Regering van Bulgarije dient haar ontslag in

SOFIA, 3 SEPT. De Bulgaarse regering heeft gistermiddag haar ontslag ingediend. Het besluit daartoe werd unaniem op een kabinetszitting genomen.

Als reden werd aangegeven dat het Bulgaarse parlement bij de stemming over een motie van wantrouwen in mei het kabinet van premier Ljoeben Berov slechts had laten aanblijven op voorwaarde dat deze in september zou aftreden. Dat zou de weg vrijmaken voor vervroegde parlementsverkiezingen. (AFP)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe:

Met het aftreden van Berov en zijn kabinet van partijloze deskundigen komt een eind aan een zeer moeizame regeerperiode: sinds zijn aantreden als premier op 30 december 1992 heeft Berov bij voortduring in de gevarenzone verkeerd. Berov, een partijloze econoom die adviseur van president Zjelev was geweest, werd als premier voorgedragen door de kleinste van de drie toen in het parlement vertegenwoordigde partijen, de Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS), die vooral de belangen van de Turkse minderheid vertegenwoordigt. De twee grote partijen, de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij en de Unie van Democratische Krachten (SDS), een overkoepelende organisatie van niet-communisten en niet-socialisten, hielden elkaar in het parlement indertijd vrijwel in evenwicht. Beide grote partijen hebben het Berov bij voortduring moeilijk gemaakt zijn eigen programma uit te voeren. Het hervormingsprogramma heeft daardoor grote achterstand opgelopen.

Het afgelopen jaar is Berov voortdurend afhankelijk geweest van de ex-communisten, die daarbij concessies afdwongen zonder zelf verantwoordelijkheid voor het beleid te hoeven nemen. Die concessies gingen uiteindelijk zo ver dat Berov in mei ook de steun van zijn laatste 'beschermheer', president Zjelev, verloor. De president concludeerde dat “de regering in vijftien maanden met de privatisering niets is opgeschoten en heeft nagelaten de prioriteiten, waarvoor ze werd aangesteld, uit te voeren”. Er zijn geen echte investeringen gekomen, de landhervormingen zijn tot stilstand gekomen, geen enkel project is uitgevoerd of zelfs maar begonnen en de sociale stabiliteit is ondermijnd.

De SDS-oppositie heeft tot zeven keer toe een motie van wantrouwen tegen de regering ingediend, die het echter geen van alle haalden omdat de BSP Berov de hand boven het hoofd bleef houden. De SDS wil al vele maanden vervroegde verkiezingen afdwingen, in de verwachting dat die haar positie in het parlement versterken en tevens een eind kunnen maken aan de huidige patstelling, waarin de BSP en de SDS elkaar vrijwel in evenwicht houden.

Of die verwachting van de SDS bij de komende verkiezingen uitkomt, is zeer de vraag. De SDS, die de afgelopen anderhalf jaar in de oppositie aanzienlijk is geradicaliseerd, heeft aanhang verloren door een reeks afsplitsingen en ligt in de peilingen op dit moment op achterstand. Volgens de jongste opiniepeiling kan de SDS rekenen op 21 tot 24 procent van het aantal stemmen, terwijl de BSP tussen 23 en 28 procent zou krijgen. Beide partijen zouden niet in staat zijn een regering te vormen zonder een coalitie aan te gaan, en op dat gebied moeten de kansen van de SDS hoger worden aangeslagen.

Het aantal Bulgaren dat nog niet weet op welke partij ze zouden stemmen is echter nog groot: tussen vijftien en dertig procent van het hele electoraat.