Hollands Dagboek

D66-er Aad Nuis (61) werd in zijn eerste week als staatssecretaris van cultuur geconfronteerd met dramatische bezuinigingen. Nuis studeerde politieke en sociale wetenschappen en werkte aan de universiteiten in Amsterdam en Groningen. Als freelance journalist schreef hij vaak over literatuur; in 1986 kreeg hij de Pierre Bayleprijs voor de kritiek. Sinds 1981 was hij afwisselend lid van de Eerste en de Tweede Kamer. Hij is getrouwd met Ellen Beek.

Woensdag 24 augustus

Om half zes achter mijn schrijftafel, wat vroeg is, maar niet bijster vroeg. Al jaren sta ik op om die tijd of eerder als er iets moet worden opgeschreven dat nauw luistert. En wat er ook de laatste dagen is veranderd, mijn leven blijft vooral nadenken met een pen in de hand. Vanmorgen gaat het om krabbelen aan stukjes tekst voor de regeringsverklaring en aantekeningen voor een speech bij de kennismaking met de ongeruste mensen van Culturele Zaken in Rijswijk.

Het is mijn derde dag als staatssecretaris. De eerste was vol ontspannen protocol, van de beëdiging op Huis ten Bosch tot de Trêveszaal onder televisielampen. De tweede begon op gewoon werken te lijken, want werk is er meteen wel aan de winkel: er is minder dan een week om te formuleren wat we willen, en naar de Kamer te gaan met een verklaring èn een begroting die iets van nieuw beleid verwoordt. Het gewone inwerken, persoonlijk kennismaken met medewerkers en tegenspelers, het vinden van de weg in een vreemd pakhuis vol mensen en papier, moet grotendeels worden opgeschoven tot daarna.

In de kantine van WVC is de stemming heel anders dan eergisteren bij de personeelsbijeenkomst in Zoetermeer. Daar kregen de mensen onverwacht een vertrouwde minister terug, hier zijn ze hun minister kwijt en lijkt alles plotseling onzeker. Ik voel me een beetje de Rattenvanger van Rijswijk, en zeg dat ook. De eerste schrik lijkt trouwens wat weggeëbd, hier en daar worden ook al positieve kanten gezien. En veel gezichten zijn vertrouwd, dat scheelt.

's Avonds eerst naar Buitenlandse Zaken, dan naar de Haagse voorpost van OCW op de Prinsessegracht. Op het eerste adres zijn de D66-bewindslieden bijeen, een opgewekt gezelschap, zeer vertrouwd, al zijn er bij die ik nauwelijks ken. Het komt door de sfeer van alerte chaos, van hard werk en vrolijkheid.

Tommel zegt dat hij in een bloemenwinkel woont. De hartelijkheid van vrienden, bekenden en onbekenden is inderdaad overstelpend.

Donderdag

Op de Prinsessegracht gisteravond was de stemming even ijverig, maar bedrukt. Jo Ritzen en Tineke Netelenbos zaten alweer met onze bestuursraad bijeen toen ik binnenkwam, verwikkeld in een taai gevecht met de begroting. Dat gevecht gaat niet om de woorden - we weten heel goed waar we heen willen - maar om de cijfers. Er hangen ons, vooral bij het hoger onderwijs, dreigende aanslagen boven het hoofd. Hoe lossen we dat op zonder schade voor het onderwijs, en zo dat de noodzakelijke vernieuwing ons niet bij voorbaat uit handen wordt geslagen?

Met cultuur heb ik ook een probleem, maar dat lijkt minder acuut. Het komend jaar is er niets aan de hand, daarna lopen de oude en nieuwe bezuinigingstaakstellingen zorgwekkend op, maar daar stelt het regeerakkoord intensiveringen tegenover. Jammer alleen dat die nog niet definitief worden toegewezen. Volgend jaar wordt dat een hard gevecht.

Vandaag gaat het plussen en minnen onverdroten voort. Daartussendoor leer ik hoe de telefoon hier werkt, hoe de dossierstroom loopt, waar je parafen zet. Ik pas een reeks automerken, want dienstauto's zien er wel groot en gewichtig uit, maar met mijn lengte zit mijn hoofd in de meeste al gauw klem tegen het plafond. In de trein had ik dat niet - behalve bij het opstaan in een dubbeldekker.

Vrijdag

Ellen gaat een weekje naar Haamstede met de jongste dochter. Het was al lang afgesproken, we vreesden toen al dat ik niet mee zou kunnen. De slepende formatie heeft elke vakantie onmogelijk gemaakt. Nu het zover is, vinden we het vreemd: we doen alles samen, en juist deze week even niet.

Ze heeft voor de aardigheid gisteren ook dagboek gehouden: voor haar een gewone dag, maar veel voller met wezenlijke werkjes dan de mijne. Ik besef dat ik de komende week, met de huiselijke zorgen erbij, een dubbele baan heb. En hoezeer ik, omgeven door secretaresse, kamerbewaarders, chauffeurs en anderen, voortdurend ben ontheven van het tijdrovende dagelijkse ongerief.

Dat kan je trouwens knap hulpeloos maken, zeker als je nog niet vlekkeloos in het systeem bent opgenomen. Toen ik vanmiddag onverwacht snel klaar was op het Binnenhof en mijn chauffeur zocht, bleek ik geen telefoonnummers bij me te hebben. Na veel vruchteloos rondbellen hoorde ik een sonore stem zeggen: “Blijft u aan de lijn. Ik verbind u zo snel mogelijk door met de dienstdoende arts”. Ik mag wel oppassen.

's Middags blijk ik gelukkig een verhoogd bureau te hebben gekregen. Heel goed voor mijn rug, al klopt de stoel nog niet helemaal. In een rustig moment tussen spoedstukken en afspraken zet ik de CD op die mij vanmorgen, toen ik de deur uitkwam, door een meisje van muziek- en dansgroep Pandora in mijn handen werd gestopt. De serene wereldmuziek van Jan Erik Noske spoelt als een douche om me heen. Het bureau is nu ook zo neergezet dat ik naar buiten kan kijken. Veel meer dan lucht zie ik niet, maar alles is veel voor wie niet veel verwacht.

Zaterdag

Vandaag is het zeer vroeg dag, want er moet geschaafd worden aan een even belangrijk als omvangrijk stuk. Om acht uur ben ik ver genoeg gevorderd om naar Zoetermeer te trekken, waar ik met die klus een aantal mensen overwerk bezorg. Om twee uur kunnen we uitblazen. Thuis is Peter, de schilder, nog steeds bezig het sleetse trappenhuis in een glanzende ruimte te veranderen. Het moet af zijn als Ellen terugkomt.

Zondag

Naar Antwerpen om de Taaluniepenning uit te reiken aan Elie Nieuwborg, de man achter de diploma's Nederlands als vreemde taal. Dat gebeurt op een congres van Neerlandici. Veel bekenden, veel gesprekken over de herstructurering van het hoger onderwijs. Mijn eerste officiële handeling speelt zich af op bekend terrein.

In de auto werk ik aan een tweede versie van het stuk van gisteren. Het wordt laat. Een beetje geërgerd lees ik het zoveelste artikel waarin op gezag van Bolkestein wordt aangenomen dat Van Mierlo en D66 geen rol van betekenis hebben gespeeld in de onderhandelingen. Wat bezielt Bolkestein toch? Ik heb voldoende met de neus op de formatie gezeten om te weten dat we hier zacht gezegd te maken hebben met een singuliere perceptie van de werkelijkheid. Maar het vreemdste is dat hij zulke uitlatingen doet over een partner in een besloten gesprek; zo'n eenzijdige en oncontroleerbare openheid hoort niet echt tot de goede manieren, lijkt mij.

Maandag

Relatief rustige dag. Advies gekregen om in een bepaald geval met de Eerste Kamer om te gaan op een manier die me als oud-senator niet bevalt. Anders beslist.

Dinsdag

De eerste crisis is een feit: door een bericht in Trouw spatten de minnen voor Cultuur - zonder de plussen die voor meer dan compensatie moeten zorgen volgens de intentie van het regeerakkoord, en die door de gekozen systematiek voor de volgende jaren nu eenmaal niet precies hard te maken zijn. Er begint een koortsachtig gevecht achter de schermen om meer zekerheid in de regeringsverklaring. Daar moet hier over gezwegen worden vanwege de vertrouwelijkheid en ook omdat ik zelf niet alle zetten en spelers kan herkennen in de schemering. In elk geval is er een fikse tegenwind, omdat ik nu garanties vraag die anderen ook niet krijgen, en omdat er een suggestie is ontstaan van doorgestoken kaart.

Het tempo van werken loopt nog op: de agenda raakt in de war. In de consternatie verlies ik een knoop van mijn jas, wat haast al te symbolisch is. Ik probeer de knooploze plek buiten het zicht van de camera te houden.

Woensdag 31 augustus

11.45 uur: Kok spreekt het verlossende woord. Het kabinet maakt zich sterk om de cultuur 'niet in de min' te laten eindigen. Een beetje zuinig en met kleine slagjes om de arm nog, maar de strijd om meer kan nu in de komende weken en maanden op grond van inhoudelijke en weloverwogen argumenten worden gevoerd, zoals ook het oorspronkelijke plan was.

De eerste crisis is achter de rug. Morgen komt Ellen thuis. Zaterdag neem ik een dag vrij, in dit vakantieloze jaar is alles meegenomen.