Meeste pastors tegen traditionele opvattingen

ROTTERDAM, 2 SEPT. Een ruime meerderheid van de Nederlandse pastors (68 procent) is voorstander van het priesterschap voor vrouwen. Ook juichen de meeste pastors de plaatsing van vrouwen op leidinggevende parochiële posities toe. Dit blijkt uit een vorig jaar afgesloten onderzoek van de Katholieke Universiteit Nijmegen onder bijna vijfhonderd pastors, gehouden in opdracht van de Federatie voor Pastoraal Werkenden. De resultaten van het onderzoek zijn deze week bekend gemaakt.

Bij de federatie zijn ongeveer duizend priesters aangesloten en ongeveer vierhonderdvijftig pastoraal werkers. Er zijn in Nederland ruim drieduizend parochiale werkers actief, onder wie ongeveer tweeduizend priesters.

Een meerderheid van de pastors wijst volgens het onderzoek de traditionele kerkopvattingen af. Zo vindt slechts een kleine minderheid (11 procent) dat alleen priesters zorg mogen dragen voor de bediening van de sacramenten, de verkondiging van het evangelie en de kerkelijke besluitvorming. De meesten vinden het een goede zaak dat leken hiervoor worden ingeschakeld. De pastors zien zichzelf bij voorkeur als een vriend of vriendin, als zuster of broeder van de parochianen.

Een grote meerderheid van de Nederlandse pastors beleeft het geloof niet meer in traditionele zin, dat wil zeggen dat zij niet meer dagelijks bidden voor en na het eten, brevieren, vasten en biechten. Wel hebben de meeste pastors, ruim zestig procent, regelmatig een religieuze of mystieke ervaring. Zulke ervaringen doen zich in de meeste gevallen voor bij de dood van familie of vrienden of bij contact met een ernstig zieke.

Een grote meerderheid van de pastors is tevreden over het werk. Ze vinden wel dat ze te weinig steun krijgen van kerkelijke leiding. Veel pastors hebben een gebrekkige relatie met het bisdom.

Nederlandse pastors neigen er in hun werk naar om taken op het terrein van individueel pastoraat en catechese uit te breiden, terwijl ze minder tijd willen besteden aan kerkopbouwelijke taken. In hun werk hebben ze het meest te maken met existentiële hulpvragen over ziekte en dood. Sociaal-maatschappelijke hulpverlening wordt weinig gevraagd. De pastors beschouwen zichzelf als bekwaam. Ze beschikken weliswaar niet over een aantal specifieke vaardigheden waarover psychologen en sociaal werkers wel beschikken, maar ze beschikken volgens henzelf wel in hoge mate over een professionele houding, aldus de onderzoekers.