Tien dagen lang alle 32 sonates op Festival Oude Muziek in Utrecht; Jazzy Beethoven op oude barpiano

Holland festival Oude Muziek: Sonates van Beethoven; door verschillende pianisten op historische instrumenten. Gehoord: 27/8-1/9, Ottone in Utrecht (ook nog op 3 en 4/9)

Opus 111, Beethovens laatste pianosonate, is een uitzonderlijk werk. Het bestaat uit slechts twee delen en bovendien zit in het laatste deel een merkwaardige passage die klinkt als pure jazz. Toen ik dit fragment voor het eerst hoorde, dacht ik even dat het een grap was van de pianist, in dit geval Friedrich Gulda, die zich meer thuisvoelt in de wereld van de jazz dan in die van de klassieke muziek. Maar een blik in de partituur leerde dat Gulda misschien met een subtiele off-beat het effect versterkte, maar dat zelfs de meest fantasieloze uitvoerder niet aan Beethovens jazzy syncopen ontkomt.

Ook toen ik Tom Beghin deze week opus 111 hoorde spelen tijdens het Festival Oude Muziek - waar twaalf pianisten in tien dagen alle 32 sonates van Beethoven uitvoeren - verbaasde mij weer dat swingende ogenblik halverwege het tweede deel. En vooral de onontkoombaarheid om hierin jazz avant la lettre te horen. Het gevoel werd nog eens versterkt door de klank van de piano. Beghin speelde op een oude vleugel van het merk Broadwood uit de eerste helft van de negentiende eeuw, een instrument waarvan de klank soms doet denken aan die van een oude barpiano.

Dit soort associaties kan alleen opkomen in het hoofd van een twintigste-eeuwer. In Beethovens eigen tijd bestond er geen jazz en voor de luisteraar van 1820 moet de passage geklonken hebben als een extreme uitvergroting van de scheefgetrokken ritmiek die eraan voorafging.

Als het waar is, dat de huidige luisteraar niet los kan komen van eigentijdse associaties, is het de vraag wat het nù betekent om - zoals de pianisten op het Festival Oude Muziek - op oude instrumenten te speuren naar Beethovens eigen klank. Want bij die klank hoort een wereld die al lang niet meer de onze is.

Men kan zich voorstellen dat iemand uit wetenschappelijke belangstelling de Beethoven-klank wil onderzoeken, maar met muziek heeft dat nog niet veel te maken. Het enige argument voor de muziek is de schoonheid. Niet de schoonheid van Beethoven, want die is door Brahms, Mahler en Stockhausen al lang om zeep geholpen. De simpele vraag is dus: klinkt het mooier om Beethoven op een instrument uit zijn tijd uit te voeren?

Wat dat betreft is deze Beethoven-cyclus een gemiste kans. Zou het niet prachtig zijn geweest om na een uitvoering van de Pathétique op een Walter uit 1795, hetzelfde werk nog eens te horen op een Bösendorfer anno nu? Om Steinway-pianisten op een oud instrument te horen spelen en Malcolm Bilson op een moderne vleugel? Maar instrumenten van tegenwoordig horen volgens de artistieke leiding op het Utrechtse festival niet thuis. Wellicht zou zo'n tweestrijd ook onzinnig zijn. Het antwoord op de schoonheidsvraag is banaler en luidt dat alles afhangt van de overtuigingskracht van de pianist.

Een veel gehoorde kritiek op musici uit de historische uitvoeringspraktijk is dat de meesten niet goed genoeg waren voor het 'normale' muziekleven, waar hogere eisen worden gesteld. Dat is slechts ten dele waar. De oude muziek kent inmiddels een generatie musici, zoals de pianisten in Utrecht, die de techniek van hun instrument behoorlijk beheersen, al waren er de afgelopen dagen wel flink wat foute noten te horen. Door de nadruk op de instrumentkeuze bestaat wel het gevaar dat de musici te snel tevreden zijn.

Malcolm Bilson, de leermeester van veel van de pianisten in Utrecht, had naar het schijnt zijn dag niet. Andrew Willis maakte het zichzelf niet gemakkelijk met de Hammerklaviersonate (volgens Stanley Hoogland, de pianist die de cyclus zondag afsluit, de enige sonate die niet op een 'hammerklavier' kan worden gespeeld) en Tom Beghin speelde keurig en verantwoord zijn nootjes, maar kwam niet echt los. Ursula Duetscher behoorde tot degenen die werkelijk muziek maakten van hun sonates. Op dat moment doet het instrument er ineens niet meer toe.