Onder en over invloed; Twintig jaar subcultuur van striptekenaar Peter Pontiac

De Pontiac Review 1-5. Gaga en de Hippieteit, De Ridder Registraties, Het Schaamdeel, Detoxiphobia ('Het oog van de naald'), Pop Art. Uitg. Oog en Blik. Prijs per deel ƒ 35,-; Een kleine ontstaansgeschiedenis van Pontiac's Pornfolio of: The Making of Sacred Pin-ups. Uitg. Griffioen Grafiek. Prijs ƒ 100,- (Los boekje ƒ 14,95)

Voor iemand die bekend staat als één van de beste striptekenaars van Nederland heeft Peter Pontiac opmerkelijk weinig afgeronde stripverhalen gemaakt. Zijn eerste album, de apocalyptische punk-fabel Requiem Fortissimo, verscheen in 1990 bij uitgeverij Casterman. Rijkelijk laat als men bedenkt dat hij al vanaf het midden van de jaren zestig als tekenaar actief is. Pontiac (echte naam: Peter Pollmann, geboren te Beverwijk in 1951) heeft een omvangrijk oeuvre bij elkaar getekend, maar zijn korte strips, pin-ups, platenhoezen, karikaturen, posters, covers en illustraties waren zelfs voor liefhebbers nauwelijks te achterhalen.

De underground scene waaruit hij voortkwam blonk niet uit in activiteiten als archiveren, bundelen of heruitgeven. De stripbladen (Tante Leny presenteert, Modern Papier, Gummi) waarin hij publiceerde waren geen lang leven beschoren. En de illustraties die hij maakte voor 'grote' pop-tijdschriften als Muziek Expres en (later) Oor schopten het niet tot een uitgave in boekvorm.

Pontiac berustte niet in die versnippering. In 1979 begon hij aan het bijeenbrengen van zijn beste werk om het, voorzien van een introductie-strip, uit te geven onder de titel 'Pontiax Greatest Hits'. Maar hij vond geen goede vorm voor het project. Vier jaar later probeerde hij het opnieuw, maar weer zonder succes.

“Inmiddels was er rond het boek een allengs hinderlijker wordende Heintje Davids - Oblomow sfeer ontstaan, waarbij ik de ene keer hardnekkig de tijd aan mijn zijde bleef weten en dan weer argumenten vond om het hele pak goddeloos papier aan een nachtelijk heidevuur te spenderen,” schrijft de tekenaar in het eerste deel van zijn Pontiac Review. In 1990 kwam het er toch nog van. Uitgeverij Het Raadsel was zo verstandig het beste werk van Pontiac niet in een alomvattend boek uit te brengen, maar in zeven thematische delen, zodat het project hanteerbare proporties kreeg.

Vijf delen zijn er inmiddels verschenen. Bij het doorbladeren wordt duidelijk waarom Pontiac zo tegen het werk heeft opgezien. Het traceren, ordenen en introduceren van zijn veelal autobiografisch getinte werk heeft onontkoombaar geleid tot een duik in eigen verleden. Als huistekenaar van een hele generatie hippies en punks heeft Pontiac veel te maken gehad met de drieëenheid 'Sex, Drugs & Rock 'n' Roll', vooral aan de middelste bewaart hij minder prettige herinneringen. In interviews verzucht Pontiac wel eens dat hij er moe van wordt alsmaar op zijn drugs-verleden te worden aangesproken, maar in de uitgave van zijn verzameld werk ontkomt hij er uiteraard niet aan zèlf een en ander op te rakelen. Alcohol en drugs vormen het thema van Detoxiphobia (ontgiftigingsvrees), dat door Pontiac wordt omschreven als 'een verzameling werk over en onder invloed'. Dat verklaart meteen waarom het album zo'n chaotische indruk maakt.

Ook de andere delen van de Pontiac Review hebben veel 'losse eindjes'. Dat resulteert in pagina's lange collages van nieuwe en oude teksten, tekeningen, foto's en kranteknipsels die als proloog en epiloog aan het geselecteerde werk worden toegevoegd. Deze 'sandwich formule' wordt met wisselend succes toegepast. Dat de memorabilia van een rommelig tekenaarsleven zich niet altijd lenen voor een helder, chronologisch overzicht valt te begrijpen, maar iets meer ordening had geen kwaad gekund. Veelal blijft onduidelijk wanneer en voor wie een tekening gemaakt werd. Door de collage-vorm worden knipsels abrupt afgebroken, of zijn ze nauwelijks leesbaar.

Leidse commune

Toch heeft de Pontiac Review een reeks fascinerende boeken opgeleverd. Met strip heeft het eigenlijk niet eens zo veel te maken (in deel vijf komt zelfs geen enkele strip voor). Een groot deel van de boeken is gevuld met commentaren op het ontstaan van de tekeningen. De Pontiac Review is een unieke registratie van zo'n twintig jaar subcultuur in Nederland. In De Hippieteit (deel 1) is een grote hoeveelheid wonderlijk en hilarisch bronnenmateriaal te vinden: van de psychedelische tekeningen, die hij voor het drukwerk van een Leidse commune maakte, tot de getekende reactie van Sex-Pistolszanger Johnny Rotten op een Pontiac-cover voor het punkblaadje Basta.

Ook het tweede deel, met werk dat ontstond in samenwerking met bladenmaker, sex-goeroe en verhalenverteller Willem de Ridder, ademt de sfeer van de vroege jaren zeventig. De Ridder inviteerde Pontiac in 1969 om mee te werken aan Aloha. “Met het briefje als een trofee op zak, wachtte ik een jaar alvorens te reageren, mede uit angst voor de door hem gepredikte sexbevrijding,” schrijft Pontiac. De obscure seksblaadjes van De Ridder komen ook aan de orde in Het Schaamdeel, het minst geslaagde deel van de Pontiac Review. Bijna de helft wordt in genomen door een 'scenario-loos' en daardoor uiterst warrig verhaal.

Pop Art bevat veel tekeningen van recente datum. Het valt op dat Pontiac soberder is gaan werken: een overdaad aan details wilde zijn tekeningen vroeger nog wel eens 'topzwaar' maken. Het incidenteel gebruik van een kleurpotlood leidt bovendien tot meer gepolijste tekeningen. Als vormgever van enkele logo's toont Pontiac aan ook in een hoekige gestileerde stijl te kunnen werken. Met het oog op verkoop in het buitenland is Pop Art Engelstalig. Jammer, want Pontiac weet met zijn barokke schrijftrant een eigen toon te treffen die goed aansluit bij de tekeningen.

In de Pontiac Review erkent Pontiac zijn onvermogen om projecten tot een goed einde te brengen. Hij belandt op dood spoor of doet een beroep op de lezer omdat hij 'een nederlaag heeft geleden in de strijd met de tijd'. Hij heeft moeite met lange verhalen, die vereisen dat de tekenaar zich niet te veel laat afleiden door op zichzelf aantrekkelijke zijpaden. Bij nieuwe plannen slaat bovendien snel de twijfel toe: moet alles niet anders worden opgezet?

In Een kleine ontstaansgeschiedenis van Pontiac's Pornfolio of: The Making of Sacred Pin-ups biedt de auteur inzage in zijn overvloedige stromende ideeën en de twijfels. Het boekje is een bijlage bij vier zeefdrukken en ontstond nadat een bevriende uitgever hem gevraagd had vier pin-ups in Hollandse klederdracht te tekenen. Amper was Pontiac begonnen het idee uit te werken of de twijfel sloeg toe. Nieuwe invallen leidden tot een eindeloze koerswijzigingen zodat uiteindelijk een geheel andere reeks pin-ups bij de opdrachtgever werd ingeleverd. Het boekje waarin de tekenaar zijn zoektocht beschrijft vormt een waardevolle en vermakelijke aanvulling op de Pontiac Review.