Van Nevel laat Lassus kristalhelder nagloeien

UTRECHT, 2 SEPT. Eén vraag brandde op ieders lippen: hebt u het nu wel of niet gedaan? Maar die ene vraag mocht dinsdagnacht niet worden gesteld aan dirigent Paul Van Nevel, verdacht van de diefstal van enkele manuscripten uit de bibliotheek van Bologna. Van Nevel was een van de prominenten van het Utrechtse Festival Oude Muziek, die zich in het nachtelijk uur laten ondervragen over hun bijdrage aan het festival.

De Belgische dirigent van het succesvolle Huelgas Ensemble weigerde over iets anders te spreken dan over het concert. Dus weten we nog niet hoe hij zo dom kon zijn manuscripten in België te verkopen, met waarschijnlijk op iedere pagina een stempel van de bewuste Italiaanse bibliotheek, die hij toevallig kort tevoren had bezocht. Was het niet verstandiger geweest om, na aankoop op een Milanese boekenmarkt, eerst te informeren of ze in Bologna vermist werden? En hebben ze in Bologna dan geen beveiligingssysteem, dat het onmogelijk maakt om waardevolle spullen mee te nemen?

Hoezeer de interviewer van het rondetafelgesprek, Volkskrant-journalist Hans Heg, ook aandrong, Van Nevel weigerde commentaar. Een beetje pathetisch zei hij dat het concert zijn antwoord was op alle vragen over deze slepende zaak, die hem inmiddels het culturele Belgische ambassadeurschap heeft gekost. In Italië resulteerde de affaire in een veroordeling tot ruim drie jaar gevangenis, waartegen Van Nevel in beroep is gegaan. Hij liet de vragen gelaten over zich heen komen, keek quasi-onverschillig de zaal in, floot een deuntje, lurkte aan zijn immense sigaar en zweeg, totdat er alleen nog over muziek werd gesproken.

Het was een boeiend betoog. Over polyfonie die als een klankzuil kon opstijgen als de zangers in een kring stonden, en over de versnelling van de hartslag in vergelijking met vroeger, waardoor het tempo in de muziek bij moderne uitvoeringen anders moet zijn dan in het verleden. “Ik ben geen lijk van de zestiende eeuw”, aldus Van Nevel over wat authenticiteit in zijn ogen betekent.

Dat hij recht van spreken heeft, bleek eerder op de avond in de Utrechtse Domkerk, waar het Huelgas Ensemble muziek uitvoerde van Orlandus Lassus en de Portugese componist João Rebelo, een van de hoogtepunten van het festival tot nu toe. Kristalheldere tonen nestelden zich in de nokken van de gewelven, waar ze nog lang nagloeiden. De stemmen gingen op in het geheel, zonder hun individualiteit te verliezen, de hoge tonen waren stralend en krachtig tegelijk, het lage fundament warm en stevig.

Met name in dat laatste verschilde het Huelgas Ensemble van het Hilliard, een vaste gast in Utrecht. Sinds de bas en oprichter Paul Hillier is vertrokken is de donkere angel een beetje uit het gezelschap verdwenen. Het stemmenweefsel is nog steeds hecht en zeer regelmatig, maar die perfectie wordt op den duur eentonig.

Het alternatief voor het Hilliard Ensemble dat in de Jacobikerk optrad - want tijdens het Festival Oude Muziek moet steeds gekozen worden - was een spektakel van Franse en Engelse barok in Muziekcentrum Vredenburg. La Simphonie du Marais wist met humor en virtuoos spel de martiale Franse blaasmuziek tot een feest te maken. Strijd werd verklankt door twee door elkaar spelende groepen, het appel blazen voor de jachthonden werd begeleid door jankende musici en de dronkemansmuziek klonk ook zo. Maar dat verhulde niet dat dit soort muziek het geen avond volhoudt.

De tweede helft van het concert was dan ook voor de Musick for the Royal Fireworks van Handel, door een gelegenheidsgezelschap, Complesso Utrecht onder leiding van Michel Piguet. Zestig blazers en slagwerkers speelden de oorspronkelijke versie van het later door de componist tot orkestsuite omgewerkte stuk. Voor de aankleding zorgde een echt vuurwerk, op het podium en vanuit de nok van Vredenburg, dat afging op de maat van de muziek.

Gisteravond speelden Concerto Köln en fortepianist Andreas Staier voor een matig gevulde zaal - het lijkt alsof het festival dit jaar minder publiek trekt dan anders - ondermeer een klavierconcert van Salieri. Misschien komt het door Amadeus, het toneelstuk van Peter Schaffer dat ook werd verfilmd, maar ik bleef achter met het gevoel dat in deze virtuoze en aangename muziek toch de goddelijke vonk, die bij Mozart wel klinkt, ontbrak. Onze blik op de oude muziek wordt nu eenmaal vertroebeld door de moderne wereld.