Breda; Kappen van masten tijdelijk stilgelegd

Staatsbosbeheer kapt eiken en beuken in het Mastbos om een “natuurlijker” bos te creëren. De omwonenden komen daartegen in opstand en bereikten deze week een staakt-het-vuren in “de kaalslag” van het Mastbos.

BREDA, 3 SEPT. Het vijfhonderd hectare grote Mastbos is voor Bredanaars maar ook voor mensen van ver buiten de stad een geliefkoosde buitenplaats. Men jogt of wandelt er, zuigt zich tussen de majesteitelijke bomen de longen vol met frisse lucht of men zoekt er lafenis in een van de uitspanningen die aan de bosranden liggen. Per jaar bezoeken een miljoen mensen het bos.

De meeste omwonenden, die gevestigd zijn in vaak niet onaanzienlijke huizen, ondergingen het Mastbos als een bron van rust en weldadigheid zonder dat ze zich daar elke dag bewust van waren. Een kwestie derhalve van passieve appreciatie.

Totdat onlangs opeens de kettingzagen begonnen te huilen en in het zogenoemde honderd hectare grote voorbos eeuwenoude eiken en beuken het loodje moesten leggen. Dit alles omdat de eigenaar, Staatsbosbeheer (SBB), er op den duur een natuurlijker bos van wil maken. De rust was weg en de omwonenden kwamen in actie. Een kort geding tegen SBB werd voorbereid. Afgelopen weekeinde verschenen aan de bomen spandoekjes met daarop het woordje Help. En uiteindelijk wisten de omwonenden deze week een staakt-het-vuren in wat ze noemen “de kaalslag” te bereiken.

De adempauze van drie maanden zal door beide partijen worden gebruikt om meer begrip voor elkaars standpunten te krijgen. SBB zal bekijken hoe de recreatieve functie van het bos meer tot haar recht komt. In de tussentijd wordt niet gekapt.

Plaatsvervangend regiohoofd A.J. IJzerman van SBB in Tilburg: “Waarschijnlijk zijn we te gemakkelijk uitgegaan van begrip voor onze goed doordachte plannen en hebben we de emoties onderschat”. In de drie maanden wordt er een radiostilte in acht genomen, immers, aldus IJzerman, “we moeten zien zoveel mogelijk de redelijkheid terug te krijgen en het is niet erg produktief als je in de tussentijd je onvrede blijft uiten.” Een woordvoerder van de omwonenden zegt: “Publiciteit is killing. We zijn juist zo blij met het bereikte akkoord en met het herstelde vertrouwen.”

Het Mastbos (zo genoemd naar de oorspronkelijk vegetatie, de dennen, die men in dit deel van Brabant masten noemt en waarvan in vroeger tijden masten werden gemaakt voor zeilschepen) is eeuwenoud. Het was aanvankelijk in bezit van de Heren van Breda, ging na de Franse tijd naar de staat, vervolgens naar de Nassaus die het beheer ervan in 1899 bij de oprichting overdroegen aan SBB.

SBB maakte in 1991 een beleidsplan voor het onderhoud van het Mastbos. Het bos, dat er tot dan toe redelijk aangeharkt bijlag, zou in de verre toekomst rijk gevarieerd en natuurlijker moeten worden. Oude takken zou men laten wegrotten, dode bomen niet meteen omhakken maar overleveren aan de grillen van wind en storm. Men zou delen dusdanig “uitdunnen” dat de autochtonen - de dennen - weer volop tot bloei zouden kunnen komen.

Met het “terughoudend onderhoud” was al een begin gemaakt. De resultaten daarvan werden door de omwonenden en veel bezoekers niet bijzonder op prijs gesteld. Ze spreken van het ontstaan van “een trieste woestenij”. Bij regen zijn de paden onbegaanbaar omdat ze veranderen in modderpoelen waardoor het Mastbos steeds minder toegankelijk werd voor invaliden en ouderen. Paden worden versperd door omgewaaide woudreuzen.

Toen de omwonenden op 16 mei door SBB werden ingelicht zou er met geen woord zijn gerept over wat ze noemen “het rigoureuze kappen”. Per hectare voorbos zou 20 tot 30 procent van de bomen moeten worden geveld. De omwonenden zeggen dat bij zulke rigoureuze ingrepen een inspraakronde is voorgeschreven. Zulke inspraak paste SBB wel toe bij ingrepen in de bossen van Chaam en Ulvenhout in de buurt van Breda, maar SBB verdedigt zich door er op te wijzen dat die plannen van latere datum zijn toen inspraak wettelijk was voorgeschreven.

Dagen en avonden lang spraken de omwonenden met vertegenwoordigers van SBB en uiteindelijk werd het compromis bereikt. “Een pas-op-de-plaats, geen knieval”, zoals IJzermans baas mr. A.P. de Weerd het uitdrukte in de plaatselijke krant. Voorlopig is het weer stil in het Mastbos.