Che op stap

Ernesto Che Guevara: Op de motor door Latijns Amerika. Dagboek van een reis

168 blz., Van Gennep/Libertas 1994, vert. Arie Sneeuw (Che Guevara, 1951), ƒ 29,50

Een vrolijke student maakt met een vriend een rondreis door Latijns Amerika en houdt een dagboek bij. Niets bijzonders, maar de details maken dit ruim veertig jaar later tot een bijzondere reis. Het jaar: 1951. Het vervoermiddel: de motor van Alberto. Het doel: de VS. De student: Ernesto Guevara.

El 'Che' zoals hij later genoemd zou worden ('che' is een Argentijns stopwoord) was student medicijnen, verliefd en avontuurlijk ingesteld. Het plan voor de reis kwam spontaan tot stand, de tocht was een improvisatie zonder geld. De twee vrienden gaven zich uit als lepra-experts, ze ritselden onderweg voedsel en onderdak, ze werkten wat als hun geld op was, ze versierden plaatselijke schonen, werden dronken, leden honger en slaapgebrek, maar met hun Argentijnse brutaliteit hadden ze meestal geluk. Alleen met de motorfiets hadden ze pech. La Poderosa (De Machtige) zoals het gevaarte heette, begaf het na de tocht over het Andes-gebergte. Over de motor wordt niet veel meer verteld dan dat deze voortdurend kapot ging en dat de berijders geregeld onderuit gingen. Twee maanden na het vertrek is de titel van Guevara's reisverslag Op de motor door Latijns Amerika achterhaald. Ernesto en Alberto zijn dan in midden-Chili - en de lezer op pagina 51. De rest van de reis gaat per vrachtauto, bus, boot, vlot en vliegtuig.

De reis was het begin van Guevara's zwerftochten door Latijns Amerika. Eind 1952 was hij aanwezig bij de revolutie in Bolivia, in 1955 kwam hij in Mexico de gebroeders Castro tegen en hij trok met deze samenzweerders naar Cuba. Daar werd hij na de machtsovername in 1959 president van de centrale bank en minister van industrie. Dan, in 1965, verdwijnt 'Che', het symbool van de nieuwe mens in de Cubaanse revolutie, uit Havana. Maanden later duikt hij op in Bolivia, waar hij met een groepje guerrilleros de continentale gewapende strijd tegen het imperialisme op gang hoopt te brengen. Op 8 oktober 1967 wordt hij door Boliviaanse militairen bij La Higuera vermoord. Het Boliviaanse dagboek en de posters van Che veroveren vervolgens de Westerse wereld.

Uit niets in het dagboek blijkt dat Ernesto een toekomst als revolutionair tegemoet gaat. In een dronken bui houdt hij op zijn verjaardag, in Peru, een meeslepende toespraak over de eenheid van de Latijns-Amerikaanse volkeren. Met een zekere compassie beschrijft hij de gastvrijheid van het arme volk en hij heeft oog voor de miserabele levensomstandigheden van de Indianen. Hij geeft af op militairen, grenswachten en politie. Zoveel andere reizigers door Latijns Amerika hebben dat ook gedaan. Hooguit geeft Guevara aan dat hij voor het bestaan van guerrillero fysiek niet is opgewassen: voortdurend wordt hij gekweld door muggen en geplaagd door astma-aanvallen. Een leuk boekje is het wel - maar de 'Che'-cultus, die is toch allang voorbij?