Het Twentse bolwerk en de sleepcorner van Bram Lomans; EHV en Push debuteren in de hoofdklasse hockey

Morgen begint de competitie in de hoofdklasse hockey. Bij de mannen doen er twee debutanten mee. EHV uit Enschede (opgericht in 1935) en Push uit Breda (1934) speelden nog nooit eerder op het hoogste niveau. Hoe gaan ze het voor elkaar krijgen om te blijven waar ze nu zijn?

EHV-coach André Geers spreekt van “het Twentse bolwerk”. “Als onze tegenstanders via de A1 naar Enschede komen rijden houdt de snelweg ineens op. Dat zullen ze niet leuk vinden. Ik kom zelf ook uit het westen en weet wat ze voelen. Dan krijgen ze toch even een dompeltje. Daarom zullen ze het bij ons zeker niet makkelijk krijgen.”

Push-coach Antoine 'Toon' Siepman ziet de onbekendheid met zijn team bij de andere hoofdklassers als een voordeel. De opponenten zullen vooral versteld staan van de strafcorner van Bram Lomans. Die maakte afgelopen seizoen in de overgangsklasse liefst 34 doelpunten, het merendeel via de corner. Maar kan Loomans het ook op het hoogste niveau? “Bij Jong Oranje maakt hij ze ook”, zegt Siepman. “Hij heeft een perfecte sleepcorner. Die is misschien nog niet zo hard als die van Taco van den Honert, maar wel heel erg zuiver.”

Naast het noodzakelijke optimisme is er bij de debutanten ook het besef dat het heel zwaar gaat worden. “In principe degradeert elke nieuwe ploeg uit de hoofdklasse”, stelt Siepman nuchter vast. De ervaring leert inderdaad dat de meeste gepromoveerde clubs er na een jaar weer uitvliegen. Het meest recente voorbeeld is dat van Victoria. De trainer-coach, graaf Walrum van Limburg Stirum, wist vooraf te vertellen dat zijn ploeg het zeker zou redden, maar uiteindelijk eindigden de Rotterdammers met acht schamele puntjes stijf onderaan.

De coaches van EHV en Push zijn gewaarschuwd en doen niet aan grootspraak. Ze weten dat hun teams op het gebied van ervaring en speeltempo een achterstand hebben op de concurrentie. Bovendien heeft Siepman tijdens de voorbereiding geconstateerd de keepers in de hoofdklasse veel beter zijn dan die in een klasse lager. “In de overgangsklasse stonden ze maar een beetje vliegen te vangen. Maar in de hoofdklasse hebben ze veel meer kijk op de push van Bram.”

EHV werd vorig jaar slechts door een beter doelsaldo kampioen, maar in de andere overgangsklasse eindigde Push met tien punten voorsprong bovenaan. “We boekten wonderwel enorme resultaten”, blikt Siepman terug. “We trainden niet eens zo veel. Dat was een probleem met veel werkende spelers in de selectie. Maar de tijd die we hadden hebben we besteed aan de organisatie binnen het team en dat werkte uitstekend. Hieruit blijkt dat het niet noodzakelijk is om spelers af te raggen.”

Siepman en Geers hebben beiden wel enige ervaring op het hoogste niveau. Geers was trainer-coach in de vrouwenhoofdklasse bij Hilversum en Siepman assisteerde bij Tilburg Harrie Delmee. Bij EHV beschikt men bovendien over Hendrik Jonker, een ouwe rot uit de regio, die toekomstige tegenstanders bekijkt en in de omgeving talenten zal scouten. Siepman kan bij Breda niet terugvallen op dergelijke hulp. “Ik ben er eigenlijk niet van op de hoogte, wat er bij ons in de regio aan de hand is. Ik zou blij zijn met iemand die de omgeving kan afstropen.”

Voor beide clubs is het belangrijk dat ze een blijvertje worden op het hoogste niveau. Dan wordt het, zeggen de twee coaches, pas echt interessant. Want dan zullen ze automatische aantrekkingskracht uitoefenen op talenten uit andere delen van het land. “Push zuigt nu nog geen mensen naar zich toe”, constateert Siepman. “Hockey doe je bij ons in de regio in principe bij Breda.”

Collega Geers zou graag zien dat er in de toekomst op de universiteit in Enschede jonge hockeyers komen studeren om tegelijkertijd bij EHV in de hoofdklasse kunnen spelen. Daarbij kan de Stichting Tophockey Twente de club behulpzaam zijn. Deze businessclub, waarvan zestig leden à 2.500 gulden per jaar lid zijn, zet zich onder meer in om voor goede hockeyers die voor EHV willen komen spelen stageplaatsen en banen te regelen.

Zo ging in de hockeywereld onlangs het gerucht dat EHV het Duitse kanon Carsten Fischer had aangetrokken. “Ik weet”, aldus een lachende Geers, “wel hoe dat komt. Fischer (een arts, red) heeft stage gelopen op de universiteit in Enschede. Daardoor is dat verband gelegd, maar er is geen contact tussen hem en ons geweest. Waarom zou hij ook bij ons willen spelen? Hij woont niet in de buurt of zo. De afstand tussen Enschede en het gebied met de beste Duitse clubs is net zo groot als Enschede-Amsterdam.”

Een saillant feit is dat de twee debutanten in de hoofdklasse onderling een bijzondere band met elkaar hebben. Die is ontstaan in de tijd dat EHV en Push bij elkaar in de competitie speelden. Twee seizoenen geleden misten beide clubs net de promotie toen Push tweede werd en EHV derde. Tijdens de afgelopen competitie hadden Geers en Siepman zeer regelmatig contact en wisselden zij ervaringen uit. Ook werd er ondanks de ongeveer 250 kilometer tussen de twee complexen tegen elkaar geoefend. In de aanloop op deze competities speelden ze zelfs al twee keer een onderling duel.

“Het contact zal goed blijven”, weet Siepman. “Maar ik denk dat we niet meer in details zullen treden met onze informatie. We zijn nu toch concurrenten van elkaar. Het zal al heel wat zijn als één debutant zich zal handhaven, laat staan twee.”