Wormensoep

Om te beginnen haal je bij de poelier, de man die halve en hele kippen verkoopt, 250 gram soepkip. Stop dat in een pan met flink veel water erin en een deksel erop. Doe er ook een halve theelepel zout bij en vooral een paar blaadjes foelie; dat zijn de buitenste velletjes van de nootmuskaatnoot, en twee laurierbladeren.

Op een lage vlam zetten en ten minste anderhalf uur op het gas laten staan. Dan gaat er een geschilde ui, waarin drie kruidnagels zijn gestoken, bij een in grote brokken gesneden, geschilde winterwortel. Nog een uur op dezelfde vlam, af laten koelen en alles door een zeef gieten. Dat is de kippeouillon die je hebben moet en ui, wortel en kippebotjes gaan in de vuilnisbak. De mooiste stukjes kippevlees mogen weer terug in de bouillon en daarin gaat ook een hand kant en klaar bij de groenteman gekochte, geneden soepgroenten en een kluwentje wormen. Geen echte natuurlijk maar wat ze in Italië 'vermicelli' noemen. Omdat dat eigenlijk 'kleine wormen' betekent.

Het deksel blijft nu van de pan terwijl hij nog een paar minuten op een iets hogere vlam wordt gezet.

Peper is vaak helemaal niet nodig maar benoem iemand tot zoutdeskundige en laat die even proeven of er misschien niet nog een heel klein beetje zout bij moet.

Pers er op het allerlaatste moment een paar druppels citroensap over uit (let op de pitten!) en giet de soep, terwijl hij nog goed heet is in kom of bord.