Dolle Dinsdag

Het nieuws van de geallieerde bevrijding van Breda dat Dolle Dinsdag veroorzaakte, was de grootste canard uit de geschiedenis van de radio. De Duitsers in het bezette Nederland raakten erdoor in paniek, hun trawanten van de NSB vluchtten met alles wat ze konden meenemen en heel Nederland stak de vlag uit, ter verwelkoming van het Britse Leger, dat volgens de nieuwsuitzending van Radio Oranje van maandagavond 4 september 1944 die middag “de Nederlandse grens” had “overschreden”. Het bericht werd in de nieuwsuitzending van dinsdag 5 september herhaald en overgenomen door de graadmeter van de journalistieke onfeilbaarheid, het One o'Clock News van de BBC. Maar aan het eind van de dag was er nog steeds geen Engelsman te bekennen geweest en aan het eind van de volgende dag evenmin. Breda was niet bevrijd, het Dertigste Legerkorps had zelfs nog niet de Nederlandse grens bereikt, en het bericht dat de aanleiding van de voorbarige vreugde onder de Nederlandse bevolking was geweest, bleek uit de lucht te zijn gegrepen.

Het was ontstaan uit de optelsom van hearsay, verkeerd begrepen communiqués en onoplettendheid van de censuur, die meende dat de Nederlandse regering wel wist wat er in haar land gebeurde. Het had heel goed waar kunnen zijn, want Parijs was zojuist bevrijd, evenals Brussel. Maar het was alleen niet waar. Canard, aldus de Grote Van Dale, “is een loos of verzonnen bericht, vooral in kranten, fopperij”.

De geschiedenis vertelt niet wie al die verwarring op z'n geweten had en waar het nieuws vandaan was gekomen. H.J. van den Broek schreef in zijn Geschiedenis van de Nederlandse radio in Londen: “Het zal eeuwig een raadsel blijven, hoe de bevrijding van Breda, op Maandag 4 September 's avonds, door alle Britse pers- en voorlichtingsorganen - BBC incluis - als vaststaand feit werd aangenomen” (Hier Radio Oranje, Vijf jaar radio in oorlogstijd, Amsterdam z.j.; p. 264). Van den Broek (de vader van de Nederlandse commissaris in Brussel, Hans) was de chef van Radio Oranje, die het nieuws met een traan in zijn stem voor de microfoon van de volgende commentaar voorzag: “Luisteraars, het is zó mooi, het is zó ontzagwekkend (...) dat we ons zo nu en dan de ogen willen uitwrijven en onszelf in de armen knijpen om te weten of het heus waar is” (L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dl 10a, p. 247).

Uit die woorden blijkt dat Van den Broek het zelf niet helemaal geloofde. In zijn concept voor de radiotoespraak van minister-president Gerbrandy had hij geschreven: “Nu de Geallieerde legers, in hun onweerstaanbare opmars, de Nederlandse grens naderen, wil ik ....”, maar Gerbrandy had 'naderen' gewijzigd in 'bereikt hebben'. Van den Broek had zijn zo voorzichtig mogelijk geredigeerde zin niet zonder meer opgegeven, maar hij was gezwicht voor de stelligheid waarmee Gerbrandy zijn wijziging motiveerde. De minister-president had het uit de beste bron: “van onze eigen mensen in Breda, die met Geallieerde troepen in direct contact geweest zijn”. Voor de zekerheid “hebben we onze inlichtingen vergeleken met die van de Engelsen en ze kloppen precies”.

De bron van die inlichtingen was weliswaar niet meer dan de eigen geallieerde geruchtenmachine, maar het was niet moeilijk te achterhalen hoe die geruchten waren opgewaardeerd. Gerbrandy's stelligheid steunde op een bericht dat hij van het eigen Bureau Inlichtingen (de voorloper van de BVD) had gekregen, die het weer van een medewerker in Breda had. Vast staat dat deze 'eigen man' een patrouille van een Britse verkenningsafdeling had gesignaleerd. Niet vast staat dat waar hij deze Engelsen had gesignaleerd. De Britse ochtendbladen van 5 september gaven uitgebreide uittreksels uit de toespraak van Gerbrandy, waaraan zij onder voorpaginabrede koppen de bevestiging ontleenden dat de Geallieerden Nederland hadden bereikt. Dat deed ook de BBC en omdat de BBC het nieuws van Breda bracht, ging Radio Oranje nog een volle dag daarna weer af op die onverdachte bron.

De vraag waarop nog antwoord moest komen was of 'onze eigen man in Breda' (agent dan wel informant van de Nederlandse inlichtingendienst) gedroomd had of een echte, vooruitgesnelde Britse verkenner had gezien. De verklaring die de van oorsprong Nederlandse ruimtevaartgeleerde Tom Gehrels van het Space Sciences Instituut van de Universiteit van Arizona daarvoor geeft, schijnt mij niet onaannemelijk toe. Gehrels, die op Dolle Dinsdag door geestdrift gedreven van zijn woonplaats Heemstede naar Breda fietste maar geen enkele geallieerde zag, hangt op grond van onderzoek dat hij in 1992 onder oudere bewoners van Breda en omstreken heeft gedaan, de theorie aan dat de informant van Gerbrandy e.t.q. zich in de naam van Breda heeft vergist. Hoewel de geallieerde opmars niet noordelijker was gekomen dan Merksem, dat op 60 kilometer van Breda ligt, is de associatie met Breda volgens hem wellicht te verklaren uit het feit dat de naam Breda vrij veel voorkomt in Merksem. De Breda baan begint ten noorden van het Albertkanaal en verder bevond zich daar (nog steeds) een herberg genaamd 'Breda', die heel goed kan zijn gebruikt in de militaire positieberichten. In dat geval betekende 'Breda bereikt' waarschijnlijk: motor tegen de boom gezet om een pintje te nemen.