Boer Knuchel

In Blösch van Beat Sterchi, een roman die voor mijn gevoel wordt ontsierd door de opzettelijke, bijna gretige wreedheid van slachthuisscènes, kun je lezen wat de diepere betekenis is van een Zwitserse koebel.

In de vroege zomer gaan de koeien van boer Knuchel, twaalf stuks Simmentaler bontvee, naar buiten. Er wordt geroskamd tot ze glimmen als kinderen die ter kerke worden gestuurd. De hoeven worden bekapt en de horens opgewreven met een in olie gedrenkte lap.

Op de hooizolder worden ondertussen de bellen (de kleine bronzen bellen, de grote blikken bellen en bijbehorende halsriemen) eindeloos opgepoetst met schoensmeer en Sigolin.

'En nu werden de zware instrumenten over de koeien verdeeld. Welke bel zou er om welke hals gaan? Bij welke jonge koe moest de pas ontwaakte eerzucht met een iets grotere bel gestimuleerd, en bij welke oude dame de al te grote eigendunk met een kleinere bel gerelativeerd worden?'?

Een uitgekookte verdeling van bellen vereenvoudigt de ordening van de kudde. Onrust en strubbelingen worden voorkomen. De koeien verspillen geen energie aan onderlinge rivaliteit en kunnen zich volledig wijden aan het belangrijkste: het verwerven en -werken van gras.

'Het duurde wel twee weken voordat het koebelgerinkel naar de smaak van boer Knuchel harmonisch genoeg begon te klinken.'