Uitstapje

In de idealistische dagen van de Europese 'éénwording' waren er steden die elkaar wederzijds tot 'tweeling' uitriepen.

(Ik merk, al schrijvend, dat ik vaker de neiging heb om woorden tussen aanhalingstekens te zetten. De betekenis verandert, maar er komt geen nieuw woord voor zodat de twee hooggeplaatste komma's aangeven dat de tijd niet ongemerkt voorbij gaat. Er is zelfs een gebaar voor ontstaan. Terwijl je het woord uitspreekt steek je ter weerszijden van je oren wijs- en middelvinger op. Het is alsof je een dubbele eed aflegt, maar in dit geval geef je aan dat je iets anders bedoelt dan je zegt).

Tweelingsteden wisselden van tijd tot tijd delegaties uit. Zaandammers kwamen een paar dagen op bezoek in Tours. Mensen uit Wuppertal gingen naar Luik, enz. Ik noem een paar fictieve voorbeelden. Zo konden ze zien dat het leven op bijna dezelfde manier met hetzelfde fatsoen ook anders kon worden geleefd. Over dit Europeanen-idealisme is destijds wel meewarig geglimlacht, maar als je het goed tot je laat doordringen moet je wel tot de conclusie komen dat het van simpele en bijna onvoorstelbare vriendelijkheid was. Ik kan het niet nalaten de gevaarlijkste gek van deze tijd nog eens te noemen. Wat zou Radovan Karadzic beletten om aan het hoofd van een delegatie inwoners van Pale naar Sarajevo te komen om daar een museum te bekijken en hier of daar op theevisite te gaan in plaats van het hele huis kapot te schieten.

Laten we hopen dat de tweelingsteden die er nu zijn het volhouden. Maar intussen, terwijl het reizen door Europa steeds gemakkelijker is geworden, zie je steeds minder van de andere landen. De snelwegen, de restaurants en de vakantie-oorden lijken allemaal op elkaar. Daar schijnt de zon; hier minder. Dat is het belangrijkste verschil. Het ene pretpark heeft een achtbaan, het andere een reuzenrad, maar au fond heb je dezelfde pret. Als er iets Europees is geworden, of meer dan dat, de verpletterende eigenschap van de beschaafde wereld, dan is het de pret.

Ik kom er nu op, nadat ik een paar dagen in La Chatre ben geweest, een stadje in het departement Indres dat op het gebied van pret alleen een huis te bieden heeft: waar George Sand heeft gewoond.

Eerst van Amsterdam naar Parijs. Als je niets tegen hebt ben je binnen twee uur van de Dam op de Place de l'Étoile. Dan het station Austerlitz, het misdeelde van de Parijse stations. Het ligt aan de Seine waar een roestige brug uit 1904 de enige bezienswaardigheid is. Een bezoek aan het minuscule parkje is levensgevaarlijk omdat het aan de overkant van de weg ligt op het punt waar de automobilisten juist de vierde versnelling hebben bereikt. Austerlitz heeft geen TGV's, geen zich haastende massa. Het is een station voor wandelaars.

Om in La Chatre te komen moet je naar Chateauroux. De rest van het traject heb ik met de auto gedaan. Het kan zijn dat er een paar keer per week een streekbus rijdt maar die heb ik in ieder geval niet gezien. En dan La Chatre: een stadje zonder pret. Verbluft liep ik door de stille straten, zo verbluft dat ik bij het oversteken niet goed uitkeek. De fietser onder wiens wielen ik bijna was gekomen had bijtijds geremd en maakte zijn verontschuldigingen omdat hij me bijna had overreden. Van de meeste huizen waren de luiken dicht. Hier en daar slenterde een kat. In de buitenwijken kraaiden de hanen en blaften de honden. Het plaveisel was zo schoon dat je er bij wijze van spreken van kon eten. Het zag er allemaal welvarend uit, niet ouderwets, in de winkels waren de modernste dingen tekoop, maar voor mij, met de verse herinneringen aan de Dam nog in mijn hoofd, had het iets voorwereldlijks.

Om mijn verbluffing te bestrijden ben ik naar het Maison de la presse gegaan om te kijken hoe het er met de rest van de wereld voorstond. Ze hadden er alles op de Nederlandse pers na. Ik las de koppen. Er was alweer iets met Diana gebeurd en verscheidene volken waren elkaar verder aan het afslachten of hadden dat karwei hervat. Toch maar drie kranten gekocht om op het caféterras verderop het naadje van de kous te lezen. Maar toen de koffie was gebracht had ik er geen zin meer in. Zou ik eens gaan kijken hoe George Sand heeft gewoond?

Het huis, eigenlijk een kasteeltje, was gesloten. Ik betrapte me op een inwendig godzijdank. Zo'n paradijs moet je zelfs door de cultureelste bezienswaardigheid niet laten verstoren. De beknoptheid van dit stukje is het bewijs: uit het paradijs valt niets te melden.