Kok prikkelt strijdlust sociale partners

DEN HAAG, 3 SEPT. Hoewel de regeringsverklaring van het kabinet Kok door sociale partners als “mat, saai en weinig vernieuwend” wordt gekenschetst heeft hij de strijdlust aangewakkerd. “Er valt weer te knokken,” zegt voorzitter J. Kamminga van het Koninklijk Nederlands Ondernemingsverbond (KNOV).

“Werkgevers zouden het cao-loon het liefst met twintig procent verlagen,” weet FNV-voorzitter J. Stekelenburg, “om in plaats daarvan een flinke resultaatafhankelijke beloning te geven die werknemers weer kwijtraken zodra het wat minder goed gaat met de onderneming waarin ze werken. Ik denk dat resultaatafhankelijke beloning een belangrijk thema bij de komende CAO-onderhandelingen wordt. Wat ons betreft komt die echter bovenop het bestaande vaste loon.”

Dat de werkgevers miljarden gulden aan lastenverlichting in de schoot krijgen geworpen zint Stekelenburg niets. “Werkgevers krijgen die lastenverlichting in de hoop dat het tot meer werk leidt,” zegt hij. “Als nu blijkt dat die werkgevers daar niets aan doen, vind ik dat het kabinet die lastenverlichting moet terugdraaien. Dat geld kan de overheid wel beter gebruiken.”

Een opmerking die bij werkgeversvoorman A. Rinnooy Kan in het verkeerde keelgat schiet. “Als het de FNV niet lukt om iets aan de onderhandelingstafel binnen te halen,” zegt de voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen grimmig, “proberen ze dat alsnog via de overheid te realiseren. Via Wallage heeft Stekelenburg geprobeerd de herverdeling van arbeid in de regeringsplannen opgenomen te krijgen. En ook niet toevallig verbond Wallage in het debat over de regeringsverklaring aan lastenverlichting de voorwaarde van banencreatie door werkgevers. Bolkestein zei terecht dat hij daar niets in ziet. Maar het is wel zorgwekkend. Die toonzetting van Stekelenburg en Wallage spoort niet met de verantwoordelijkheidsverdeling die het kabinet voorstaat.”

Vertegenwoordigers van boeren, christelijke werknemers en ambtenaren hebben het vooral op het kabinet gemunt. “Het kabinet wil de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet afschaffen,” zegt de voorzitter van de katholieke boeren en tuinders J. Mares. “Daar staat een vage zin achter dat zelfstandigen zelf maar een voorziening voor het risico van arbeidsongeschiktheid moeten treffen. Het fundament van de volksverzekering valt volledig weg en zelfstandigen staan in het zand.” Vice-voorzitter A.J. de Geus van het CNV gruwelt van de miljardenverschuivingen die onder leiding van Kok tot stand worden gebracht van sociale fondsen naar rijksbegroting. “De ziekenfondspremie van de werkgevers wordt volgend jaar overgenomen door de overheid,” zegt De Geus. “De overheid kiest er dus bewust voor om voor miljarden gulden in het ziekenfonds te participeren. Ik vind dat vreemd en vrees dat iets soortgelijks ook gaat optreden bij de volksverzekeringen AOW, AKW en AWW. Het gaat om veel geld. De overheid beschouwt deze volksverzekeringen als onderdeel van de rijksbegroting waarop driftig bezuinigd kan worden. De vorige minister van financiën was het grootste roofdier dat in Nederland ooit heeft rondgelopen. Hij heeft voor miljarden guldens verschoven. Ik zie daar nog geen einde aankomen en vind dat we daartegen moeten protesteren.”

“Wij laten ons niet naar de slachtbank voeren,” zegt secretaris X. den Uyl van de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP) strijdlustig. “We hebben vijftien jaar bezuinigingsbeleid achter de rug. Het overheidspersoneel is een kaalgeplukte kip. In armoede roept Paars nu dat bij ons nog 1,8 miljard gulden te halen is. Daar zullen we nog de nodige clashes over krijgen.”

Strijdlust alom dus. Is het niet tegen de natuurlijke onderhandelingspartner, dan is het wel tegen de overheid. Eigenlijk is alleen de voorzitter van het Koninklijk Nederlands Ondernemingsverbond (KNOV), dat op 1 januari met het NCOV samensmelt tot Koninklijke Vereniging MKB Nederland, J. Kamminga enthousiast over de uitstraling van het kabinet van PvdA, VVD en D66, maar zijn achterban krijgt dan ook vijfhonderd miljoen gulden en veel aandacht van het nieuwe kabinet. Terwijl Kamminga vrijdagmiddag in zijn bolide over de afsluitdijk scheurt teneinde op Texel een personeelsbijeenkomst van het KNOV bij te wonen juicht hij “de andere aanvliegroute” van het kabinet toe. “Natuurlijk hebben ook wij veel aan te merken op de inhoudelijke plannen van het kabinet,” zegt oud VVD-voorzitter Kamminga desgevraagd, “maar er is toch duidelijk sprake van een andere sfeer. Het is afgelopen met het achterkamertjes-gedoe en het handjeplak dat we kennen van twaalf jaar Lubbers. Geen voorgebakken compromissen meer, waarvan je achteraf telkens weer moest vaststellen dat je een oor was aangenaaid, maar een heldere verantwoordelijkheidsverdeling. We mogen zeggen wat we vinden, maar de overheid neemt uiteindelijk zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat klimaat maakt dat wij scherper moeten argumenteren om onze zin te krijgen. Ik merk dat nu al. Met wollige teksten kom je er niet meer. Dit is de tijd van argumentatie. Heerlijk. De overlegeconomie was verworden tot een dikke ondoordringbare mist. Als de fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer Jacques Wallage nu zegt dat werkgevers voor banen moeten zorgen, dan zeg ik hem glashelder dat ik daarover voor mijn achterban geen bindende afspraken kan maken. We kunnen het er wel over hebben hoe we werkgevers in het midden- en kleinbedrijf kunnen verleiden tot het aannemen van meer personeel.”

Bij FNV-voorzitter Stekelenburg kan het er nog steeds niet in dat werkgevers geen banen kunnen of willen garanderen. Tegenover al die “douceurtjes” in het regeerakkoord - “meer marktwerking, deregulering, flexibiliteit, vermindering administratieve lastendruk, lastenverlichting voor het bedrijfsleven, allemaal spekkie voor het bekkie” - mag volgens Stekelenburg toch best een tegenprestatie staan. “Werkgevers hebben grote moeite met het maken van afspraken over werkgelegenheid,” zegt hij. “Dan dreigen situaties te ontstaan zoals we die pas geleden nog bij Heineken zagen, waarin de werkgever arbeidsonrust afkoopt met meer loon, zodat er uiteindelijk van alle mooie werkgelegenheidsplannen niets terecht komt.”

Hij krijgt meteen lik op stuk van Rinnooy Kan: “Wij hebben in 1992 met de vakbeweging een centraal akkoord gesloten. Waar ruimte is voor loonstijging, zo hebben we zwart op wit vastgelegd, moet een deel van die ruimte worden aangewend voor werkgelegenheid bevorderende maatregelen. Wij staan daar nog steeds volledig achter. We vinden alleen dat de invulling van die afspraak een kwestie van maatwerk is. Dat laat zich niet centraal regelen.”

Daarmee is de rode lijn gegeven. De centrale filosofie achter het regeringsakkoord - “het herijken van de verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid” - daagt belangenorganisaties uit de eigen positie scherp af te bakenen en zich in te graven voor wat J. Kamminga van het KNOV aanduidt als “een harde, maar open confrontatie van standpunten”. Paars heeft meer losgemaakt dan de “weinig vlammende tekst” (de typering is van VNO-voorzitter A. Rinnooy Kan) van het regeerakkoord doet vermoeden.