WEG MET DE WEG; Asfalt-verzet doorbreekt sociale barrières in Groot-Brittannië

Een weg aanleggen of verbreden in Groot-Brittannië gaat strijk en zet gepaard met blokkades, oproer en sabotage. Het 'anti-asfalt'-front doorbreekt alle klasse-tegenstellingen; van de milieu-activist naar de middenklasse en de Lady of the Manor. Iedereen lijkt de auto's en de wegen zat te zijn. Maar niet de welvaart. Portret van het Britse asfalt-verzet.

Er waart een spook door het Verenigd Koninkrijk - het spook van het asfalt-activisme. Acties tegen wegen verspreiden zich over het land als de klaprozen in de bermen. M1, M3, M11, M25, M56. A4, A27, A35, A49, A350. Geen uitbreiding van het Engelse wegennet die niet op verzet stuit. Protesten worden almaar breder, steeds massaler, en brengen de Britse regering in verlegenheid.

Want het zijn niet alleen meer groenen en alternatieven, in juten jassen en opgelapte broeken, die te hoop lopen tegen de doorkerving van het landschap. Ze hebben steun gekregen van de brave burgers, in zelfgebreide jumpers en polyester jurken. Ze worden zelfs bijgevallen door de adel: Lord Healy, Lady Bullock, de markiezin van Worcester, de graaf van Wellington. Door schrijvers als Sir Dirk Bogarde, Bel Mooney, Jilly Cooper. Zelfs door behoudzuchtige instellingen als de Council for the Protection of Rural England en de National Trust.

Hun protesten worden almaar driester. Gravinnen werpen zich voor tractoren. Natuurbeschermers ketenen zich vast aan graafmachines. Eco-strijders plaatsen boobytraps. Bij omstreden wegenprojecten wordt al bij voorbaat anderhalf tot drie miljoen gulden voor beveiliging opzij gelegd.

Twyford Down was het begin. Twyford Down wordt door Britse milieu-activisten nog altijd als moeder van alle wegenprotesten geëerd. De laatste grote veldslag is vorige zomer al gestreden, de uitbreiding van de M3 is bijna voltooid, en nóg trekken milieu-activisten naar Twyford Down om de verminkte kalkheuvels te herdenken. “There's bulldozers diggin' down at Twyford Down”, dreunt de funkgroep Galliano als het geblaf van de politiehonden verstomd is. “Maybe it's the time of year. Or maybe the time of men.”

Na Twyford Down volgden nog vele acties: tegen de M11-verbindingsweg in Oost-Londen, tegen een rondweg bij Batheaston, tegen aanpassing van de M65 in de buurt van Preston. Er hebben zich al meer dan 250 plaatselijke actiegroepen verenigd in een overkoepelende organisatie, Alarm UK geheten. “Verbijsterend”, zegt bestuurslid George Wright, “hoe snel de protesten om zich heen hebben gegrepen, hoe het behoud van het landschap tot de verbeelding blijkt te spreken. Alsof voor grote groepen mensen plotseling de grens is bereikt.”

Zusterorganisatie Road Alert! die zich alleen bezig houdt met de coördinatie van harde acties, beschikt over een databank met drieduizend namen van mensen die bij confrontaties met wegenbouwers of politie onmiddellijk oproepbaar zijn. Zij noemen zich 'de eco-strijders'. Zij reizen het hele land door in hun kruistocht tegen wegen. Zij hebben hun rugzak steeds klaar staan voor als er weer ergens een boom dreigt geveld.

Bij acties stuiten ze altijd op oude bekenden. Leden van de 'Donga-stam', die in boomhutten wonen. New Age-reizigers, de zigeuners van de jaren negentig, die zich door de autoriteiten al net zo bedreigd voelen als de Britse bossen. Maar ook steeds vaker mopperende middenklassers, die op zaterdag hun tuintje harken. Protesten kunnen niet meer worden afgedaan als het sectarisch geblaat van milieu-militanten. Om te voorkomen dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld houden alle groepen nauw contact door ronde tafel-bijeenkomsten die worden georganiseerd door Transport 2000, een steunpunt dat gefinancierd wordt door de vakbond van spoorwegpersoneel.

Ook gematigde groeperingen als Greenpeace (350.000 leden) en Friends of the Earth (200.000 leden) schaarden zich achter de anti-asfalt-acties. Ze merkten hoe de bezorgdheid over de woekering van wegen in brede lagen van de bevolking doorzette. “Vroeger had je de acties tegen de moord op walvissen en tegen het kappen van de regenwouden en tegen de Franse kernproeven”, zegt Roger Higman van Friends of the Earth. “Tegenwoordig fungeren de protesten tegen wegen in Groot-Brittannië als het boegbeeld van de milieubeweging. Ze zijn symbool geworden van het verzet tegen de vernietiging van de natuur.”

Negen op de tien leden van Friends of the Earth behoren tot de middenklasse. Ze verdienen goed en zijn hoger opgeleid. Dat weerspiegelt zich in de actiemethodes die de milieugroep hanteert. De 150 plaatselijke anti-asfalt-filialen houden zich verre van blokkades of van demonstraties. “Wij richten ons alleen op wegenplannen die in het vroegste stadium verkeren”, zegt Roger Higman. “Met milieurapporten, met bezwaarschriften, met pleidooien op openbare hoorzittingen. Die aanpak biedt de grootste kans op succes. Maar we zetten ons niet af tegen de mensen die doorgaan, die kiezen voor de harde actie. Wij keren de wegen die het makkelijkst zijn tegen te houden, zij verzetten zich tegen de wegen die het moeilijkst zijn te stoppen. Toch zien we steeds meer van onze leden de grens overschrijden tussen papieren protest en lijfelijke actie, omdat ze het geloof in de procedures verliezen.”

Militante milieu-activisten en nijvere natuurbeschermers omarmen zelfs de Nimby's, wat staat voor 'not in my backyard', niet in mijn achtertuin. Daarmee worden de kleinburgers en de welgestelden bedoeld, die niets tegen autowegen hebben, zolang ze maar niet hun uitzicht bederven en niet de waarde van hun (tweede) huizen bedreigen. Veel acties aan de conservatieve Engelse zuidkust zijn minder ingegeven door heilige principes dan door eigenbelang. Toch wordt hun blik door de acties verruimd, constateert onderzoeker Grant Jordan van de universiteit van Aberdeen. Ze beginnen zich ook betrokken te voelen bij andere milieu-protesten. Jordan wijst er verder op dat Nimby's belangrijke bondgenoten zijn bij anti-asfalt-acties, omdat ze geld en invloed hebben. Hun bekendste vertegenwoordigers - Lords en Lady's, schrijvers en dichters - zorgen ook voor publiciteit.

Het Britse weekblad The Economist schamperde al dat “zich zorgen maken over de natuur een soort nationaal tijdverdrijf is geworden”. The Times sneerde dat “het zich voor bulldozers werpen bij dames in gegoede kringen tot een trend is uitgegroeid”. Kennelijk wordt het eenheidsfront van adel tot New Age als absurd en bedreigend ervaren, niet in het minst door de conservatieve regering van John Major. Op de barricaden voor de wegen in aanleg, ontstaat de klasseloze samenleving die de premier bij zijn aantreden vier jaar geleden had gepropageerd.

Heks

De schrijfster Bel Mooney heeft leren leven, zegt ze, met de leugens, diskwalificaties en beledigingen die haar overspoelen sinds ze in het geweer kwam tegen de aanleg van een rondweg over de flanken van een heuvel die zeventien jaar geleden nog door Peter Gabriel werd bezongen. Solsbury Hill ligt vlakbij de verbouwde achttiende-eeuwse pastorie in Upper Swanswick die al vijftien jaar haar huis is. Een witte Saab staat voor de deur.

Ze had nationale faam verworven als journaliste, als schrijfster van de 'Kitty'-kinderboeken, als echtgenote van Jonathan Dimbleby, de biograaf van prins Charles. Maar tegenwoordig staat ze bekend als 'Queen Nimby', een bijnaam die de Evening Standard voor haar bedacht heeft. The Daily Telegraph omschreef haar als een “hypocriete heks”. Ook andere kranten maakten Mooney belachelijk als publiciteitsgeile poseur en salonactivist.

Alleen omdat ze zich door haar 14-jarige vlasblonde dochter Kitty had laten meeslepen naar de kampementen van de actievoerders. Alleen omdat ze in een Aziatische nomadentent ging zitten vasten, bijgestaan door een cassetterecorder voor de Gregoriaanse gezangen, én een schootcomputer én een draagbare telefoon. Alleen omdat ze alle dagen haar mooiste hoed op had.

Bel Mooney beantwoordt nu eenmaal niet aan het prototype van de Brit die bescheidenheid veinst en onopvallendheid tot grootste deugd maakt. Ze houdt van grootse, theatrale gebaren en mag haar stem graag laten breken om haar gevoeligheid te onderstrepen. In haar werkkamer zijn de muren volgehangen met prenten en de tafel en haar bureau zijn bezaaid met foto's. Toch heerst hier orde. Ze wil alleen maar in die ene pastelkleurige fauteuil naast de open haard plaats nemen. Omdat ze daar ook altijd zit als haar man op bezoek komt. “Ik ben nu eenmaal een huiselijk type dat gedijt bij conventies”, zegt ze. “Heel anders dan ik afgeschilderd word.”

“Ik had nooit gedacht dat ik nog eens aan harde acties zou meedoen. Mijn man is tegen dat soort acties. Hij zegt dat harde acties het brede verzet van burgers in diskrediet brengt. Zes jaar geleden hadden we ons beperkt tot al die keurige protesten: pamfletten schrijven, petities sturen. En toen die rondweg toch zou komen, werd ik wel wat neerslachtig. Je vraagt je af of je twee jaar met de geluiden van de wegenbouw kunt leven. Dat soort luxe-probleempjes. Maar ik hoopte dat het zo'n vaart niet zou lopen. Daarbij was ik ervan overtuigd dat je een weg onmogelijk kunt tegenhouden als hij door de overheid is goedgekeurd.

“Maar toen met Pasen de bulldozers kwamen, toen dat prachtige veld werd opengereten, toen de eerste bomen vielen, móest ik wel in actie komen. Het is een geleidelijk proces, je begint ergens aan en je kunt niet meer terug, omdat je zo verdomde kwaad bent over de vernietiging van een omgeving die je al zoveel jaren kent. Op een dag liep ik op Belbrook Lane en plotseling stuitte ik op een groep van plaatselijke vrouwen, vrouwen van mijn leeftijd, die hand in hand stonden in het aanzicht van een graafmachine. Zij gingen allemaal zitten, en ik stond daar. En ik vroeg me af: waarom sta ik, terwijl zij zitten. Voor ik het wist zat ik naast ze. En plotseling werd ik op 47-jarige leeftijd weggesleept aan mijn enkels. Ik kan niet zeggen dat ik ervan heb genoten. Maar op dat moment wist ik dat ik deze vrouwen niet meer in de steek kon laten, dat ik de directe actie niet meer kon mijden, ook als die door heel veel mensen als dwaas en zinloos wordt beschouwd.

“De strijd om deze rondweg is verloren. Maar het gaat me niet meer alleen om mijn eigen stukkie weg. Ik ben geen meeloper voor een maand. Als je eenmaal ziet hoe rampzalig die nationale wegenplannen zijn, dan kun je niet meer stoppen. Ik ben heel patriottisch, moet u weten. Ik ben dol op dit eiland. Ik wil niet dat de natuur door slecht doordachte wegen wordt besmeurd.

“Wegenbouwers en bewindslieden hebben de gewoonte om de actievoerders tegen wegen af te schilderen als langharige hippies, ongewassen tuig en linkse militanten. Ze vinden het hoogst verontrustend dat mensen uit de middenklasse zoals mijn onbeduidende persoontje bij de acties betrokken raken. En met recht, want ons kunnen ze niet zo makkelijk in diskrediet brengen, ook al heb ik al heel wat zoutzuur over me heen gekregen. Dat raakt me. Ik ben geen supervrouw. Ik heb ook mijn zwakke momenten. Maar dan denk ik meteen: wat is de verborgen agenda? Waarom heeft deze regering het nodig om de milieubeweging verdacht te maken? De pas ontslagen staatssecretaris Robert Key noemde de actievoerders 'rent-a-mob', 'huur een horde', bijgestaan door de 'rich and famous'. Ik schreef hem dat ik niet was ingehuurd en dat ik me beledigd voelde in naam van al die duizenden keurige mensen die het huidige verkeersniveau niet meer kunnen verdragen. Ik ben blij dat hij zijn baan is kwijt geraakt.

“De actie heeft bij mij gevoelens opgewekt die ik niet kende. Het medeleven met een enkele boom. De identificatie met één struik. Bomen zijn onze longen. Als je ze omhakt, snijd je onze kelen af.

“Dat is de samenhang tussen mijn liefde voor de literatuur en de anti-asfalt-acties. Ze zijn beide diep-romantisch. Doordrenkt van passie voor de natuur, en overtuiging dat ontwikkelingen ten goede kunnen keren, en het geloof dat de menselijk geest er toe doet.”

Valse droom

Andrew Pharoah, campagnecoördinator van de British Road Federation, de belangengroep van wegenbouwers, vindt het Britse wegenprogramma helemaal niet zo grootschalig. Groot-Brittannië geeft jaarlijks maar 6,4 miljard pond uit aan wegen, tegen Duitsland 11,4 miljard pond, Italië 10,2 miljard, Nederland 1,2 miljard pond. En van dat bedrag gaat nog het leeuwedeel naar onderhoud en slechts éénvierde naar nieuwe wegen. Het lijkt alleen veel omdat de regering in 1989 een tien jaren-programma gepresenteerd heeft, onder het motto 'Wegen naar welvaart', dat voorzag in 400 wegenprojecten voor een totaalbedrag van 21 miljard pond. Dat pakket is onder druk van de acties dit jaar al teruggebracht tot 18 miljard.

Verder liep Groot-Brittannië qua wegenstructuur toch al achter op de rest van Europa, zegt Pharoah. Welk land heeft geen behoorlijke autowegen naar de havens? Welk land heeft geen rondwegen om alle grote steden? Het Verenigd Koninkrijk.

Zelfs bij het huidige beperkte wegensprogramma slibben de rijbanen alleen nog maar verder dicht. Het ministerie van transport gaat ervan uit dat het autoverkeer de komende dertig jaar verdubbeld. Zelfs als de overheidsuitgaven voor nieuwe wegen met 66 procent worden verhoogd tot jaarlijks 3 miljard pond, kan de groei van het autoverkeer niet worden bijgebeend. “Steeds meer mensen willen alle goede zaken van het leven zonder voor de consequenties op te draaien”, foetert Pharoah. “Ze willen welvaart, maar geen wegen. Ze vinden het fantastisch voor de economie dat er weer 800.000 auto's zijn verkocht, maar verschrikkelijk als met die wagens ook wordt gereden. Ze koesteren een valse droom die alleen maar tot chaos leidt.”

Epicentrum

In kringen van milieu-activisten geldt Claremont Road in Oost-Londen als het epicentrum van ecologische protesten. Maar in de directe omgeving weet niemand Claremont Road te vinden. Niet iedereen is in de ban van acties tegen wegen.

Zo'n 100, 150 mensen verdedigen hier 35 huizen die moeten wijken voor een verbindingsweg naar de M11. Een nieuwe route die nog geen 5 kilometer lang is, 1000 mensen verdrijft uit 350 huizen en de reistijd bekort met welgeteld 7 minuten. De kosten waren begroot op 230 miljoen pond, maar vallen tenminste 20 procent hoger uit.

De wegenbouwers kampen ruim een jaar na het begin van de aanleg al met vijf maanden vertraging als gevolg van de acties. Uitgebreide veiligheidsmaatregelen en grootscheepse uitzettingsoperaties, die het karakter van veldslagen hebben, drijven de kosten nog verder omhoog. Hier moet elke woning apart worden veroverd. Actievoerders ketenen zich vast aan wasmachines die met beton gevuld zijn. Ze barricaderen de deuren met puin van huizen die al zijn gevallen. Ze plaatsen vallen voor de bewakers in hun lichtgevende hesjes. Hier woedt oorlog in de straat.

Tegelijkertijd heerst hier ook de verbeelding. Het wegdek is één uitzinnig kunstobject, net zoals de muren van de huizen. Kinderen spelen op een reusachtig schaakbord, met wieldoppen als lopers en een staande stofzuiger die dient als koningin. Even verderop rust een groengeverfde auto zonder wielen tegen het hekwerk. 'Roest in vrede' staat er op de zijkant. Uit het dak groeit een boom. Kunstenaars uit de omgeving hebben één van de woningen als Kunsthuis ingericht. Een gigantische pastiche van De dansers van Matisse vult de voorste kamer. Naakte vrouwen dansen rondom een bulldozer, die in de ruimte wordt gelanceerd. Aan een muur zucht Jesus, gespijkerd aan een pikhouweel. Boven verdwijnen namaak-bankbiljetten in een labyrintische afvoer.

In deze godvergeten straat, in dit niemandsland langs de Central-metrolijn, woont op nummer 29 Dolly Watson. Een kleine vrouw met een eeuwige glimlach. Ze is hier 93 jaar geleden geboren. Vanuit haar slaapkamerraam heeft ze tijdens de Eerste Wereldoorlog nog gezien hoe een Duitse Zeppelin uit de lucht werd geschoten. De Blitz heeft ze in de kelder beleefd. Ze voelt zich behandeld als “een zwerfkat”, zegt ze. “Niemand is mij uitleg komen geven. Niemand heeft mij een andere woning aangeboden. Ik wil niet naar een tehuis voor oude mensen om te sterven. Ze zullen mij hier uit moeten dragen. Ik zal niet door angst worden verjaagd.”

Dat zei ze ruim twee weken geleden, net voordat ze door een lichte beroerte werd getroffen. Voordat ze naar het ziekenhuis gebracht werd, maande ze nog de actievoerders die ze allemaal grootmoedig als haar “kleinkinderen” geadopteerd heeft, om haar huis te beschermen. “Want Dolly komt terug.”

Pressiegroepen

De Britse anti-asfalt-acties zijn niet alleen gericht tegen de aanleg van wegen en een bankroet openbaar vervoer-beleid. Ze zijn ook een uiting van de eeuwige onvrede die onder jongeren leeft. Maar de weerzin is dieper en breder. Die heeft ook te maken met vijftien jaar conservatieve regering, die grote delen van de bevolking van het politiek proces heeft uitgesloten. Gedesillusioneerd hebben grote groepen kiezers hun heil gezocht bij pressiegroepen. De drie grote Britse politieke partijen hebben samen minder leden dan de Koninklijke Maatschappij voor de Vogelbescherming: 860.000. Ook de gezamenlijke milieuclubs hebben een grotere contributie betalende aanhang dan het politiek establishment.

Labour heeft al een bevriezing van het wegenprogramma aangekondigd voor als zij over drie jaar aan het bewind komt. Maar geen van de politieke partijen heeft nog zelfs maar de schijn van een oplossing weten aan te reiken voor het dilemma, dat economische groei en persoonlijke vrijheid zich lastig met een ingrijpende verkeersbeheersing laten verenigen. Intussen wordt de natuur steeds verder teruggedreven, wat grote groepen van de bevolking naarmate de eeuwwende nadert, steeds meer zorgen lijkt te baren. Alsof achter die horizon van het jaar 2000 het Armageddon nadert. “Waar een weg is, is ook een weg terug”, zegt Bel Mooney. Maar niemand weet waar zo'n U-bocht naartoe leidt.