Levensbeëindiging (2)

Is iemand die zichzelf verminkt of doodt strafbaar? Volgens de Nederlandse wet is dat niet het geval, omdat men er terecht van uitgaat dat iemand die dat doet, een zieke is en geen misdadiger. Nu zijn er mensen die in zo'n erbarmelijke toestand komen te verkeren dat ze hun dokter vragen om een einde aan hun leven te maken. Ook de dokter vindt die wens zeer begrijpelijk, maar het is heel moeilijk en mogelijk strafbaar om je eigen patiënt te moeten doden. De dokter komt dus in ernstige gewetensnood. De meeste patiënten weten ook dat hun arts in de problemen kan komen. Dan komt de vraag: waarom mogen wij een dier in dezelfde omstandigheden wel doden (bijv. een paard dat een been breekt of een hond met kanker) en een mens niet. Dat is omdat in elke beschaving de macht om te beschikken over leven en dood alleen de overheid toekomt, in laatste instantie het staatshoofd. In Nederland is de doodstraf gelukkig afgeschaft en ook het vak van beul. Maar het alleenrecht om te beschikken over leven en dood blijft aan de overheid. Vandaar dat ik de volgende procedure voorstel:

De arts die van zijn patiënt het dringende en aanhoudende verzoek krijgt om hem uit zijn lijden te verlossen en die dat verzoek ook zeer begrijpelijk vindt, vraagt aan het afdelingsbestuur van de Kon. Ned. Mij ter bevordering der Geneeskunst van zijn rayon twee artsen aan te zoeken, die de patiënt niet kennen. Deze artsen bezoeken de patiënt, bestuderen het medisch dossier en overleggen met de behandelende arts(en). Zij behoeven de patiënt niet te onderzoeken, want dat onderzoek is al in het dossier vastgelegd. Zijn zij, onafhankelijk van elkaar, eveneens van mening dat hier sprake is van een ernstig, uitzichtloos lijden, waarvoor geen goede behandeling mogelijk is, dan leggen zij dat ieder schriftelijk vast en overhandigen dat aan de raadsman van de patiënt. Deze moet een jurist zijn, ten eerste omdat deze ook een ambtseed heeft afgelegd en ten tweede omdat deze het beste in staat is zich met de rechterlijke macht te verstaan. De advocaat beschikt over de schriftelijke wilsuiting van patiënt (of mondeling als het schriftelijk niet meer gaat). De advocaat wendt zich met deze drie verklaringen tot het openbaar ministerie ter bekrachtiging van het 'vonnis'. Want dat is het toch. Het zal waarschijnlijk geen eenzame officier van justitie zijn, die hierover beslist, maar een klein college van juristen; het is een zwaarwegende zaak. En nu komt de logische consequentie: als een doodvonnis wordt bekrachtigd door de overheid, moet het ook door de overheid worden uitgevoerd. Dat betekent dat het beroep van gerechtelijke doodmaker (vroeger beul genoemd) weer moet worden ingevoerd. Deze man of vrouw krijgt de beschikking over de toxicologisch beste middelen en toedieningsvormen. Het middel wordt toegediend in het bijzijn van de arts, die volgens de Wet op de Lijkbezorging de dood moet vaststellen.

Hulp bij zelfdoding blijft dus strafbaar. De gebrekkige Euthanasiewet kan worden ingetrokken of vervangen. De arts behoeft zijn eed niet meer te schenden. De patiënt brengt met zijn hulpvraag zijn arts niet meer in verlegenheid. Het belangrijkste voordeel is dat de overheid een volledig inzicht krijgt in het euthanasiegebeuren. De mist die nog steeds hierover hangt, trekt op.