Uit de Japanse pas

Ichiro Ozawa: Blueprint for a New Japan. The Rethinking of a Nation 208 blz., Kodansha International 1994, uit het Japans vertaald door Louisa Rubinfien, ƒ 54,50

Wanneer hij met een peuter op de arm en een kleuter aan de hand boodschappen deed wezen schoolkinderen hem op straat giechelend na. Buren vroegen bezorgd of zijn vrouw in het ziekenhuis lag. Als Shigeyuki Kobayashi (35), gemeenteambtenaar, antwoordde dat hij met verlof was om voor zijn twee jonge kinderen te zorgen, was hun reactie: Och, je arme vrouw.

Kobayashi was twee jaar geleden de eerste man in Japan die tijdelijk zulk verlof nam. Daardoor kon zijn vrouw Sonoe blijven werken als lerares. Altijd al hadden ze de huishouding zoveel mogelijk samen gedaan. Maar toen Sonoe zes jaar geleden bij de geboorte van hun zoontje verlof nam, was hij pijnlijk jaloers op haar geweest. Goed, ze had haar vorige baan moeten opgeven, maar zij had voor de opvoeding alle tijd gehad.

Een nieuwe wet die verlof ook voor mannen mogelijk maakte, deed de Kobayashi's bij de geboorte van hun dochtertje besluiten de rollen om te draaien, hoewel Sonoe eerst heel wat weerstand moest overwinnen. Maar wat had Shigeyuki zich verkeken op het karwei. Het was loodzwaar. De meeste tijd ging heen met het bereiden van maaltijden. Alsof de hele wereld draaide om eten. Intussen belden vrienden van het werk hem op en zeiden dat hij nu vast veel tijd had. Wat zou hij denken van een partijtje golf.

Opvoedingsverlof in Japan is geen sinecure. Wettelijk is het dan wel geregeld, maar dat wil niet zeggen dat in de praktijk het bedrijf ook toestemming geeft. Van vrouwen wordt verwacht dat zij na het verlof niet terugkeren. Collega's moeten bereid zijn het werk over te nemen, de chefs moeten ruim van tevoren worden 'bewerkt'. Of het loon wordt doorbetaald hangt af van de onderhandelingsbekwaamheid van de vakbond. Gemeente-ambtenaren worden in elk geval niet doorbetaald. De Kobayashi's moesten aanzienlijk op hun huishoudbudget bezuinigen. Vrijwel geen man in Japan die de handelwijze van Shigeyuki zou willen volgen.

Bestseller

Dit voorbeeld, ontleend aan de Japanse krant Mainichi Shimbun, is er één uit de lange reeks maatschappelijke hervormingen die worden bepleit door de meest spraakmakende politicus van Japan: Ichiro Ozawa. Zijn vorig jaar juni verschenen boek Nihon kaizoo keikaku, al een jaar lang bestseller in Japan, is nu in een Engelse vertaling verschenen. Blueprint For A New Japan heet het. En wie prijst het niet aan op de flaptekst? Van Henri A. Kissinger tot Karel van Wolferen, allemaal hebben ze lof voor het boek. Ozawa wil volgens Kissinger niets minder dan de traditionele Japanse wijze van denken op zijn kop zetten.

Nog nooit is in Japan een boek verschenen dat zo trefzeker de Japanse maatschappij kritiseert en waarvan tegelijkertijd de auteur 's lands meest invloedrijke politicus was. Veel van Ozawa's genadeloze kritiek is eerder verwoord door anderen. Maar als de critici uit het Westen kwamen, werden ze in Japan geïrriteerd 'Japan bashers' genoemd. De verschijning van dit boek heeft het gebruik van deze in de kern ideologische term doen verstommen.

Een van de mooiste passages uit het boek is die waarin Ozawa met vier historische voorbeelden komt van uitzonderlijke Japanners die gemeen hadden wat in Japan doorgaans met argusogen wordt bekeken: uitoefenen van macht. Diffuse macht is het kenmerk van de Japanse maatschappij. Japanners zijn doodsbang voor concentratie van macht. Regeren bij parlementaire meerderheid is in Japanse ogen al machtsmisbruik. Democratie-Japanse-stijl is consensus, unanieme consensus, debat totdat iedereen instemt en alles is verwaterd, wat in de praktijk volgens Ozawa neerkomt op de tirannie van de minderheid.

Existentiële onzekerheid gaat schuil achter dit sociale gedrag, wat wel in verband wordt gebracht met de onvoorspelbare krachten van de natuur die het lot van Japan in zo hoge mate bepalen. Die onzekerheid zou verklaren waarom in Japan gevoelens zo belangrijk zijn, veel belangrijker dan logica of universele waarden. Het gevoel van saamhorigheid wordt voor alles nagestreefd, gekoesterd en gecultiveerd. Het heeft de typische Japanse groepscultuur voortgebracht, die het gedrag sterk beïnvloedt en waaraan zo veel wordt opgeofferd. Ook het individu. Ook rechtvaardigheid. Het uit de pas lopen is een doodzonde. Of, zoals Japanners zeggen: een spijker die uitsteekt moet erin gehamerd worden. Ozawa zegt het een slag anders, dodelijker: “Wij geven er de voorkeur aan almaar te stuntelen en steun te zoeken bij elkaar in wat kan worden genoemd de politiek van collectieve onverantwoordelijkheid.”

De vier uitzonderlijke mannen die Ozawa beschrijft werden om hun machtsuitoefening niet geëerd door hun tijdgenoten. De passage is daarom zo mooi omdat in het korte, politieke portret van de vier - het gaat om vier Japanse politici uit de laatste anderhalve eeuw - het zelfportret van Ozawa valt te lezen.

Opmerkelijk

Voor de Westerse lezer is de compositie van het boek misschien een beetje taai. Na een lucide, meesterlijke analyse weidt Ozawa lang en saai uit over hoe het politieke primaat in Japan moet worden ingevoerd. Om daarna de draad weer op te pakken en uit te leggen waarom Japan een 'normaal land' moet worden. Op dreef komt hij weer in het laatste deel, waar hij een aantal negatieve vrijheden bepleit, zoals vrijheid van overwerk, seksisme, ondernemingsdictatuur. Hier spaart hij niets en niemand en komt hij met de ene hervorming na de andere om in Japan echte vrijheid tot stand te brengen.

Ozawa bekent in het voorwoord eerlijk dat hij voor zijn boek gebruik heeft gemaakt van adviezen van anderen. Bekend is geworden dat zich onder hen Japanse topbureaucraten bevonden en dat maakt het boek dubbel zo opmerkelijk. Maar het heeft voor de lezer ook een nadeel. De stijl van het boek is soms die van een ambtelijk rapport. En af en toe leest het boek als een verkiezingsprogramma.

Dat neemt niet weg dat het een belangrijk boek is. Het is de neerslag van het denken van een gedreven, hervormingsgezinde Japanner die door vriend en vijand in staat wordt geacht Japan te veranderen. Dat maakt hem in de ogen van zijn vijanden zo gevaarlijk. Niets laten ze na om hem verdacht te maken als een politicus die voorstander is van een massale Japanse hermilitarisering, en om zijn macht te ondermijnen. De wankele kabinetten sinds Ozawa's dramatische breuk vorig jaar zomer met de Liberaal-Democratische Partij, die bijna 40 jaar lang ononderbroken regeerde, getuigen van die machtsstrijd. Het jongste kabinet van socialisten en liberaal-democraten, de twee voormalige Koude-Oorlogsrivalen die elkaar vier decennia lang naar het leven stonden, is daarvan het laatste voorbeeld. Het is in wezen een anti-Ozawa-coalitie.