Zeiltweeling: Jan is de hulpmotor, Ben de kapitein

Nederland waterland is van oudsher een zeilnatie. Maar de prestaties van de nationale zeiltop bleven de laatste jaren achter bij de nautische traditie. Alsof het tij inmiddels is gekeerd, werd Serge Kats afgelopen weekeinde derde op het WK in de Laser-klasse. Nog opvallender was de wereldtitel die de tweelingbroers Jan en Ben Kouwenhoven een paar dagen daarvoor in de 470-klasse behaalden.

Niet bekend

De prestaties waren er naar. Voor de kust van Helsinki was het 28-jarige zeilduo 's werelds sterkste in de 470, een tweemansboot van internationale en olympische allure. Ben: “Het is net een sportauto, je drukt op een knop en je schiet vooruit. Je kunt met deze boot zelfs aan de wind planeren.” In het windstille Finland hadden ze naar eigen zeggen veel baat bij de vele trainingsuren op de Kralingse Plas, die beschut ligt achter een dikke rij bomen. Maar de wereldkampioenen hadden zich vooral voorbereid op het IJsselmeer en het Haringvliet. Het ruime sop vereist andere zeilkwaliteiten dan een Rotterdamse oefenstrook.

Bij de Olympische Spelen van 1992 werden de broers Kouwenhoven al getipt als medaillekandidaat, nadat ze in het pre-olympisch jaar alle concurrenten hadden verslagen. In Barcelona konden ze de favorietenrol niet waarmaken. Jan: “We hadden er destijds alles voor opzij gezet. Een uitzendbaan genomen zodat we altijd vrij konden zeggen: 'de groeten, morgen zijn we zeilen'. Maar we hadden dat hele jaar problemen met onze boot. In Barcelona voeren we met een geleende 470, dat is toch minder vertrouwd. Toen we eenmaal kansloos waren voor het klassement, hebben we de teugels laten vieren.”

Voor een vreemde zijn ze moeilijk uit elkaar te halen. Gelukkig draagt Jan een streepjesoverhemd en Ben een blouse met een bolletjesmotief. Als twee druppels water leerden ze zeilen op het Sneekermeer. Een blonde tweeling in Friesland, onwillekeurig denk je terug aan de gebroeders Klinkhamer die in De Kameleon menig jongenshart veroverden.

In de gelijknamige kinderboekenreeks zat de oudere, extraverte Sietse altijd aan het stuurrad. De jongere, meer introverte Hielke hield het motorbootje in balans. De broers Kouwenhoven lachen minzaam als ze worden vergeleken met de twee belhamels.

Vanaf hun elfde zeilen ze onafgebroken in een 470, vanaf hun twaalfde of dertiende - daarover worden ze het deze avond niet eens - hebben ze bewust een keuze gemaakt. Wie houdt de helmstok vast, wie hangt in de trapeze? De tien minuten oudere Ben heeft nu al meer dan vijftien jaar het heft in handen: “Ik ben iets brutaler, Jan is de hulpmotor van de boot”, zegt hij vol overtuiging. De reden voor deze strikte rolverdeling was heel simpel, vult Jan aan. “Ik was in die tijd ietsje zwaarder dan Bennie. En de lompste moet aan de fok, dat is duidelijk.” Inmiddels wegen ze weer evenveel en hebben ze hetzelfde blonde kapsel, dat omhoog steekt alsof ze altijd tegen de wind in varen.

Na de finish wisselen ze elkaar nog wel eens af, maar dan zit je volgens Jan “op een heel onwennige plaats”. Tijdens de wedstrijd weten ze niet beter dat Ben uiteindelijk de beslissing neemt. “We zijn het voor tachtig procent met elkaar eens, soms moet je elkaar overtuigen. Lukt dat niet, dan moet er toch een de knopen doorhakken. En dat is de kapitein, heel simpel. Dan kun je wel gaan mijmeren, maar dat heeft geen zin. Als je in de haven bent kun je iets uitpraten, eerder niet.” Ben weet dat hun concurrenten onderling veel meer in de clinch liggen. “Wij hebben aan een half woord voldoende. We voelen elkaar niet aan, we vullen elkaar aan.”

Nadat Jan zich verontschuldigd heeft en een andere afspraak nakomt, vertelt Ben over de bijzondere relatie met zijn tweelingbroer. “Je hebt vaak dat je op dezelfde manier gaat zitten, dat je dezelfde houding aanneemt, dat je de zelfde zinnen formuleert. Misschien zeg ik nu wel dezelfde dingen die Jan net heeft gezegd. We zijn elkaars beste vriend. Je vertelt elkaar alles, nou ja: bijna alles.” Hij refereert aan hun liefdesleven, hun vriendinnen die geen moeite hebben met de uit de hand gelopen hobby. “Als je een goede relatie hebt, is het best te combineren.”

Sinds vier jaar wonen ze in het westen, omdat de banen volgens Jan “niet voor het oprapen lagen in Friesland”. Eensgezind studeerden ze aan de HEAO, daarna richtten ze zich op de commerciële arbeidsmarkt. Jan werkt in de marketing, Ben in de graanhandel. Sinds de teleurstellend verlopen Olympische Spelen van '92 hebben ze minder tijd voor het wedstrijdzeilen, maar de prestatiecurve vertoont nog steeds een opgaande lijn.

Over twee jaar moet ze hun sportieve hoogtepunt bereiken in Atlanta. “Tegen die tijd gooien we er gewoon een schepje bovenop”, zegt Ben Kouwenhoven, de helft van een trotse tweeling.