Alarmnummer voor krakers

Wild en jong Amsterdam staat in het buitenland voor 'drugs' en 'seks'. Tien jaar geleden nog was dat rijtje niet af zonder 'kraken'. In de heftige periode van 1979 tot halverwege de jaren tachtig waren de krakers souverein in delen van de stad. Panden waren stadstaten.

Uit dat eerste uur zijn er niet zoveel kraakbolwerken meer over in Amsterdam. De Grote Wetering, de Lucky Luyck en Wijers werden met veel vertoon van macht ontruimd, wat de beweging alleen maar sterker maakte. De eerste grootscheepse poging tot ontruiming, Vondelstraat 72 in februari 1980, was al een grote mislukking voor de politie. Die mocht blij zijn dat ze de barricades van de straat had kunnen vegen. De krakers bleven waar ze zaten. Later heeft de gemeente het pand aangekocht en aan de krakers verhuurd.

Elke krachtmeting in die jaren was een stap in de wapenwedloop tussen de gepantserde voertuigen van de ME en de beddespiralen van de krakers. Van die enorme ontsporingen van de openbare orde hebben burgemeester en politie geleerd. Met een paar efficiënte ontruimingsgolven werd de lont uit het kruitvat getrokken.

Het 'heftige' ging eraf. Van de zeker honderd veelkleurige gevels die in het begin van de jaren tachtig de stad sierden, zijn er nog enkele tientallen over. Nu staat ook een van de laatste stenen getuigen van de kraak-hoogtijdagen op het punt te worden ontruimd. De bewoners van 'de Zwarte Kat' moeten op 13 september het pand verlaten.

De Zwarte Kat is een verbinding tussen toen en nu, zegt bewoner Alex in de huiskamer van Reguliersgracht 116-118. Daar zijn de vijf overgebleven bewoners zich al een tijdje van bewust. Ze hebben afgesproken het huis in 'authentieke kraakstaat' te laten. En dus blijven de beddespiralen voor de ramen hangen en hangt boven de trap nog altijd het valluik tegen knokploegen en deurwaarders. De huiskamer hangt vol herinneringen aan de goeie ouwe tijd. Posters van voorbije kraakfeesten, vergeten anti-Shell-acties en oude alarmlijsten.

De Zwarte Kat, gekraakt op 30 maart 1981, is een kraakmuseum geworden, waar Ferdinand groepjes alternatieve toeristen rondleidt of eerstejaars studenten. Zondag 11 september willen ze de tentoonstelling 'Kraken in beweging' openen met een straatfeest, een bakfietsrace en een kraak-modeshow. Twee dagen later moeten ze hun pand ontruimd hebben, zo besliste onlangs het Gerechtshof.

Hun tegenstander, de huiseigenaar, is Frans Verlinden. Ook al een verbinding tussen toen en nu. Verlinden was ook de eigenaar van Vondelstraat 72. Dat pand heeft hij wel aan de gemeente verkocht, de Reguliersgracht wilde hij niet kwijt. Nu heeft hij plotseling een huurder gevonden, zijn zoon, en moeten de panden leeg worden opgeleverd door de gemeente. Dat vond tenminste ook het Hof, dat geen huurcontract nodig had om te oordelen dat Verlinden jr. inderdaad op de Reguliersgracht zou komen wonen.

En dus zullen de bewoners van De Zwarte Kat de verfbommen, de gasmaskers en de palestijnensjaals uit de vitrines moeten halen. Een medebewoner zoekt zich al wild naar de alarmnummers op de muur, waarmee vroeger in mum van tijd honderden sympathisanten konden worden opgeroepen. “Al deze nummers zijn zes jaar oud.”

Maar ook met roestige wapens zullen de bewoners zich teweerstellen tegen ontruiming. “Wij wonen hier dertien jaar”, zegt Alex “het is ons huis”.