Veel oude lijnen in nieuw parlementair rollenspel

DEN HAAG, 2 SEPT. Het kabinet-Kok kreeg gisteren het mandaat van de Tweede Kamer met veel lovende woorden en in een uitgelaten stemming. “Ik ga misschien iets te gewoon om met wat wij noemen een gewoon parlementair meerderheidskabinet”, zei Kok over de typering van het paarse kabinet. “Ik heb de kleurenleer thuisgelaten. Het ongewone is dat het een kabinet is zonder CDA. Daar moeten wij allemaal aan wennen, hoewel rolwisselingen snel gaan”.

Het werd een Kamerdebat met vele nieuwe gezichten en nieuwe rollen die meteen moesten worden gespeeld. Een jonge generatie bevolkte de Kamerbankjes, veel nieuwe gezichten markeerden het vak van het kabinet-Kok en ook de nieuwe fractieleiders van PvdA (Wallage), CDA (Heerma) en D66 (Wolffensperger) lieten hun eerste grote optreden zien. Voor de enkele ex-bewindslieden van de 'oude orde' die weer Kamerlid waren geworden - zoals Bukman, Ter Beek, Van Rooij en Kosto - deed de nieuwe situatie vreemd aan. Ze zaten flets of kortstondig in de Kamerbankjes.

In het nieuwe rollenspel van de partijen waren vaak oude lijnen te herkennen. Oppositieleider Heerma (CDA) gaf het kabinet het “voordeel van de twijfel” en zei diverse keren dat zijn partij niet regeerde door toedoen van D66. Hij presenteerde zich als een gouvernementele oppositieleider, terwijl VVD-leider Bolkestein een bijna opponerende coalitiegenoot was die zijn oude rol amper kon vergeten. Hij zegde het kabinet de wacht aan over de AOW, hekelde ingrepen in het defensiebudget en riep minister Pronk tot de orde. Bolkestein zit op het toppunt van zijn macht, en gaf duidelijk aan dat hij de rol wil blijven spelen van discussie-aanjager.

De èchte oppositie kwam van het rode front. P. Rosenmöller, fractieleider van GroenLinks, kwam - met de fractieleider van de Socialistische Partij J. Marijnissen in het kielzog - regelmatig naar voren om Kok aan te vallen. Er vielen soms stevige woorden tussen de twee voormalige stakingsleiders die elk een andere interpretatie geven aan het begrip “sociale gerechtigheid”.

Voor Kok is dat werk, voor Rosenmöller een goede uitkering. “U kunt wel zeggen: handen af van bestaande rechten want anders worden mensen onrustig”, aldus Kok. “Maar weet u wanneer mensen onrustig worden? Als de prijs die wij voor de verzorgingsmaatschappij moeten betalen als een zodanig molensteen om onze nek komt te hangen dat wij weten dat die prijs in het jaar 2000 niet meer is te betalen. En dan gaat iedereen voor de bijl”. Rosenmöller haalde fel uit naar Kok. “Het perspectief van solidariteit is verkleind. Dan zeg ik: dat is onrust en dat reken ik u aan. Dat vind ik niet solidair, niet sociaal, dat zijn té vuile handen”.

Kok kon de oppositie van het CDA makkelijk pareren omdat zijn kabinet voor een groot deel voortborduurt op het werk van Lubbers-III. Heerma nam het op voor defensie, ontwikkelingssamenwerking en de kinderbijslag, maar Kok hield hem voor dat het verkiezingsprogram van het CDA ook flinke ingrepen voorziet in het defensieapparaat en de kinderbijslag. En ontwikkelingssamenwerking wilde het CDA laten beheren door een staatssecretaris, niet meer door een minister. “Ik ben nieuwsgierig hoe het CDA een sluitende tegenaanpak wil presenteren waarin precies wordt aangegeven hoe alternatieven worden geboden”, aldus Kok.

“Als je wensen hebt met een financiële dimensie moet er een degelijke en deugdelijke dekking zijn”, zo gaf de leider van Hare Majesteits oppositie toe. Maar Heerma kon niet aangeven hoe het CDA zijn “minder buitensporige” ingrepen zou compenseren. Heerma zegde toe met een “dekking” te komen maar er komt geen tegenbegroting van het CDA bij de Algemene Beschouwingen over drie weken. De ex-oppositiepartij VVD maakte deze tegenbegroting overigens wel.

Kok gaf in zijn antwoord aan de Kamer soms de indruk dat hij premier was van een zakenkabinet, en minder van de vernieuwende paarse coalitie. De partijen van deze coalitie probeerden zelf hun plaats te vinden. Bolkestein zei dat met de verkiezingsuitslag en de formatie van dit kabinet de ontzuiling voltooid is. “Maar is dit een breuk met het verleden? Wordt Nederland een ander land? Nee, een land verandert niet zo maar van aard, en zeker Nederland niet”. Hij ziet paars als middel om de verstarring in de sociale verhoudingen te doorbreken en Nederland “een Amerikaanse dynamiek” te geven.

Voor PvdA-fractieleider J. Wallage een te vergaande conclusie. “Paars is een modernisering van Nederland onder sociale voorwaarden”. Hij vergeleek het regeerakkoord met een CAO. “Je gaat aan tafel zitten, maakt afspraken en daar hou je je aan”. Toen Heerma het paarse gehalte van Wallage wilde testen zei de PvdA-voorman “kleurenblind” te zijn. De D66-fractie ontpopte zich als de èchte ideoloog van paars. “Ons enthousiasme voor dit kabinet komt voort uit de overtuiging dat het de potentie in zich draagt van vernieuwing”, aldus de fractieleider van D66, G.J. Wolffensperger. Maar hij moest toegeven dat het regeerakkoord en de regeringsverklaring “niet radicaal anders oogt dan wat we gewend waren”.

Toetssteen van paars werd tijdens het debat de bezuiniging van 78 miljoen gulden in de cultuursector. De PvdA vroeg opheldering, maar VVD en D66 keerden zich tegen deze ingreep. Een paars kabinet dat op kunst bezuinigt, kan de begeestering vanuit de culturele elite snel vergeten. Kok gaf een antwoord dat ex-premier Lubbers niet had misstaan. Een 'minnetje' nu, wordt gecompenseerd met een 'plusje' straks, zodat de kunst er 'per saldo' niet op achteruitgaat. “Dit lijkt erg zuinig en goedkoop”, zei Kok over de boekhoudkundige aanpak van de kunstsector, “maar het is vaak een realiteit”.