Hoe moet het eigenlijk; Tuin bij nieuwbouw

Wie een huis in aanbouw koopt zal zich niet direct het hoofd breken over de inrichting van de bijbehorende grond. Op de tekeningen van de verkoopbrochure was die grond bovendien al omgetoverd in een tuin met mooie planten en wierpen volgroeide bomen zachte schaduwen over het groene wijkje. De harde werkelijkheid is heel anders. Een eerste stap over de drempel confronteert de kersverse bewoner onmiddellijk met de buren. Ongegeneerd kijkt hij in andermans keuken of woonkamer en de erfscheiding bestaat op haar best uit een paar houten paaltjes verbonden door ijzerdraadjes. En omdat we in Nederland nu eenmaal meer binnen dan buiten leven, ligt het voor de hand dat na een dure verhuizing de tuin het laatst wordt aangepakt.

Wat zijn de mogelijkheden? Alles laten opknappen door een tuinarchitect is het duurste, maar op den duur misschien wel het voordeligste alternatief. De architect kan in het ontwerp veel lelijks wegwerken - zoals vuilniscontainers - en visuele trucs toepassen waardoor kleine tuinen groter lijken (ontwerp- en aanlegkosten voor een tuin van plm. vijftig vierkante meter tussen ƒ 4.000 en ƒ 10.000). Er zijn ook hoveniersbedrijven die staan te trappelen om behalve de aanleg - wat hun vak is - ook het ontwerp te maken. De resultaten zijn te zien in de kersverse tuintjes in Rotterdamse nieuwbouwwijken. Het zijn ware uithangborden van winkels in tuinartikelen. Bruggetjes, vijvers, watervallen, fonteintjes en uiteraard ook pergola's, dit alles in één tuin van pakweg vijf bij tien. Alle wensen van de tuineigenaar - en nog meer - zijn door de hovenier vervuld. Er zijn natuurlijk ook hoveniersbedrijven die prachtige tuinen maken, maar wees gewaarschuwd!

Zelf aanleggen is goedkoper, maar tijdrovend. De onervaren tuinier kan het beste eerst in de boeken duiken en daarvoor te rade gaan bij een goed gesorteerde boekhandel. Een slimme nieuweling laat zich niet verleiden door plaatjes van parkachtige tuinen als de eigen tuin het formaat heeft van een kippenren. En wie twee linkerhanden bezit doet er verstandig aan ook een dik handboek te kopen met praktische raadgevingen.

Het oppervlak van een nieuwbouwtuin leent zich in de regel eerder voor een fusie met de buren dan voor een afscheiding, maar onze behoefte om en famille te barbecuen zal het zeker winnen van de toenadering tot de omwonenden. Met een schutting of hek (al dan niet met klimplanten) is de scheiding snel gerealiseerd. Het komt de verhouding ten goede als een en ander in overleg gebeurt met de nieuwe buren: in het gunstigste geval zijn beide partijen tevreden voor de helft van het geld.

Een haag planten is een andere mogelijkheid, al duurt het een paar jaar voor je ongezien de tuin in kan. Dit verklaart wellicht de onbegrijpelijke populariteit van de snelgroeiende coniferenhaag die te pas en vooral te onpas wordt aangeplant. De argeloze tuinbezitter beseft niet dat hij over vijf jaar krachttoeren moet uithalen om die steile groene muur onder controle te houden. Het is een terugkerend dilemma. Snelle groeiers zijn goedkoop, maar al gauw onstuitbaar. Langzame groeiers zijn in verhouding duur en het vergt jaren voor ze groot zijn. De 'nieuwbouwwijken' uit de jaren zeventig zijn tekenend voor onze vaderlandse kruideniersgeest. Een enorme vuurdoorn naast de deur en in de tuin brede ligusterhagen en een uit zijn krachten gegroeide blauwspar, lariks of berk. Wat mij betreft verdient de eerste projectontwikkelaar die een wijkje aflevert mèt een aantal volwassen straatbomen, een aanmoedigingsprijs. De nieuwe tuinbezitters kunnen zich dan concentreren op de keuze van geschikte struiken.

Slechte grond vormt het grootste struikelblok in de nieuwbouwwijken. De aannemer moet volgens het bestek de grond schoon opleveren (dat wil zeggen dat er geen bakstenen of betonvlechtmatten meer mogen rondslingeren), inclusief een laagje zwarte aarde. Daaronder ligt dan vaak een keiharde laag bouwpuin en zand, die de slappe veengrond nog eens samenperst. Dat wordt een ondoordringbare laag voor de wortels van bomen en struiken. Het best kan begonnen worden met een gedegen grondanalyse (er zijn hierin gespecialiseerde bedrijven). Het is trouwens niet ondenkbaar dat een paar meter grond zal moeten worden afgegraven.

Paden, trappen en terrassen hebben ook een goede ondergrond nodig. Tegen het verzakken - een euvel in de meeste nieuwbouwwijken op veengrond - wordt soms piepschuim (brrr!) of speciaal doek aangebracht onder de verharde gedeelten van de tuin. Speur in eigen omgeving naar ervaren stratemakers die willen bijklussen, want beginnersfouten komen na een paar jaar onherroepelijk aan het licht.

Een verstandige tuinier stopt geen zeeën van tijd in het beplantingsplan. Het is zinloos een gedetailleerde lijst te maken van aantallen en soorten plantjes, want na een paar jaar blijken de meeste ongeschikt voor de tuin, te hoog of te laag voor de gekozen plek, of zijn ze gesneuveld in een te natte zomer of te strenge winter. Beter is het wat meer energie te steken in de keuze van (kleine) bomen of grote struiken. Er zijn esdoorns en magnolia's (en zelfs een kleine eik, de quercus pontica) die hun afmetingen aardig onder controle weten te houden. Een goede boomkweker is altijd bereid deskundig advies te geven.

In dit stadium is het verstandig op visite te gaan bij doorgewinterde tuiniers in de vriendenkring. De kans is groot dat ze wat van hun eigen planten willen afstaan. Dit levert een geweldigde tijdwinst op, de afgestoken of gescheurde planten geven de tuin sneller een volwassen aanzien dan de babyplantjes van de kwekerij. De overige planten kunnen bij de kwekerij worden aangeschaft en wie inmiddels door de tuinkoorts is bevangen staat een grote hoeveelheid zakjes zaad van leuke eenjarigen ter beschikking. Tot slot verdient een goede tuin een geduldige tuinier, want het duurt een aantal jaren voor het beoogde resultaat is bereikt. Wie inmiddels de moed heeft verloren geef ik het volgende recept: zaai alleen twee of drie zakjes weidebloemmengsel en je buren zullen verrast opkijken!