Old Shatterhand

Als de Amerikanen èrgens mee in hun maag zitten dan is het wel met de indianen.

De naam zelf is al een misvatting: Columbus dacht dat de indianen in India woonden. Het woord 'Amerindians' heeft niet echt ingang gevonden. Ja, roodhuiden wel, maar dat willen zij weer niet. Er zijn namen genoeg, want in Columbus' tijd werden er 2200 talen gesproken en petroglyphen gekerfd en geschilderd, maar er is weinig van over en/of ontcijferd.

Het aantal indianen in de VS is eigenlijk onbekend. Men schat 5 miljoen. Zeker is echter dat de bevolkingstoename onder hen driemaal zo groot is als bij de rest van de bevolking.

Vooral na de oorlog is het indianisme toegenomen, een wat overdreven belangstelling en mooipraterij. Er zijn allerlei autonome gebieden ontstaan waar naast de federale wetten de stamwet geldt, en niet die van de staat. 'You are entering Navaho Territory,' zo kan men op borden lezen, 'Buckle up, it's the Indian Law!'

In tegenstelling tot Sijtje Boes heeft de gemiddelde indiaan helemaal geen zin om in klederdracht rond te lopen, in een teepee te wonen of in een adobe pueblo. Hij wil, net als de meeste Nederlanders, een doorzonwoning, desnoods een sta-caravan, kleurentelevisie, een ijskast en een auto. Ze zijn slecht tegen ziektes bestand en kunnen over het algemeen niet tegen alcohol. Zo leven de indianen een vrij zinloos bestaan in hun etnische gebieden, met hun eigen rechtspraak, waar maar zeer sporadisch gebruik van wordt gemaakt, en proberen, net als volkeren elders, naar de grote stad te verhuizen.

Inmiddels heeft hun autonomie geleid tot een fikse uitbreiding van het aantal casino's, vooral in staten waar het gokken verboden is. Het naar verhouding best lopende casino is in indiaanse handen.

En het indianisme neemt toe, zowel in slechte als in goede zin. Steeds meer Amerikanen proberen hun knagende gezamenlijke geweten (volkerenmoord op miljoenen indianen) te sussen door nieuwe concessies, nieuwe gunsten, nieuwe toelagen en subsidies.

In Canada is het van hetzelfde laken een pak.

Daar loopt bijvoorbeeld de zaak van de mensenrechten van de Innu-indianen, in alle objectiviteit de best behandelde groep indianen van Noord Amerika.

De Innu's kwamen er nogal laat achter dat ook zij konden 'claimen', namelijk pas in de jaren tachtig. In Goose Bay kwamen ze in aanraking met Vredesgroepen die daar waren in verband met de komst van een 'NATO Tactical Training Centre' (om andere redenen nooit doorgegaan). Die hielden de Innu's voor geen claim in te dienen - de rij wachtenden vóór hen was immers nogal lang - maar zich via de publieke opinie een betere plaats te verwerven. Achteraf heeft dit advies de Innu's vele plaatsen in de rij gekost.

Wat willen de Innu's nu?

Dat NATO-vliegtuigen niet laagvliegen over het gebied Labrador, in verband met de kuddes kariboe die daar huizen, en waarop de Innu's jagen.

De situatie is echter anders.

De vliegbasis Labrador (30.000 inwoners) waar drie detachementen gehuisvest zijn, uit Duitsland, Engeland en Nederland, biedt daar de helft van de economische inkomsten. Het wegvallen van deze basis zou dus veel banen kosten. Het laagvliegen vindt uitsluitend plaats tussen april en oktober. De laagvlieggebieden zijn zo groot als het Verenigd Koninkrijk. Er woont niemand, maar dan ook helemaal niemand. In de winter zijn die gebieden vrij toegankelijk voor iedereen, maar ook tijdens laagvliegperiode houdt de basis een jacht- en recreatieterrein vrij van laagvliegen, mits dat van te voren door jagers of recreanten wordt aangemeld. De grote kariboekudde in het noorden van het gebied wordt vermeden en groeit gestaag. Tussen mei en augustus is het gebied vrijwel ontoegankelijk vanwege de muggen en andere insekten. Het gaat dus nog maar om een paar maanden. De Innu's jagen zelden, en dan nog meestal dichtbij hun dorp. Ze kunnen echter met door de overheid ingezette helikopters naar de laagvlieggebieden worden gevlogen, als ze dat aanvragen. Hun kamp daar heeft weinig economische betekenis, maar is vooral toeristisch. Ze claimen nog een veel groter gebied dan het laagvlieggebied, en dat lijkt veel voor 1100 Innu's, maar dat is in de claimwereld niet ongebruikelijk.

Er is nu zelfs in Nederland een Steungroep Innu's die van oordeel is dat de Koninklijke Luchtmacht de Innu's van hun waardigheid berooft door boven hun land te vliegen. Een typisch geval van Indianisme.

Er zijn ook andere berichten.

Zo meldt The Indian Trader dat voor het eerst in de moderne geschiedenis twee jonge delinquenten zijn overgedragen aan de Ouderenraad van de Tlingit (in de buurt van Seattle) die schuldig waren bevonden aan roof. Ze hadden een pizza-bezorger, Tim Whittlesey, veertig dollar afgepakt en met een baseball bat in mekaar geslagen, waardoor hij verscheidene schedelbreuken en een verminderd gezichts- en hoorvermogen opliep.

De Indiaanse rechters van het Thiawaa Tligit volk hebben de twee jongens veroordeeld tot een jaar verbanning naar twee eilanden waar niemand woont. “We zullen ze af en toe opzoeken - maar niet erg vaak. Ze moeten maar 's nadenken. Het is tijd voor bezinning.” Ze krijgen voedsel mee voor een paar weken, maar het gebied levert voldoende mogelijkheden voor voedsel en behuizing. “Hoewel het een vorm van straf is, moet men het meer zien als een purificatie. Het verandert je leven,” zegt Rudy James, Opperrechter voor het Kuye' Di Kuiu Kwaan stamtribunaal.

Er is geen beroep mogelijk.

Iets voor ons? Dan is Pampus wel heel gauw vol.