Peking Opera: armoe troef

Voorstelling: Peking Opera door de Dalian Opera Troupe. Artistieke leiding: Wu Xiaobin. Spelers: Zhang Dajun, Tan Zhuoliang, Li Zhenling. Gezien 1/9 in Luxor, Rotterdam. Aldaar t/m 4/9, daarna tournee.

De Chinese schrijfster Jung Chang beschrijft in haar autobiografie Wilde zwanen verschillende malen de onweerstaanbare populariteit van de Peking Opera. In weerwil van de door de communistische dictatuur opgelegde soberheid faalde de Peking Opera bijvoorbeeld niet een heel militair detachement de barakken leeg te doen achterlaten na een dag van zware training, ook al moest men er nog weer, en nu vrijwillig, kilometers ver voor lopen.

Verschillende speelfilms uit China gaven het westen een indruk van de magie van zulke voorstellingen - en van de wilskracht, het doorzettingsvermogen, de onmenselijke controle die de acteurs van jongsaf en met harde hand wordt bijgebracht om te kunnen voldoen aan de hoge eisen. Want een Peking Opera-acteur moet veel kunnen. Moe worden is verboden. Hij zingt, danst, acteert, jongleert en is op zijn minst een excellent acrobaat. Hij heeft respect voor de gedetailleerde tradities, en realiseert zich dat een voet een centimeter verder uitdraaien of een hand een fractie anders spannen een wereld van verschil maakt. Verder beschikt hij over de artistieke gaven om zelf het kunstige schminkmasker aan te brengen.

Tegen deze achtergrond is de voorstelling die de Dalian Opera Troupe brengt onder de titel Peking Opera een aanfluiting. Het kenmerkende zegzingen dat zo hallucinerend van effect kan zijn, is er nauwelijks bij. Meestentijds is er sprake van nadrukkelijke pantomime of soms van luidruchtig volkstoneel. Wordt er eens een stukje gezongen dan komen de stemmen zelden uit boven het weinig geïnspireerd spelende, minimaal bezette orkest. De acrobatiek kent geen variatie, het jongleren is onbijzonder, de controle ver te zoeken en het geheel wordt gebracht als een armoeiïge circus act in kitschkostuums.

Het ergste is echter dat - met oog op een veronderstelde westerse oppervlakkigheid? - gekozen is voor een repertoire van lege kluchtigheid. Het grootse drama dat puur door uitbeelding, inleving en inzet van de acteurs, ook wie geen lettergreep Chinees verstaat naar de keel grijpt, liet men links liggen. Wie daar kennis mee wil maken zal een film als Farewell to My Concubine moeten gaan zien.