Belcanto Festival laat Italianen schitteren in elegante Dordtse zaal

Recital: Luciana Serra (sopraan) en Luca Gorla (piano), m.m.v. Ymke Broers (klarinet). Gehoord: 1/9 Kunstmin Dordrecht.

Voorstelling: Macbeth van G. Verdi door Belcanto Festival Koor en Orkest o.l.v. Giuliano Carrella m.m.v. o.a. Paolo Coni, Ines Salazar, Giorgio Surian en Dino Domenico. Gezien: Kunstmin, Dordrecht. Herhaling: 4/9 Hof/Kunstmin. Het Belcanto Festival duurt t/m 11/9.

Na de mooie droge zomer is het nu herfst en de regen verdreef gisteravond in Dordrecht de openluchtvoorstelling van Verdi's Macbeth van de binnenplaats van het Hof naar de zaal van de schouwburg Kunstmin. De voorstelling, waarvoor op zondag nog kaarten beschikbaar zijn, is een prominent onderdeel van het tweede Dordtse Belcanto Festival. Donderdag werd het geopend met een recital van de coloratuursopraan Luciana Serra, eveneens in Kunstmin, waarvan de unieke elegant-zwierige zaal van architect Sybold van Ravesteyn uit 1940 zojuist is gerenoveerd.

Kunstmin met die Hollywoodachtige chic van golvend stucwerk, uitwaaierend marmer en kringelend chroom, is in het oer-Hollandse Dordrecht ook de enige plaats voor zoiets wufts als Italiaans belcanto. Het festival, met illustere zangers als Mirella Freni en Carlo Bergonzi als bechermvrouw en -heer, richt zich op de authentieke belcanto-zangkunst, zoals die bestond in de periode 1600-1850 en nu nog naar oude inzichten wordt onderwezen door Rodolfo Celletti. Behalve een aantal concerten, onder meer met het oratorium Giuditta van Scarlatti, zijn er in Dordrecht nog een masterclass en een symposium.

Macbeth kreeg gisteravond in Kunstmin helaas slechts een semi-scènische uitvoering: met het orkest in de bak en de zangers nog wel in kostuum, maar zonder de op het Hof achtergebleven decors. Het succes van de opera met al die meeslepende melodieën was niettemin groot, dankzij uitstekende prestaties van Paolo Coni in de titelrol en Ines Salazar als Lady Macbeth, met verve begeleid door een orkest van conservatoriumleerlingen.

Beide zangers blonken uit in fraai vloeiende en ongeforceerde vocale prestaties. Dat zijn ook kenmerken van het belcanto, de zangkunst die het niet zoekt in opgepompte expressie maar in de pure schoonheid van verklankte noten. Coni demonstreerde een open geluid met een prachtig nobel timbre. Salazar klonk helder met mooie hoge noten in de befaamde slaapwandelscène Una macchia è qui tuttora! Het was het tegendeel van de rauwe, maar toch ook zo enerverende vertolking, die Pauline Tinsley ooit liet horen bij de Nederlandse Opera.

Al ging dan de originele versie van Macbeth uit 1847 en niet de gebruikelijke gereviseerde en (met o.a. La luce langue) aangevulde versie uit 1865, toch is Macbeth ietwat merkwaardig repertoire voor het Belcanto Festival, dat vorig jaar al Verdi's Attila uitvoerde. Verdi markeert immers al in zijn vroege werk de grens van het belcanto en de overgang naar het verismo. Het in ons land zelden gehoorde belcanto van Bellini en Donizetti zou in Dordrecht passender zijn. Volgend jaar wil men in elk geval een Rossini-opera doen.

Ook grensverkennend was het al te ingetogen openingsrecital van Luciana Serra, die op reis van Bologna naar New York het Dordtse Kunstmin aandeed. Ze had weinig affiniteit met liederen van Mozart en Schubert, de laatste ook voorzien van Italiaanse teksten. De liederen van Rossini en Donizetti die een meer spectaculaire techniek vroegen gingen haar beter af. Pas aan het slot, in een echte aria en wat toegiften, ontstond enige hoge c-furore. Maar de zangeres leek juist wat verlegen met al die Italiaanse sfeer.