LINDSAY ANDERSON 1923 - 1994; Altijd rebels

De dinsdag tijdens een vakantie in de Dordogne op 71-jarige leeftijd overleden Britse regisseur Lindsay Anderson was al een gevreesde en gerespecteerde figuur in de filmwereld, toen hij op z'n veertigste debuteerde met de lange speelfilm This Sporting Life (1963). Hierin brengt mijnwerker Richard Harris het tot rugby-ster. Scenarist David Storey zou later een bekend toneelschrijver worden, met Anderson als vaste regisseur van de eerste voorstellingen.

Anderson dankte die faam aan zijn korte films en documentaires (bij voorbeeld Dreamland uit 1953 en Every Day Except Christmas uit 1957), maar vooral ook aan de theoretische onderbouwing van zijn filmopvattingen, die hij publiceerde in zijn Oxford-tijdschrift 'Sequence'. Een artikel daarin van zijn hand, getiteld 'Free Cinema', zou de naam geven aan een invloedrijke stroming, waartoe ook Karel Reisz, John Schlesinger en wijlen Tony Richardson behoorden, en die nauw verwant was aan 'New Left' en de 'angry young men' uit de toneelwereld. In zijn manifest tegen het conformisme van het filmestablishment ('Stand Up! Stand Up!', in 1956 gepubliceerd in 'Sight & Sound') schreef Anderson: “Impliciet in onze houding is een geloof in vrijheid, in het belang van mensen en in de significantie van het alledaagse.”

Anderson begreep niet dat de Britse intellectuelen rebellie alleen accepteerde van mensen onder de dertig. De in het Indiase Bangalore als zoon van een Schotse officier geboren Anderson heeft zich waarschijnlijk ook altijd een buitenstaander gevoeld in de traditionele klassenmaatschappij.

Behalve een omvangrijk oeuvre als toneelregisseur en televisiemaker voltooide Anderson uiteindelijk slechts een handvol speelfilms. De bekendste was If... (1968), het met een Gouden Palm bekroonde woedende verslag van de opstand op een rigide kostschool. Maar in O Lucky Man! (1973), die het begin van de carrière van acteur Malcolm McDowell markeerde, overheerste al een satirische toon, die gitzwart werd in Britannia Hospital (1982), Andersons visie op de Britse gezondheidszorg. Pas zijn laatste film The Whales of August (1987) ademde enige mildheid en onderscheidde zich eerder door de curieuze reünie van de hoogbejaarde actrices Bette Davis en Lillian Gish.

Dit latere werk kon niet in de schaduw staan van Andersons krachtige polemieken en de opmerkelijke aanvankelijke verwezenlijking van zijn idealen in de eerste documentaires, met name het met een Oscar onderscheiden Thursday's Children (1954).