Kok debuteert zonder opsmuk

DEN HAAG, 2 SEPT. Nee, hij liep niet weg voor zijn verleden als vakbondsman. Sterker, hij voelde zich nog altijd een vakbondsjongen en was nog steeds lid van 'de bond'. Stekelenburg, de voorzitter van de FNV, was als het ware zijn baas. Na de voormalige werkgever R.F.M. Lubbers heeft Nederland een arbeidersjongen als premier. Een premier die zegt er voor alle Nederlanders te zijn, maar die tegelijk zijn verleden niet wil verloochenen. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, blijft ook in zijn nieuwe functie zijn adagium.

Minister-president W. Kok bediende zich woensdag en donderdag bij zijn eerste optreden in de Tweede Kamer van een heldere stijl. In ronde woorden, recht-toe-recht-aan, presenteerde hij zijn regeringsverklaring en verdedigde hij zijn beleid. Helder en, zoals vaker, een tikkeltje saai. Maar tegelijk, en dat was nieuw, ontspannen en soms zelfs humoristisch.

Het is voor hem geen jongensdroom die uitkomt, daarvoor is hij te nuchter, gaf hij zelf aan. Maar zijn coalitie is ook geen 'verlegenheidskabinet', zoals de de nieuwe leider van de nieuwe oppositie, E. Heerma, hem kritisch had voorgehouden. Voor Kok is het “een gewoon kabinet” omdat het een parlementair meederheidskabinet is, en tegelijk “een ongewoon kabinet” omdat het een kabinet zonder het CDA is. Hij snoeft daar niet over, hij constateert het alleen droogweg: het is een stijl zonder opsmuk, maar tegelijk wel een die effectief is.

De natuurlijke plaats van een minister-president in het Nederlandse coalitie-bestel ligt in het midden, of hij dat wil of niet. Kok wekte niet de indruk met die plaats moeite te hebben. Niet alleen wil hij er voor alle Nederlanders zijn, hij wil ook graag 'bruggen bouwen'; zijn doelstelling is met zijn kabinet niet 'splijtend', maar 'bindend en verbindend' te zijn.

Een premier voor alle Nederlanders is niet automatisch ook een premier voor alle partijen. Aangevallen op het sociale beleid van zijn kabinet reageerde Kok scherp in de richting van GroenLinks en de Socialistische partij. “Ik accepteer niet dat hier wordt gezegd dat we als kabinet geen fatsoenlijk uitkeringsbeleid nastreven”, zei hij heftig.

En dus kreeg fractieleider P. Rosenmöller te horen dat Kok ervoor paste 'goedkope toezeggingen' te doen. En mocht de leider van de tweemansfractie van de Socialistische partij, J. Marijnissen vernemen dat de minister-president er geleidelijk aan genoeg van begon te krijgen diens 'falsificaties' te moeten corrigeren. Daar was dus geen woord Frans bij.

Wel wilde Kok erkennen dat hij bereid was 'vuile handen' te maken. Zonder compromissen, zonder aanpassingen ging het niet. En, zoals een parlement voor mensen geen banen kon toezeggen, zo kon ook een kabinet geen werk garanderen. De premier plaatste zich daarmee op één lijn met zijn sociaal-democratische voorganger, J.M. den Uyl. Die bekende ooit als premier tegenover critici binnen zijn beweging dat hij inderdaad tot 'het zondige ras der reformisten' behoorde.

Verder was de nieuwe premier vooral hoffelijk tegenover de Kamer, zonder overigens enige concessie te doen. Ja, hij zou in plaats van over 'bejaarden' in het vervolg zeker over 'ouderen' spreken, zoals de fractieleider van het Algemeen Ouderenverbond (AOV), J. Nijpels-Heezemans, hem dringend verzocht. Maar van de voorgenomen ingreep in het ouderenpensioen wilde hij niet afzien. Zoals ook het schrappen van voorgenomen bezuinigingen op de kunsten onbespreekbaar was. Dat laatste was “een kwestie van remmen en gasgeven tegelijk”: er kwam geld bij en er ging geld af, maar per saldo bleef het budget deze kabinetperiode gelijk, doceerde hij. Dat de coalitiepartijen, D66 voorop, streefden naar extra geld, liet Kok in zijn beoordeling gemakshalve achterwege.

De nieuwe premier was zijn vorige rol nog niet helemaal kwijt. Zijn beantwoording van de Kamer had bij vlagen een hoog financieel-technisch gehalte. Tegelijk werd scherp duidelijk dat de dossierkennis en de ijver van van de minister-president groot zijn. Hij beloofde 'een massieve inzet' en zei 'extra huiswerk' niet te schuwen. Kortom, Kok heeft heel herkenbaar zijn eigen stijl, maar de overeenkomst met zijn voorganger Lubbers is niettemin aanzienlijk.