Bij stroomstoring stroomt het bloed uit het vriesvak

Wat zegt de inhoud van een huiselijk attribuut als de ijskast over een land, van politiek tot gastronomie? Het laatste deel van een serie met persoonlijke indrukken van onze correspondenten.

NAIROBI, 3 SEPT. Wat er in mijn ijskast ligt? Ik heb geen idee. Volgens goede Keniaanse traditie staat mijn vrouw aan het hoofd van het huishouden. Het zou een grove belediging zijn als het hoofd van de familie, de man, zich zou inlaten met huishoudelijke zaken zoals het kopen en koken van etenswaren.

In de Afrikaanse context ben ik rijk. In dit land met grote werkloosheid en lage lonen, kunnen we ons een kok permitteren. Mijn vriend Moses houdt van koken. Samen met mijn vrouw verzorgt hij de dagelijkse eetrondes, voor mijn uitgebreide familie en voor vrienden en kennissen die op ieder moment van de dag langskomen. Altijd wordt er extra voedsel gekookt, voor de onverwachte gast.

De Afrikaanse eetcultuur kent als belangrijkste ingrediënten gezelligheid en gastvrijheid. De maaltijd is eenvoudig: maïsmeel wordt tot een dikke substantie gekookt en aangevuld met de spinazie-achtige groente skuma-wiki. Dit is armoedevoedsel van het volk. De maïs-substantie vult de maag als ware het cement. Skuma-wiki - wat in het Kiswahili zoiets betekent als: het brengt me de week door - is de goedkoopste groente. Maïs is het basisvoedsel van vele landen in Oost- en Zuidelijk Afrika.

Iedereen eet met de hand. Hij neemt een stuk van het gemeenschappelijk bord met de maïssubstantie, kneedt het in zijn handpalmen, drukt er met zijn duim een gat in en doopt het balletje vervolgens in de bak met groente. Morsen mag en een goede boer na de maaltijd wordt als een compliment gezien voor de kok.

De rijken eten vlees bij hun hoofdmaaltijd. Een kilo prachtbiefstuk kost omgerekend in Nederlands geld een magere zes gulden per kilo, maar zo'n bedrag betekent een stevige hap uit een gemiddeld Keniaans salaris. Kenia ontwikkelt naar het Argentijnse voorbeeld een vleescultuur. Nieuwe restaurants specialiseren zich in exotisch geroosterd vlees, van buffels, krokodillen, gazelles en zebra's. Wie het kan betalen brengt een gezellige avond door in een openluchtrestaurant met vlees, bier en life-muziek van een Zaïrese band.

Kenia kent bergen, hoog- en laaglanden en woestijnen. Het afwisselende klimaat maakt de teelt mogelijk van alle soorten gewassen, ook Europese bloemkool, sperziebonen of broccoli. Rijke Afrikanen maken deze van orgine uitheemse exotische groentes steeds meer onderdeel van hun maaltijden. De tuinbouwsector nam de afgelopen jaren een hoge vlucht, vooral door de groeiende exportmogelijkheden. Dagelijks vertrekken vliegtuigen vol sperziebonen, aardbeien, vruchten en bloemen richting Europa. Tuinbouw vormt inmiddels met toerisme en de export van koffie en thee de belangrijkste bron van inkomsten aan harde deviezen voor Kenia.

Zoals de meeste landen in Afrika moet Kenia volgens het recept van het Internationale Monetaire Fonds en Wereldbank ook voedsel importeren uit Europa. De economie is opengegooid voor allerlei goedkope importprodukten: honing uit Australië, mosterd uit Engeland, Marsen uit Nederland en sinaasappels uit Israel. Sinds de bevrijding van Zuid-Afrika overstromen vooral produkten uit dit land de Keniaanse markt. Zuidafrikaanse vruchtesappen - de beste in de wereld - zijn een welkome toevoeging aan de keuze voor de consument. Of het goed is voor de Keniaanse economie is twijfelachtig, het land produceert zelf uitstekende honing en vruchtesappen maar tegen een hogere produktieprijs.

De vraag naar buitenlandse produkten neemt gestaag toe door deze liberale economische politiek. Iets buitenlands is immers chic. Het begon vele jaren geleden met wit brood, dat in de mond ligt als kauwgom. Brood stond tot enkele jaren geleden niet op het menu van de gewone Afrikaan. Het Afrikaanse klimaat is over het algemeen niet geschikt voor de verbouw van tarwe en het continent zal op dit gebied nooit zelfvoorzienend kunnen zijn. Zo besteedt Afrika miljoenen van zijn schaarse deviezen aan de import van niet-essentiële consumptiegoederen. Smaakmakers proberen al geruime tijd een Afrikaanse broodsoort van maïs te ontwikkelen voor massaconsumptie.

Behalve groenten en vruchtesappen liggen er volgens mijn vrouw grote brokken vlees in mijn ijskast, vooral bestemd voor mijn vier halfwilde honden. Het vriesvak zit volgepropt met dertig kilo varkensogen, koeie-oren en niet te diagnostiseren delen van kippen. In een arm land dienen de rijken zich te beschermen tegen criminele paupers. Geen betere nachtwakers dan honden. Mijn honden vangen in de woeste omgeving waarin ik woon, aan de buitenkant van Nairobi, deels hun eigen voedsel in de vorm van bushbaby's, een hertje of de kippen van de buurvrouw. Om hun trouw aan hun baas te verzekeren dienen ze ook uit de ijskast te eten.

IJskasten zijn in Kenia peperduur en daarom geen algemeen gebruiksartikel. Bovendien, de stroomvoorziening blijkt onbetrouwbaar. Na enkele uren zonder elektriciteit sijpelt een dikke stroom bloed uit het vriesvak. Na twaalf uur krijgt de warmte eveneens vat op de groenten, die verpieteren. Dan vallen we terug op ons eigen groentetuintje en moeten de honden op jacht. Want zelfvoorzienend proberen we allemaal te zijn in Afrika.