Beeld Canova blijft in Engeland na gift Thyssen

LONDEN, 5 SEPT. De Drie Gratiën, een neo-classicistische beeldengroep van de Italiaan Antonio Canova (1757-1822) die de Britse, particuliere eigenaren aan het Getty Museum in Malibu hadden verkocht, blijft voor Engeland behouden. De Zwitserse baron Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza (73), na de Britse vorstin de belangrijkste kunstverzamelaar ter wereld, heeft de Britse musea de resterende 800.000 Britse ponden, circa 2,4 miljoen gulden geschonken, zodat nu het toaalbedrag van 7,6 miljoen pond op tafel ligt om export naar Malibu te voorkomen.

Het Getty Museum, opgericht door de in 1976 overleden oliemagnaat Paul Getty I, kocht de beeldengroep in 1979 via een op de Kaaiman-eilanden gevestigde investeerdersgroep voor 7.6 miljoen pond, ruim 20 miljoen gulden. De nazaten van de zesde Hertog van Bedford, die het destijds bij Canova bestelde, wilden de gratiën verkopen om een van Engelands grootste landgoederen, Woburn Abbey in Bedfordshire, te onderhouden. Aangezien het beeld tot de belangrijke stukken van het Britse cultureel erfgoed behoort, hield de Britse regering de export van de beeldengroep tegen om Britse musea de gelegenheid te geven een tegenbod te doen. Daarop ondernamen diezelfde musea, onder leiding van het Londense Victoria & Albert Museum een geldactie die resulteerde in een opbrengst van 5,8 miljoen pond. Vorige maand schonk John Paul Getty II, zoon van de olie-miljardair, een miljoen pond, ongeveer drie miljoen gulden, om het beeld in Groot-Brittannië te houden. Even dreigde hij zijn aanbod in te trekken toen de directeur van de National Gallery of Schotland hem verweet dat gebaar uitsluitend te maken uit wrok tegenover zijn vader.

“Ik vond het idioot dat dat ding voor zo'n luttel bedrag naar Californië moest vertrekken”, aldus Thyssen in The Financial Times van zaterdag; “Het zou een schande zijn voor heel Europa als het in Amerika terechtkwam.” De Britse musea hadden tot 5 november de tijd om het geld in te zamelen.