Milosevic fluit radicalen terug om positie op de Balkan te versterken

Het was niet zozeer de hoop op beëindiging van de sancties die de Servische president Milosevic ertoe heeft gebracht met de Bosnische Serviërs te breken. Volgens Ljubinko Zivkovic is hij er vooral op uit zijn onderhandelingspositie ten opzichte van de Kroatische president Tudjman te verbeteren.

Net toen alle waarnemers begonnen te denken dat ze de Joegoslavische crisis konden doorgronden, heeft het probleem een heel nieuwe draai gekregen. En zoals zo vaak in de afgelopen drie jaar stond de Servische president Slobodan Milosevic weer in het centrum van de belangstelling.

Het is duidelijk dat de breuk van Milosevic met de Bosnisch-Servische leider Karadzic en de anderen in Pale niet zomaar een loos gebaar is, of een poging tot tijd rekken. Zodra dat besef begon door te dringen, gaven de waarnemers twee verklaringen voor de draai van 180 graden in het beleid van Belgrado. Volgens de ene was Milosevic te bang voor de gevolgen van de nieuwe, krachtiger houding van de internationale gemeenschap, voor nieuwe sancties en wellicht voor militaire interventie in Bosnië. Volgens de andere begon Milosevic' leerling, Radovan Karadzic, zijn leermeester te overtreffen, zowel in politieke status als in populariteit. Dat zou Karadzic tot een gevaarlijke rivaal maken in eventuele toekomstige 'puur-Servische' verkiezingen.

Deze twee overwegingen zijn niet onwaar of ongefundeerd - ze spelen beide mee in de nieuwe houding van Milosevic. Maar hun achtergrond en actieradius zijn veel dieper, hetgeen ernstige gevolgen heeft voor de toekomstige opstelling van alle betrokkenen bij het zoeken naar een oplossing. Natuurlijk zou Milosevic niet zijn wie hij is als er niet nog een ander element meespeelt in zijn overwegingen. Dat element heeft wellicht de doorslag gegeven bij zijn transformatie tot kersverse vredesstichter.

Het nieuwste economische programma heeft het leven van de burgers van 'klein-Joegoslavië' iets vergemakkelijkt. Maar dit kan niet verhullen dat de Servische en Montenegrijnse economie in puin ligt. Veel economen verwachten dat deze 'gouden tijd' in de herfst eindigt, waarna het verpauperde volk nieuwe ontberingen wachten. Dat hoeft echter niet noodzakelijkerwijs de belangrijkste zorg van de machthebbers te zijn. Er zijn de afgelopen twee jaar wel moeilijker perioden geweest zonder dat het beleid werd gewijzigd.

In feite voorspellen veel waarnemers dat de werkelijke problemen pas beginnen als de sancties worden opgeheven, waardoor aan het licht zal komen dat de economie zo goed als niet bestaat en bovendien zal blijken dat de lifeline van buitenlandse investeringen er niet komt. Het lijkt er dus op dat Milosevic er belang bij heeft dat ze niet worden opgeheven. Maar zijn drastische beleidswijziging wijst er wel op dat Milosevic wat 'zoethoudertjes' nodig heeft van de internationale gemeenschap. Als hij die niet tegen het eind van de zomer krijgt, loopt zijn positie weliswaar nog geen gevaar, maar zouden de beschuldigingen van extreme nationalisten dat hij uitverkoop heeft gehouden wel eens post kunnen gaan vatten bij een bevolking die oorlogsmoe is.

Wat betreft de militaire bemoeienis van het Westen is de grootste zorg van Milosevic niet dat de oorlog zich naar Servisch grondgebied uitbreidt door een 'besluit' van de contactgroep. Zijn zorg is eerder dat Servië, door zich strikt te schikken naar de megalomane eisen van de Bosnische Serviërs, door Karadzic kan worden gedwongen meer en directere hulp te verlenen, hetgeen zou kunnen leiden tot enige vorm van militaire strafacties van het Westen, bijvoorbeeld door bombardementen op 'strategische doelen' in Servië.

De Servische president heeft sinds 1987, toen hij partijleider werd, bewezen een meester te zijn in het machtsspel. Hij lijkt dat nu opnieuw te bewijzen. Daarbij gaat het niet, zoals gezegd wordt, om een confrontatie met Radovan Karadzic als mogelijke rivaal in eventuele 'puur-Servische' verkiezingen, noch om een confrontatie met de democratischer elementen in de Servische oppositie. Die 'grote' verkiezingen zijn nog heel ver weg en de oppositie heeft opnieuw bewezen te zwak, verdeeld en ongeorganiseerd te zijn om zelf een serieuze bedreiging te vormen. De greep van Milosevic op de belangrijkste media is nu sterker dan ooit.

De werkelijke strijd lijkt te worden uitgevochten tegen wat kan worden gezien als een meer radicaal 'oorlogsconglomeraat', waarvan delen van de Bosnisch-Servische leiding deel uitmaken dankzij hun - zoals de onafhankelijke media in Belgrado het omschrijven - oorlogswinsten en afpersingsbelangen in Servië (waar ze een belangrijke rol schijnen te spelen). Deze groepering omvat verder delen van Milosevic' regerende partij, de SPS, maar ook critici binnen de veiligheidsdienst en het leger, mogelijk ondersteund door de nationalistischer elementen in de oppositie (Seselj) en onder de intellectuelen (sommige leden van de Academie van Wetenschappen).

Milosevic bewoog zich al in de richting van een beleidswijziging voordat hij onlangs zijn grote beleidsbreuk uitvoerde. Eerst kwam het tot een 'openbaar schandaal' door onthullingen van een politieman die het had over bendevorming, corruptie, drugshandel en oorlogsbemoeienis onder de veiligheidsdiensten; hij noemde daarbij de namen van enkele hoge politie-functionarissen. Daarna kwam het tot een directe confrontatie met de leider van de Radicale Partij, Seselj, wiens parlementariërs in elkaar werden geslagen en uit het parlementsgebouw in Belgrado werden gegooid. Seselj werd zelf officieel Montenegro uitgezet wegens het houden van “opruiende en beledigende” openbare toespraken. En hoewel velen denken dat Seselj “uit de ring werd gegooid” omdat hij “teveel weet”, lijkt het eerder dat het probleem elders ligt: hij kan aantrekkingskracht uitoefenen op radicaal andersdenkenden in Servië als Milosevic' 'vredesinitiatief' misloopt.

Met al deze problemen had Milosevic ook zonder ommezwaai in zijn Bosnië-beleid kunnen afrekenen. Wat dus heeft zoveel extra gewicht in de schaal gelegd dat het tot de U-bocht is gekomen?

De sleutel lijkt op dezelfde plek te liggen waar de kern van het Balkan-probleem ligt: in de Servisch-Kroatische relaties en in de manier waarop die uiteindelijk worden opgelost. Milosevic lijkt ervan uit te gaan dat de moslim-Kroatische federatie in Bosnië in wezen een losse 'anti-Servische' coalitie is, die het op welk moment dan ook kan begeven als er zelfs maar geringe politieke druk wordt uitgeoefend. Als de Bosnische Serviërs volgens het nieuwe vredesplan van de contactgroep deel gaan uitmaken van de driehoeksvergelijking, zou Milosevic in staat zijn hun een beter eindresultaat te bezorgen. Daarmee verbetert ook zijn onderhandelingspositie ten opzichte van de andere 'sterke man' op de Balkan, de Kroatische president Franjo Tudjman. Milosevic rekent erop dat de Bosnische moslims - hoe wantrouwend zij ook staan tegenover de Bosnische Serviërs - tot elke prijs zullen proberen te voorkomen te worden vermalen tussen Franjo Tudjman en de Bosnische Kroaten. In een driehoeksverhouding kunnen de Bosnische Serviërs opnieuw de dominerende factor vormen.

Karadzic en degenen die hem steunen laten hun directe, huidige belangen zwaarder wegen dan Milosevic' lange-termijn-overwegingen. Om die reden is Milosevic begonnen die leiders eruit te gooien. Hij lijkt nu aan te sturen op een akkoord met de vice-president van de Bosnische Serviërs, Nikola Koljevic, als mogelijk opvolger van Karadzic. Daarvoor - en voor andere mogelijke veranderingen - heeft hij de steun nodig van het leger van de Bosnische Serviërs (opperbevelhebber Mladic zou onder diegenen zijn die moeten opstappen), maar ook die van de Kroatische Serviërs, van wie de ene helft het vredesplan lijkt te steunen en de andere helft het lijkt af te wijzen.

Het feit blijft dat Milosevic de kaarten op de Balkan opnieuw heeft geschud. Daarmee is hij er mogelijk eindelijk in geslaagd de zwart-wit-percepties in dit conflict te nuanceren. Niet dat hij erin is geslaagd zichzelf als 'goede ridder' van de Balkan te presenteren - dat is hij niet en dat zal hij ook nooit worden. Maar hij maakt wel duidelijk dat deze regio tenminste politiek een 'grijze zone' vormt, met alle ingewikkelde implicaties vandien. Dat zouden diegenen die een oplossing voor de lange termijn in Bosnië nastreven, altijd moeten bedenken.