Iets nieuws, steeds weer iets nieuws!; De deconstructie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Bayreuth

Zo traditioneel als de aanstootgevendheid van de Wagner-opera's tijdens de Bayreuther Festspiele is, zo standvastig is de publieke opwinding daarover. Ook de nieuwe produktie van Der Ring des Nibelungen werd op veel boegeroep onthaald. “Weg met Bayreuth als de tempel van Deutschtum, ruim baan voor een nationale grenzen overschrijdende menselijkheid en een werkelijk actueel theater”, stelt de Festspielleiter Wolfgang Wagner.

W. Wagner: Lebens-Akte. Albrecht Knaus. Prijs: DM. 49.50.

Het fascinerendste van het bijwonen van Der Ring des Nibelungen in het Festspielhaus in Bayreuth, is de aanwezigheid van Wolfgang Wagner. De 'Festspielleiter' is de kleinzoon van de componist Richard Wagner, die werd geboren in 1813. Wolfgang Wagner lijkt fysiek treffend op Richard Wagner, vooral als hij zijn bril afzet en men onbelemmerd zicht heeft op de inplanting van zijn typische gebogen Wagnerneus.

Telkens opnieuw, als men Wolfgang Wagner ziet, is het schrikken. De tijd lijkt even weggevallen en het is dan alsof Richard Wagner zelf nog steeds heerst op de 'groene heuvel' in Bayreuth. Daar mocht Wagner, op kosten van zijn grootste bewonderaar, de Beierse koning Ludwig II, uitsluitend voor zijn eigen opera's zijn eigen Festspielhaus bouwen en, in het markgrafelijke slotpark, ook nog zijn woonhuis Wahnfried. Het Festspielhaus ligt daar in Bayreuth op de heuvel zoals in Parsifal de Graaltempel op de berg Monsalvat, omgeven door een park en bloemperken die wel lijken op Klingsors 'Tovertuin', eveneens uit Parsifal.

Wolfgang Wagner doet in Bayreuth ook alle moeite om de geest van Wagner in leven te houden. Aan het begin van zijn inleiding in het programmaboek voor het festival van dit jaar citeert hij Richard Wagner. In 1852 schreef hij vanuit Zürich aan zijn latere schoonvader Franz Liszt: “Kinderen! Zorgt voor iets nieuws. Iets nieuws, steeds weer iets nieuws! Als jullie vasthouden aan het oude, worden jullie het slachtoffer van de duivel van de improduktiviteit en zijn jullie de treurigste kunstenaars!” Vernieuwing, steeds maar weer vernieuwing! Dat is het uitgangspunt van het artistieke beleid van Wolfgang Wagner in het Bayreuther Festspielhaus, nog altijd exclusief gewijd aan het werk van Richard Wagner.

Het beroep dat Wolfgang Wagner doet op het avantgardistische credo van zijn grootvader is echter niet besteed aan het grootste deel van het Bayreuth-publiek van gelovige Wagnerianen. Zij zijn dankbaar dat zij uit honderdduizenden belangstellenden zijn uitverkoren plaats te nemen op de bijna 1600 ongemakkelijke klapstoeltjes in de fameuze zaal met de wonderbaarlijke akoestiek. Buiten, rond het Festspielhaus, zwerven tijdens de voorstellingen de ongelukkigen die geen kaartje konden bemachtigen en, voorzien van bordjes 'Suche Karte', niettemin blijven hopen op een Wagnerwonder. En wanneer binnen in de Wagnertempel de verwachtingsvolle bedevaartgangers zijn verzameld, dan willen zij ook zien wat zij altijd al dachten te zullen zien.

De laatste produktie van Der Ring des Nibelungen was deze zomer wederom zó nieuw en anders, dat het publiek in het Beierse Bayreuth weer eens geen genoegen nam met de vernieuwde Wagner-aanpak. De regisseur, Alfred Kirchner (1937), en de decorontwerpster, de beeldend kunstenares Gudrun Müller (1953) met de artiestennaam Rosalie, werden tijdens de eerste serie voorstellingen van de vierdelige Ring onthaald op boegeroep.

Vorige week, toen ik de derde en laatste Ring-serie bijwoonde, was het niet anders. Keer op keer loeide de zaal als Kirchner voor het doek verscheen en maakte het schaarse applaus van de minderheid onhoorbaar. Na Die Walküre was dirigent James Levine, de lieveling van het publiek, zo sportief om samen met Kirchner het podium te betreden en zo het publiek terug te pesten. Want zolang Levine op het podium staat, durft geen der toeschouwers te boeën.

Toen Rosalie, die zich de hele week niet had laten zien, na Götterdämmerung voor het doek kwam, zwol het geboe aan tot orkaansterkte. Er moest kennelijk nog heel wat verontwaardiging over haar opzienbarende decors en kleurige kostuums worden ingehaald en zo kwam Kirchner er er een keer relatief genadig van af. Rosalie liet zich niet kennen, vrolijk boog zij extra diep. Voor de indrukwekkendste zangers - John Tomlinson (Wotan), Deborah Polaski (Brünnhilde), Poul Elming (Siegmund), Eric Halfvarson (Fafner) en Ekkehard Wlaschiha (Alberich) - was er uiteraard veel bijval.

Rumoer

Zo traditioneel als de voortdurende aanstootgevendheid van Wagner en de ostentatieve vernieuwingsdrang in Bayreuth zijn, zo standvastig is ook de publieke opwinding daarover. De meest omstreden componist van de vorige eeuw zorgde deze eeuw voor een lange reeks van schandalen in eigen huis tijdens het artistieke bewind van zijn familie: de weduwe Cosima Wagner, haar zoon Siegfried Wagner en - na diens dood - zijn weduwe Winnifred Wagner.

Daar waren de schokkende optredens van de woeste en sensuele danseres Isadora Duncan (1904) en van de zwarte zangeres Grace Bumbry (1961) in de bacchanaalscène in Tannhäuser. In 1934 was er heftige verontwaardiging over het afschaffen van de goeddeels uit 1882 daterende historische decors van Parsifal “waarop het oog van de meester nog had gerust.”

Toen op uitnodiging van Wolfgang Wagner de Oostduitse regisseur Götz Friedrich in 1971 Tannhäuser regisseerde, meende het publiek in de rode onderkleding van de koorleden communistische infiltratie te herkennen en men 'hoorde' zelfs dat zij het Oostduitse volkslied of de Internationale zongen! En ook vorig jaar leidde de nieuwe enscenering van Tristan und Isolde door Heiner Müller tot veel rumoer.

Het grootste naoorlogse schandaal was de regie van Patrice Chéreau van de Ring in 1976, het jaar waarin het eeuwfeest van Ring en Festspielhaus werden gevierd. Chéreau plaatste het werk in de tijd dat Wagner het schreef, de 'Gründerzeit' de ontstaanstijd van het Duitse imperium. Het zien van de ondergang van dát Duitse rijk, als aan het eind van Götterdämmerung het Walhalla in brand vliegt, veroorzaakte een ongekende agressie bij de toeschouwers.

Bayreuth en Wagner raakten ook omstreden wegens antisemitisme en het nazi- en oorlogsverleden van de Festspiele. Hitler was in Wahnfried een huisvriend van de Wagners en logeerde bij hen in het aangrenzende Siegfried-Haus op uitnodiging van de nazigezinde Winnifred. Voor haar zonen Wieland en Wolfgang, toen in hun tienerjaren, was Hitler 'Oom Wolf'. In zijn autobiografie Lebens-Akte, die Wolfgang Wagner deze zomer publiceerde ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, afgelopen dinsdag, schrijft hij dat de Führer in Bayreuth aardig was en zich tenminste veel netter gedroeg dan - volgens zijn moeder - 'de proleet Julius Streicher', de weerzinwekkende antisemiet en uitgever van Der Stürmer.

Hoewel Wolfgang Wagner na de oorlog als zoon niet persoonlijk afstand nam van zijn moeder Winnifred, veroordeelde hij samen met Wieland onvoorwaardelijk het nazi-verleden van Bayreuth. Wieland Wagner had persoonlijk een nog radicalere houding: toen hij Wahnfried, door een Amerikaanse bom gedeeltelijk verwoest, weer bewoonbaar had gemaakt, trok hij tussen Wahnfried en het Siegfried-Haus, waar zijn moeder woonde, een muur op. “Vijf jaar vóór de Berlijnse Muur”, schrijft Wolfgang Wagner ironisch in Lebens-Akte waarin hij met opmerkelijke openheid en vrijmoedigheid kritiek levert op de familie Wagner.

“Die bom moest vallen”, zo verklaarde Wolfgang Wagner in 1976 bij de heropening van het gerestaureerde Wahnfried als Wagner Museum. Hij zag de verwoesting als historisch noodzakelijk om een eind te maken aan het gecorrumpeerde Wagner-verleden. Het oeuvre van Wagner zou voortaan weer worden gepresenteerd volgens de oorspronkelijke bedoelingen: als het werk van een revolutionair kunstenaar, niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in maatschappelijk en politiek opzicht. Wagner had immers in de revolutietijd omstreeks 1848 meegedaan aan de pogingen het reactionaire post-napoleontische Duitsland te veranderen. En zijn Ring toont in een mythische metafoor de verderfelijkheid van geldzucht en mateloze machtswellust, die tot de ondergang van de wereld leiden door list, bedrog, incest, moord en brandstichting.

Sinds 1951 stonden de broers Wieland en Wolfgang, beide toen voor in de dertig, aan het hoofd van de Bayreuther Festspiele. Wieland was de creatieve regisseur, die goeddeels afrekende met naturalisme, helden in berevellen en goden met gehoornde helmen. Hij kwam tot een verregaande stilering of zelfs abstrahering van toneelbeeld en kostumering, magnifiek belicht. Wolfgang was meer de onvermoeibare regelaar, al had ook hij de ambitie een Wagnerregisseur te worden.

Deutschtum

Van een Wagnermuseum werd het Festspielhaus tot het podium van de altijd voortdurende avant-garde. In de 'Werkstatt Bayreuth' worden bij herhalingen de nieuwe produkties steeds verder verbeterd. En als de vernieuwing uiteindelijk toch is geaccepteerd door het onwillige publiek en zelfs tot een gewaardeerde nieuwe traditie dreigt te verstarren, dan grijpt Wolfgang Wagner genadeloos in en organiseert weer wat anders.

“Weg met traditie en stilstand”, zo schrijft Wolfgang Wagner in Lebens-Akte. “Weg met Bayreuth als de tempel van Deutschtum, ruim baan voor een nationale grenzen overschrijdende menselijkheid en een werkelijk actueel theater.” Weg met het oude, leve het nieuwe en telkens weer andere - dat gold bij het afschaffen van de befaamde produkties van zijn in 1966 overleden broer Wieland evenzeer als voor zijn eigen ensceneringen, al zijn die overigens artistiek weinig innovatief.

In de opeenvolging van nieuwe Ring-ensceneringen door andere regisseurs kwam Wolfgang Wagner tot een bewuste afwisseling van produkties met sociaal engagement en produkties die dat juist ontberen. Chéreau was in 1976 geëngageerd, Peter Hall in 1983 alleen maar 'romantisch'. In 1988 had de door laserstralen beheerste Ring van Harry Kupfer (toen nog Oostduitser) weer een politieke strekking: menselijk egoïsme verwoest het aardse milieu.

De nieuwe Ring van Alfred Kirchner en Rosalie, de elfde sinds 1876, heeft uitdrukkelijk geen enkele boodschap. “Theater verandert toch niets aan de wereld”, is in interviews de stelling van Kirchner, die zich daarmee afzet tegen de Duitse Brecht-traditie. “Integendeel, de wereld is brutaler geworden dan men ooit voor mogelijk hield. Systemen, linkse of rechtse, goed of niet, hebben altijd enorm onheil aangericht.” Kirchner, die in Amsterdam een spectaculaire Don Giovanni regisseerde en een teleurstellende Traviata, ziet in kunst wel een functie voor bezinning op de toestand in de wereld.

Wotan-Airlines

De afgelopen jaren lag op het podium Kupfers 'unendliche Strasse der Geschichte' waarop het verhaal van de operacyclus Der Ring des Nibelungen zich fel en dramatisch afspeelde. Nu ziet men steeds een cirkel, die refereert aan de oude ensceneringen van Wieland en Wolfgang Wagner. De cirkel, een verwijzing naar cyclus en ring, is hier een bol schijfje van de aardglobe.

De wisselende toneelbeelden en de steeds weer andere kostumering van Rosalie zijn op een eigentijdse manier 'stijlloos'. Ze zijn niet gemaakt vanuit één visie, maar vormen volgens de huidige mode van de deconstructie meestal een ondefinieerbaar en daardoor quasi-tijdloos samenstel van losse elementen in een zwarte ruimte.

Telkens zijn er verwijzingen naar kunst uit andere tijden. Met gebogen vlakken en lijnen lijken sommige scènes zich af te spelen in een suprematistisch schilderij van Malevitsj of in een logo, ontworpen door het bureau Dunbar. En de vaak metalige en constructivistische kostuums van geometrische vormen herinneren aan de ontwerpen voor het Triadische Ballett van Oskar Schlemmer. Van een andere orde is in de rommelige smidse van Mime de berg afgedankte supermarktkarretjes. Vier enorme vrachtcontainers hangen boven Gunther en Gutrune in de zaal Halle der Gibichungen

De traditionele Wagneriaanse parafernalia zijn in design-vorm alle aanwezig: speren, zwaarden, schilden en helmen. Maar ook Siegmunds ruige berevel, bekend uit de teutoonse en mythische ensceneringen van een eeuw geleden, is terug. Siegfried daarentegen loopt rond in witte vrijetijdskledij, gecompleteerd door een hel-blauw gilet.

Borstpartijen en torso's worden gevormd door plastic voorzetstukken, die het personage een ideaal figuur bezorgen. Zo heeft Siegfried de forse tors van een bodybuilder. Brünnhilde bezit een sneeuwwitte boezem. Bij Gutrune is dat net even anders: haar borsten zijn spiralen van prikkeldraad, ze is een ander soort Madonna in een creatie van Jean-Paul Gaultier.

Sommige scènes zijn puur high-tech, zoals de Walkürenritt, waarbij de acht Walküren met roestvrijstalen 'zeilen' op verbazingwekkende wijze door de lucht heen en weer en op en neer vliegen. Ze zijn bevestigd aan kranen in het toneelhuis, elk bediend door een eigen piloot: 'Wotan-Airlines' in het nieuwste Bayreuther jargon. Haaks daarop staat de weldadige tweede acte van Siegfried: een groen belichte wolk van omgekeerde paraplu's vormt in het woud het licht wuivende bladerdak, van waaruit de stem van de vogel klinkt. Het lijkt bijna een puur Wieland Wagner-citaat!

Toen in Das Rheingold de onderwereld Nebelheim zich opende, moest ik denken aan H.J.A. Hoflands boek Tegels lichten. Een vierkante sectie uit de aardbol richtte zich op, zodat men zicht kreeg op krioelende wormen, larven en torren. Het beeld leek op het citaat waarmee het boek begint: “Uit de kuil steeg een lauwe, muf-zure lucht op.” En even later, bij het zien van de Nibelung Alberich, voorzien van een puntig rugschild, kwam de herinnering op aan de eerste zin uit Kafka's Die Verwandlung, waarin Gregor Samsa 's morgens wakker wordt en merkt dat hij is veranderd in een afzichtelijke kever.

Die eerste avond waren er in Das Rheingold nog wat speelse details, zoals een naïef huppelende Donner en de met reusachtige, gele koppen suggestief weergegeven reuzen Fasolt en Fafner. Er leek in de eerste scène van Das Rheingold sprake van een concept, een duidelijk idee voor de hele Ring. De Rheintöchter draaiden op drie wijzers op de Noordpool, met het Rijngoud in het midden. Kortom: de wereld draait om goud, geld en macht. En er was nog iets conceptueels: Wotan wees op een ordeloos staketsel en verklaarde dat het Walhalla was voltooid. Dat leek erop te duiden dat de goden ten prooi waren aan desastreuze waanvoorstellingen.

Maar daarmee was het conceptuele ook op, in de rest van de Ring gebeurde er helemaal niets meer om over na te denken. Men kon zich de ogen uitkijken naar de verbazingwekkende creaties van Rosalie, maar Kirchner zorgde er geen moment meer voor dat de lotgevallen van de vele personages ook maar enige interesse of emotie teweegbrachten. De protagonisten kregen geen profiel, het verhaal van de Ring werd niet verteld. Zo sleepten Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung zich voort in bijna eindeloze scènische verveling.

Levines prachtige muzikale uitvoering, met telkens weer kleurrijk opbloeiende details, betekende voor Bayreuth een nieuw record in traagheid. Levine deed er nog vijf minuten langer over dan de 15 uur 20 minuten die de legendarisch langzame Knappertsbusch in 1951 nodig had. De Ring van Levine was bijna een uur langer dan de door Hans Richter gedirigeerde Ring (14 uur 29 minuten) die Wagner zelf bij de première in 1876 hoorde. De snelste Ring in Bayreuth was die in 1966 van Otto Suitner: 13 uur 17 minuten, meer dan twee uur korter dan Levine!

Deze nieuwe produktie van de Ring betekent de deconstructie van het door Wagner geschapen Gesamtkunstwerk. Het lijkt alsof de machteloze regisseur Kirchner, de flitsende ontwerpster Rosalie en de van muziek vervulde dirigent James Levine volkomen langs elkaar heen hebben gewerkt. Alle deelaspecten van de operacyclus zijn van elkaar losgekoppeld en vormen niet langer tezamen een geheel dat een verhaal vertelt en een boodschap voor het publiek heeft.

Hoewel - een slotbeeld geeft uiteraard altijd een betekenis en een conclusie. Als het staketsel-Walhalla door gestileerde vlammen is verwoest, blijft de aardglobe kaal, kil en leeg achter. Volgens Wagners libretto kijken de gewone mannen en vrouwen naar dat brandende Walhalla, een slotbeeld waaruit men kan concluderen dat zij ervan hebben geleerd en zich zullen inzetten voor een andere en betere wereld. Bij Chéreau en Kupfer zag men dat ook. Bij Kirchner rest na de apocalyps van de Ring het eeuwige niets.