Melchior en Albada Jelgersma worden niet gedagvaard; Twee verdachten in HCS-zaak over

AMSTERDAM, 2 SEPT. Het Openbaar Ministerie in Amsterdam heeft de strafzaak tegen twee van de vier verdachten in het proces wegens voorkennis in de beurshandel in het automatiseringsbedrijf HCS voorlopig laten vallen. Alleen de zaak tegen voorzitter J. van den Nieuwenhuyzen van het beursfonds Begemann en diens effectenmakelaar Suez Kooijman komt eind deze maand in hoger beroep voor bij het Amsterdamse gerechtshof. De investeerder L. Melchior en eigenaar E. Albada Jelgersma van detailhandelsbedrijf Unigro zijn niet gedagvaard in hoger beroep. Dat heeft Melchiors advocaat mr. Th. Sandberg gistermiddag bevestigd.

Het viertal werd in april door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken van handel met voorkennis in HCS-aandelen in 1991. De drie ondernemers waren toen als beleggers nauw betrokken bij een reddingspoging voor het wankelende concern HCS, dat later failliet ging. Nadat er in de nacht van 30 op 31 juli met de financierende banken onder leiding van ABN Amro een akkoord was bereikt over de redding verkochten de drie beleggers de volgende dag via bemiddeling van Suez Kooijman meer dan 4 miljoen aandelen HCS. Zij wilden daarmee de koers van de aandelen omlaag brengen. De koers daalde die dag van 4 gulden naar 2,40 gulden.

“Ik heb met de advocaat-generaal van het Hof de regeling getroffen dat hij eerst zijn geluk beproeft op Van den Nieuwenhuyzen en Suez Kooijman”, aldus Sandberg. “Wanneer het opnieuw vrijspraak wordt, zal de officier waarschijnlijk de zaak laten vallen”, zo verwacht de advocaat. Als Van den Nieuwenhuyzen toch veroordeeld wordt, zullen ook Melchior en Albada Jelgersma weer moeten verschijnen.

Sandberg heeft nog geprobeerd de zaak tegen zijn cliënt Melchior geseponeerd te krijgen, maar dat is niet gelukt. Het Openbaar Ministerie bleek wel gevoelig voor een financieel en een inhoudelijk argument. “De zaak tegen de heer Melchior is niet vergelijkbaar met die tegen Van den Nieuwenhuyzen. Melchior verliet de vergadering over de redding voortijdig en mocht ervan uitgaan dat de afspraak over de publicatie van een persbericht met alle relevante gegevens de volgende dag nagekomen zou worden. Als een lid van de raad van bestuur van ABN Amro de vergadering voorzit mag Melchior verwachten dat alle informatie gepubliceerd wordt. Er was dus geen sprake van een bij voorkennis noodzakelijke geheimhoudingsverplichting voor mijn cliënt. Dat argument heeft de rechtbank eerder ook gehonoreerd in het vonnis van vrijspraak.”

Naast dit inhoudelijke argument is er ook een financiële overweging, zo legt Sandberg uit. Het legertje advocaten voor de vier verdachten dat in april vier dagen bij de rechtbankzitting actief was, kost handenvol geld. Bij vrijspraak zullen de verdachten ongetwijfeld proberen (een deel van) deze kosten op de overheid te verhalen, meent Sandberg. Vermindering van het aantal gedaagden, reduceert een potentiële schadevergoeding.

Naast de voorkenniszaak wegens de handel in HCS is Van den Nieuwenhuyzen ook nog verwikkeld in een gerechtelijk vooronderzoek wegens misbruik van voorkennis in aandelen van zijn eigen concern Begemann. Hij zou rond de overname in 1991 van de werf RDM gehandeld hebben in aandelen van Begemann terwijl hij meer wist over de voorgenomen overname van RDM dan de beleggende buitenwereld. Deze zaak, die in april samen met de HCS-voorkennis behandeld zou worden, is door de rechtbank voor nader onderzoek terugverwezen naar de rechter-commissaris.