Ten prooi aan manlijke willekeur; Essayistische roman van Hannes Meinkema

Hannes Meinkema: De speeltuin van Teiresias. Uitg. Contact, 321 blz. Prijs ƒ 34,90

'Lezers snappen alles als je het ze uitlegt,' laat Hannes Meinkema een van de personages uit haar nieuwe roman tegen de hoofdpersoon zeggen. Deze hoofdpersoon werkt aan een boek over de blinde ziener Teiresias uit de Griekse mythologie en de invloed die zijn denken op haar leven heeft. Een prachtig onderwerp met tal van mogelijkheden tot eigen interpretaties van de Griekse mythen, tot mijmeringen over de vage grens tussen fictie en werkelijkheid en bespiegelingen over de noodzaak de eigen, individuele werkelijkheid vorm te geven door er een verhaal van te maken.

Op het moment dat Meinkema tegen het einde van de roman een dialoog opneemt over de manier waarop dit boek geschreven dient te worden, met de nadruk op uitleg aan de lezer, valt de hoofdpersoon, de fictieve schrijfster Klaarke, samen met de auteur Hannes Meinkema. In De speeltuin van Teiresias wordt inderdaad alles uitgelegd. Geen Griekse mythe waarin de ziener voorkomt blijft onbesproken, geen interpretatie (ontleend aan een indrukwekkende hoeveelheid klassieke en moderne literatuur) ongenoemd. Misschien wordt in deze roman wel te veel uitgelegd. De structuur is al te nadrukkelijk zichtbaar gemaakt en het idee - de queeste van de hoofdpersoon naar Teiresias en dus naar de waarheid is een zoektocht naar haarzelf - ligt er wat te dik bovenop.

Bij iemand die al twintig jaar romans en verhalen publiceert, moet deze schoolmeesterachtige uitleggerij wel opzet zijn. Niet voor niets is hoofdpersoon Klaarke een beginnende schrijfster en moet de roman over Teiresias haar debuut worden. In haar huis in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt ploetert ze achter haar computer, denkt ze hardop na over de compositie van haar verhaal en laat ze de lezer getuige zijn van de wording van de roman.

Klaarke heeft een vierjarige dochter Theia. Ze is wat in de hoogtijdagen van het feminisme een BOM (Bewust Ongehuwde Moeder) werd genoemd, die zwanger is geworden via kunstmatige inseminatie. Ze heeft een afkeer van seks en van mannen omdat ze als kind door haar vader is misbruikt. Bovendien is ze bang dat ze haar traumatische jeugd overdraagt op haar kind met wie ze een problematische relatie heeft.

In de buurtspeeltuin ontmoet Klaarke de tassenvrouw, een intellectuele zwerfster die moeiteloos de klassieken (in het Grieks) reciteert en die haar op het spoor zet van de ziener Teiresias. De schrijfster in spe gaat alles lezen over deze wonderlijke man, die door de goden 'gestraft' werd met een sekse-transformatie en daardoor zeven jaar lang een verleidelijke vrouw was. Klaarke bezoekt in Griekenland de plaatsen waar hij/zij volgens de mythen heeft geleefd.

Al lezend, reizend en interpreterend doet Klaarke in haar zoektocht naar de waarheid die Teiresias haar moet openbaren een aantal cruciale ontdekkingen over zichzelf. De belangrijkste is deze: zolang ze haar eigen (incest)verleden niet accepteert, kan ze het heden niet ten volle beleven en haar dochter niet opvoeden tot autonome persoonlijkheid. 'Als je je verleden liefhebt kun je geen slachtoffer meer zijn,' is haar conclusie. Vanaf het moment dat ze dat doorheeft, neemt haar bestaan de ene positieve wending na de andere. De relatie met haar dochter wordt zienderogen beter en zelfs krijgt ze een liefdesrelatie met een man. Uiteraard is dit een door de vereniging van feministische huisvrouwen goedgekeurd exemplaar: vrouw-vriendelijk, dol op kinderen, verstoken van seksistische aanvechtingen en bovendien een groot liefhebber van de klassieken.

Voor feministes was het een tijd lang en vogue zichzelf voornamelijk als slachtoffer van manlijke onderdrukking te beschouwen. De laatste jaren wordt daar tegenover gesteld dat een dergelijk zelfbeeld uiteindelijk onproduktief is. Meinkema lijkt met De speeltuin van Teiresias op deze discussie te willen inspelen. Ze voert als het ware een gedachte-experiment uit, door een vrouw die letterlijk ten prooi is gevallen aan manlijke willekeur haar slachtofferrol te laten afleggen.

Doordat Meinkema de lezer getuige maakt van het scheppingsproces dwingt ze je mee te denken met een literaire debutant. Daardoor blijft er niets te raden over, maar de lezer wordt wel voortdurend uitgenodigd zich te bezinnen op de vraag wat literatuur en myhologie te vertellen hebben en hoe het duiden van verhalen kan bijdragen tot zelfkennis. In dat opzicht sluit deze roman aan bij de rest van Meinkema's oeuvre, waarin bewustwordingsprocessen van vrouwen altijd stapje voor stapje worden gevolgd.

Per saldo heeft Meinkema's werkwijze echter als voornaamste effect dat De speeltuin van Tereisias te veel op een lang uitgevallen essay lijkt. De drang tot uitleggen haalt de spanning weg die een roman nodig heeft. Meinkema legt zelfs de metaforen uit die haar hoofdpersoon gebruikt. Zo is de klassiek geschoolde tassenvrouw natuurlijk blind, want stel je voor dat de lezer niet zonder meer zou snappen dat zij een hedendaagse Teiresias is. De manlijke geliefde opent Klaarke letterlijk de ogen: hij is oogarts en voorziet haar van een leesbril. Alle gebeurtenissen, ontmoetingen en wendingen bestaan uit dergelijke literaire moedwilligheden. Bovendien willen Meinkema's dialogen maar niet lukken, ze doen althans nogal onnatuurlijk of zelfs houterig aan. Ook schrijft ze af en toe onbegrijpelijke, lelijke zinnen.

De schrijfster heeft te veel tegelijk gewild met deze essayistische roman. Haar onmiskenbaar interessante verhaal was wellicht beter tot zijn recht gekomen in de vorm van een essay. Dit temeer omdat Meinkema met De speeltuin van Teiresias blijk geeft van een grote eruditie en een aanstekelijke passie voor literatuur.