En passant

ER WAS VEEL aan de hand de afgelopen week. De IRA nam formeel afstand van geweld, het Nederlandse kabinet presenteerde zichzelf in de Tweede Kamer en Nordholt moet voortaan niet meer zoveel praten. Dat is allemaal niet gering. Toch blijft het enigszins bizar dat tussen alle bedrijven door het nieuws over de inbraken in Amsterdam met een routineuze terloopsheid is ontvangen, als ging het om zomers botulisme, geluidsoverlast of een carpool-klucht. Een paar ochtendpraatjes van verontruste Kamerleden voor de radio, een ontspannen reactie van het parket en dan weer over naar het volgende onderwerp.

Alles went. Toch zijn het zelfbewustzijn en de brutaliteit van sommige criminelen inmiddels dermate groot dat er dingen gebeuren die in de meeste landen tot golven van verontrusting zouden leiden of anders hooguit behoren tot het rijk van de speelfilm. Er worden in een maand tijd inbraken gepleegd bij de hoogste vertegenwoordigers van het openbaar ministerie in de hoofdstad. Ook een officier van justitie en een paar rechercheurs krijgen nachtelijk bezoek en op het kantoor van de politiebond wordt een kijkje genomen.

DIT ALLES GEBEURT een paar maanden nadat criminelen enkele schakelkasten van de PTT op hun systeem hebben aangesloten teneinde telefoonverkeer af te tappen. Natuurlijk, inbraken gebeuren en de pakkans is helaas niet groot genoeg om het alleen daarvoor te laten. Toch is het nogal laconiek om vervolgens te besluiten dat hoge politiefunctionarissen voortaan wat voorzichtiger moeten omspringen met hun floppies en diskettes.

Natuurlijk, voorzichtige omgang met floppies is altijd verstandig. Maar wat na een kleine week zo opvalt, is dat overigens niemand erg geschrokken is. Geen spoedberaad, geen sirenes, geen persconferenties. Resteert de verzuchting, ach, het zijn me de schurken wel, die criminelen van vandaag de dag.