Pandemonium in de raad van Belfast bij vredesdebat

BELFAST, 2 SEPT. Nog geen 24 uur oud is de eerste reële kans op vrede in Noord-Ierland in twintig jaar, of de gemeenteraad van Belfast maakt er al een potje van. De maandelijkse bijeenkomst van de 51 raadsleden in het magnifieke Victoriaanse paleis dat hun tot stadhuis dient, was uitgerekend gisteravond. Het was toevallig ook de eerste gelegenheid waarbij de directe politieke vertegenwoordigers van de gespleten gemeenschap in Belfast hun bereidheid tot vrede zouden kunnen demonstreren. Helaas, het mocht niet zo zijn.

Zo woedend hakken Unionisten en Republikeinen verbaal op elkaar in dat al binnen vijf minuten een totaal pandemonium is uitgebroken. De Unionistische woordvoerder heeft zijn tegenstanders in de oppositiebanken “fascisten” genoemd, de IRA beschuldigd van strategische spelletjes en tegelijk voorgesteld de Britse militairen te huldigen voor hun belangrijke werk in de provincie.

Sinn Fein (tien leden) staat meteen overeind en zo ook de SDLP (negen). Dit is het Pannationalistisch Front dat de Unionisten (27 leden) zo verachten en wantrouwen. Alderman Hugh Smyth hamert vergeefs met zijn voorzittershamer, microfoons gaan snerpend aan en uit, en uit verschillende delen van de zaal klinken kreten als “schande!” of “hij is dronken”.

Of, als de draagbare telefoon van een SDLP-raadslid afgaat: “Dublin aan de lijn zeker.” Wanneer de ereburgemeester, in Belfast als altijd een Unionist, er eindelijk in geslaagd is de zitting te verdagen, naar hij later zal zeggen “om politieke demonstraties in de raadszaal te voorkomen”, heeft de democratische uiting van de volkswil precies een kwartier geduurd. “Zo zal het ook straks weer gaan als we power sharing in Stormont opgelegd krijgen”, vreest een Unionistisch raadslid na afloop bij de borrel. Stormont was ooit het parlement voor Noord-Ierland, nu zetel van het directe Britse bestuur over de provincie.

De angst bij de loyalisten voor de onafwendbare komst van een Verenigd Ierland blijft domineren. Afgelopen nacht pleegden loyalistische paramilitairen in Belfast twee aanslagen op katholieken, van wie er één omkwam, daarmee demonsterend dat hun acties in ek geval doorgaan, wat de IRA ook mag zeggen.

Het straatbeeld leek gisteren vrolijk, want na een slechte zomer is de aankondiging van het IRA-bestand gepaard gegaan met de komst van uitzonderlijk mooi weer. Maar alle verzekeringen van premier Major ten spijt dat er geen geheime concessies zijn gedaan aan de Republikeinen, is aan protestantse zijde het wantrouwen tastbaar.

“Je moet goed begrijpen”, zegt de plaatsvervangend leider van de Ulster Unionists in de gemeenteraad van Belfast, Jim Rogers, “wij hebben dit toegeven aan de nationalisten tien jaar lang zien aankomen. Voor de zoveelste keer hebben de Republikeinen precies gedaan gekregen wat ze wilden.”

In een sjofel buurthuis aan de Shankill Road, waar kleine jongetjes in de hal snooker spelen en grote kerels met waakzame ogen de deur in de gaten houden, slaat Kenny McClinton met zijn vuist in de hand van verontwaardiging over zoveel onrecht. Deze vriendelijke reus moordde voor de Ulster Defence Association (UDA) totdat de politie hem oppakte. In de Maze-gevangenis “vond ik Christus”.

Pag.5: Unionisten ervaren meer steun voor terreurgroepen

Hij toonde berouw over de dood van twee katholieken en de bijna-dood van nog zeven anderen en werd wegens goed gedrag in 1992 vervroegd vrijgelaten. Sindsdien is hij vrijwillig buurtwerker, een man die stuurloze, werkloze jongeren uit de Shankill via avonturenexpedities poogt te bekeren tot wat hij noemt “de uitdaging van de hogere macht” - een zinvol leven, gestuurd door God.

“Wat heeft het voor zin die jongens hier te leren dat geweld tot niets leidt, wanneer ze met hun eigen ogen kunnen zien dat het bij de IRA wèl tot iets leidt? Deze deal ondermijnt onze hele strategie hier. Ik kots ervan.”

Betekent dat dat hij persoonlijk weer zal teruggrijpen naar geweld?

“Ik niet - ik ben een born again Christian, ik heb waarachtig berouw getoond. Behalve natuurlijk als we hier een regering een van Provisionals (de IRA) krijgen, dan verschuift mijn loyaliteit weg van een regering die door God niet is gewild. Dan vecht ik voor Ulster.”

Jim Rodgers is een van de vele Unionisten in Belfast die waarschuwt voor de recente aanwas in aanhang voor loyalistische paramilitaire bewegingen: de Ulster Defence Association, de Ulster Volunteer Force en de Ulster Freedom Fighters. “Voor het eerst in 25 jaar hier zie ik ook mensen van de middenklasse en de beroepsgroepen hun steun uitspreken voor de loyalistische paramilitairen. Ze voelen dat er tenminste nog iets overblijft waarmee ze zichzelf kunnen verdedigen. Dus geven ze of geld of ze stellen hun expertise ter beschikking. Al blijven we natuurlijk allemaal afkerig van geweld”.

In het jeugd-trainingscentrum voor 14- tot 16-jarigen, waar Rodgers de leiding heeft, werken bijna alleen protestantse jongeren aan de voorbereiding op een baan die er mogelijk nooit zal komen. “We zijn verkocht”, verwoordt de directeur ook hun gevoelens. “De kans op een baan voor hen is in de laatste tien jaar teruggelopen van 62 naar 32 procent, alleen door omgekeerde discriminatie. De katholieken moesten zonodig uit hun achtergestelde positie gehaald worden. Er is hier een immense woede over alles wat ze op de Falls Road wèl van de regering hebben gekregen, terwijl wij hier achterbleven. Ik heb de bewindslieden opnieuw gewaarschuwd: deze kinderen sluiten zich massaal aan bij de loyalistische paramilitairen.”

Wie je ook spreekt in de geëmancipeerder regionen van de loyalistische gemeenschap in Belfast, kijkt je meewarig aan op de vraag of het dan zo erg zou zijn als een miljoen protestanten zouden moeten leven in een hun omringende zee van katholieken. En hoewel het precieze cijfer varieert, wijzen ze allemaal op het lot van die protestanten die in 1920 na de tweedeling van het eiland in noord en zuid opgesloten zaten in de Republiek. Hun eigen scholen, hun eigen ziekenhuizen en daarmee hun eigen identiteit zijn verdwenen, zo goed als opgeslokt door de dominante cultuur: 14 procent protestanten in 1920 zijn teruggelopen tot 4 procent nu.

“Zie je”, zegt een bedachtzame huisarts-Unionist, “je zou wel je geloof behouden, maar de cultuur van de staat waarin je leeft zou katholiek zijn. En die cultuur, met dat soort dominantie van een achterlijke roomskatholieke kerk, willen wij nooit. Sterker nog: een heleboel katholieken hier in het noorden kiezen zelfs voor een beter niveau van bestaan. Voor de British way of life.”

Het vooruitzicht van massale investeringen in een vreedzaam en te zijner tijd verenigd Ierland beurt de loyalisten allerminst op. De bonus van misschien wel 50.000 extra banen door de hulp van onder andere de Europese Unie en van Amerika (overheid en bedrijfsleven) wordt door hen afgezet tegen het verlies aan werkgelegenheid, wanneer politie en leger uit het straatbeeld verdwijnen. Gisteren al liepen Britse soldaten op sommige plaatsen patrouille met baret in plaats van helm en met het wapen naar beneden gericht, in plaats van agressief zoekend naar een onmiddellijk doel. In de ogen van de loyalistische gemeenschap een eerste onheilspellend teken.

“Wanneer zal de internationale gemeenschap zich realiseren dat Noord-Ierland over meer gaat dan alleen maar romantisch republikanisme”, verzucht McClinton. “Wanneer zien ze dat wij ook recht van bestaan hebben?”

In een keurige straat achter de Shankill heeft een bewoner uitdagend de Britse vlag uitgehangen. Een gebaar tegen het triomfalisme waarmee de Republikeinen aan de overkant woensdag de Ierse vlag hebben gehanteerd toen het staakt-het-vuren afkwam.

“Ik heb het hier nog meegemaakt vóór The Troubles”, zegt een man in de straat. “De katholieken liepen hier gewoon over straat. We kwamen zelfs wel eens hun huis binnen. Bij de Oranje-marsen verkochten zij vlaggetjes en limonade en bij het aansteken van de brandstapels kwam ze gewoon kijken. Met hun kinderen.”

“Aye”, zegt zijn vrouw. “toen was het hier nog een lustoord - a great wee place”.