Postmodern

C.A. van Peursen: Na het postmodernisme. Van metafysica tot filosofisch surrealisme

155 blz., Kok Agora 1994, ƒ 29,90

Een filosoof die tot na zijn pensioen blijft publiceren heeft het niet makkelijk. Moet hij de ooit betrokken stellingen verdedigen tegen nieuwe opvattingen, of gaat hij mee met zijn tijd op het gevaar af een opportunist te worden? C.A. van Peursen, nestor van de Nederlandse filosofie, lijkt voor het laatste te kiezen, al sleept hij het verleden merkbaar met zich mee.

In Na het postmodernisme bespreekt hij de filosofie van Derrida, Lyotard, Rorty en Toulmin, waarna hij manmoedig probeert deze hedendaagse helden te 'overwinnen'. Nu houd ik wel van zulke pogingen om wat in de intellectuele mode is neer te sabelen en daar iets beters voor te bedenken. Maar Van Peursens betoog is in zijn streven naar actualiteit niet altijd even doortastend en ondubbelzinnig.

Soms neigt het boek naar een inleiding op het postmodernisme met een kritisch nawoord, dan weer maakt het de indruk van een kritiek op het postmodernisme met een inleiding. De ene keer komen niet al te eenvoudige zaken als Rorty's Heidegger-interpretatie aan de orde, de andere keer heeft Van Peursen het over 'de wijsgeer F. Nietzsche', voor het geval we mochten denken dat het hier om een architect gaat, of legt hij uit hoe we de naam van de schilder De Chirico moeten uitspreken. Hij juicht de postmoderne verwerping van alle metafysica toe, maar houdt vervolgens een niet minder hartstochtelijk pleidooi voor een nieuwe 'metafysische dimensie'. Zo loopt Van Peursen als een oude leeuw heen en weer langs de tralies van zijn eigen denken. Tot in details is deze ambivalentie tastbaar. Waar hij als een ouderwetse Nederlandse wijsgeer 'thans' schrijft waar men 'nu' zegt, en 'dikwijls' in plaats van 'vaak', bezigt hij wel het vooruitstrevend gespelde 'fassade' en vergeet hij niet een opmerking over videoclips te maken.

Van Peursens betoog komt er op neer dat hij het postmodernisme als een vorm van hedendaags scepticisme opvat. Een scepticisme, dat niet meer gelooft in de oude metafysische pretenties, in de grote verhalen van de geschiedenis, in de rede en in universele morele beginselen. Alleen blijft deze scepsis volgens de schrijver steken in louter ontkenningen, hoe waardevol die op zichzelf ook zijn.

Dat was destijds ook de situatie waarin Kant zich bevond, aldus Van Peursen. In de voetsporen van de grote Koningsberger stelt hij dan ook voor met het scepticisme af te rekenen door een nieuwe filosofie te ontwerpen, die hij het 'filosofisch surrealisme' doopt. Een filosofie waarin het postmodernisme verdisconteerd zou moeten zijn, door het sceptisch verlies in metafysische winst om te zetten. Hier begint zijn onderneming potsierlijke trekjes te krijgen. Zijn instemming met de postmoderne kritiek op de grote verhalen vergetend schetst Van Peursen eerst op zevenmijlslaarzen een geschiedenis van de metafysica van Plato tot heden, waarin zelfs de 'Alleszermalmer' Kant en de postmodernisten ondanks al hun eigen ontkenningen tot metafysica worden gebombardeerd. Vervolgens redt hij, met behulp van wat hij 'flexibele rationaliteit' noemt, de rede en ten slotte aan de hand van de zogeheten creative capitulatie de zeden.

Er is veel tegen postmodernisten in te brengen, maar het is de vraag of dat moet met begrippen uit de oude doos als 'transcendentie' en 'grondervaring'. Het roept een verzuchting van Schopenhauer in herinnering over dezelfde Kant, een verzuchtig die net zo goed op Van Peursens verdraaiing van het postmodernisme zou kunnen slaan. “De heren van het filosofisch bedrijf”, zo mopperde Schopenhauer vorige eeuw, “hebben het er in het bijzonder op voorzien Kants filosofie te verdonkeremanen, om zich weer te voegen in het verslijkte kanaal van het oude dogmatisme en er vrolijk op los te fantaseren over de hun bekende, aanbevolen lievelingsonderwerpen, als was er nooit iets gebeurd, als was er nooit een Kant, een kritische filosofie op aarde geweest.” Van Peursen noemt zijn boek Na het postmodernisme, maar eigenlijk is hij aan het postmodernisme niet toegekomen.