Klem aan alle kanten (1)

Beleggingsfondsen komen en gaan. Bij de geboorte prijzen de ouders hun Fonds luidruchtig aan als een innovatie met een wetenschappelijke basis en altijd zijn er beleggers die deze verhalen slikken en direct hun knip opentrekken. Daarna wordt het stiller en moeten resultaten het gelijk van de bedenkers bewijzen. Dat lukt niet altijd.

Deze week overleden het vier jaar oude Environment Growth Fund (belegde in milieutechniek) van MeesPierson en de Ro-totaal Rekening van de Robeco Groep uit 1986. De markt (de deelnemers samen) trok zich terug uit de fondsen en gaf de doodsteek aan groen beleggen en een mix-formule die het risico verdeelde en 'inteelde' over zes Robecofondsen.

Oplettende deelnemers trokken zich wellicht tijdig terug, maar niet iedereen mag dit zomaar. Een lezer meldt zijn voornemen een hypotheek te nemen en daarbij een verzekering af te sluiten om de aflossing te betalen. Hij mag/moet de premies, naar eigen keuze, beleggen in tien fondsen en spaarrekeningen.

'Zie ik belangrijke zaken over het hoofd', vraagt hij. Vast een reactie: met die constructie zit men aan alle kanten klem. Dat is gunstig voor de drie bedrijven (bank, beleggingsfonds en verzekeraar) die dit produkt samen aanbieden, maar mogelijk niet voor de afnemer. Hoe werkt deze klem?

Kopers van een (eigen) huis die een hypotheek nemen om het te betalen, zich verzekeren om deze lening af te lossen en de verzekeringspremies zelf beheren door ze in beleggingsfondsen te stoppen, krijgen in één klap te maken met vele problemen in hun persoonlijke financiële planning (PFP). Ze staan er in hun eentje voor en moeten alles binnen enkele weken oplossen. De kans op een minder gunstige beslissing is derhalve groot.

Welke factoren spelen een rol? Allereerst het huis. Wie koopt moeten handelen als een belegger en investeren in onbelaste waardegroei van het onroerend goed en zich niet laten haasten door een vervelende verkoper of makelaar.

Zo'n fraai middel om vermogen te vormen kan dienen als woning, kantoor, praktijk- of bedrijfsruimte en ook spaarkous voor de oude dag, een vorm van extra aanvullend pensioen. Vanaf 40, 45 of 50 jaar, moet men daar rekening mee gaan houden.

Dan de hypotheek. Hoewel de rente van banken, verzekeraars en anderen uitleners wekelijks wordt gepubliceerd, letten mensen niet op de verschillen, maar kiezen vaak voor een vertrouwde naam. Soms in hun nadeel. Bij een verschil van zeg 0,6 procent (zelf te betalen rente) scheelt dat op een ton hypotheek 600 gulden rente per jaar en 18 duizend in dertig jaar, indien men pas aan het eind van de looptijd alles tegelijk aflost.

De aflossing ineens kan komen uit: de verkoop van een huis, een levensverzekering die voldoende kapitaal bij overlijden of leven uitkeert of eigen middelen. Met die verzekering plus bijkomende fiscale faciliteiten nemen de complicaties toe.

Wie kiest voor vertrouwd krijgt haast ongemerkt de verzekering die de gelduitlener of bemiddelaar graag afsluit. De onervaren koper, lener en verzekerde komt ogen, oren en hersenen tekort tijdens de beslissende gesprekken. Dit leidt niet altijd tot de gunstigste combinatie van hypotheek en verzekering; bekend als verbeterde levenhypotheek (spaarhypotheek) of traditionele levenhypotheek. Bij de eerste is de rente van de verzekering (die mede de slotuitkering bepaalt) steeds gelijk aan de rente van de hypotheek. De tweede kent als regel geen koppeling.

De genoemde lezer overweegt een aflossingsvrije lening van 150 duizend gulden plus verzekering die belegt in fondsen. Hij mag gratis heen en weer van het ene fonds naar het andere. Daarmee is hij - behalve belegger in (eigen) onroerend goed, geldlener en verzekernemer - nu ook fondsbelegger in aandelen, obligaties, vastrentende waarden en spaargelden.

Het zal duidelijk zijn dat slecht presterende fondsen die onder verzekeringen hangen kunstmatig lang kunnen blijven bestaan, want de vrije deelnemersmarkt werkt niet of slechts met vertraging in op het voortbestaan.

Met de verzekering maakt hij 150 duizend gulden van de thans geldende fiscale vrijstelling (uit kapitaalverzekeringen) van 220 duizend maximaal op. Terwijl koerswinst op beleggingen al onbeperkt vrij van belasting is. Tevens moet de verzekering 15 tot 20 jaar, minimaal, doorlopen om de vrijstelling binnen te halen. Voortijdig opzeggen betekent fiscaal nadeel. Je moet dus ook nog beslissen over het opsouperen van de eenmalige vrijstelling. Hoe en wanneer?

De lezer voelt niet voor het verzekeringsjuk, maar wil direct beleggen in fondsen. Zijn de voor- en nadelen van het doe-hetzelven uit te rekenen?(Wordt vervolgd)