval, in een café overeen de kwestie in der minne te schikken. Daaruit rolde uiteindelijk de schadevergoeding van 80 miljoen gulden.