Heiter voor je treiter; Grillig debuut van Jan van der Mast

Jan van der Mast: Films, vaders & neuzen. Uitg. SUN, 261 blz. Prijs ƒ 34,50.

De Nederlandse literatuur kent deurwaardervaders en domineevaders, communistische en calvinistische vaders, voorgoed verdwenen, uiterst aanwezige en handtastelijke vaders. Maar de 'vakbondsvader' die Jan van der Mast introduceert in zijn romandebuut Films, vaders & neuzen is een nieuwkomer. Het is een man die veel vergadert, stakingen belegt en zijn zoon - naar Troelstra - Jelle heeft genoemd.

Hij is dominant en autoritair, dogmatisch links (“Godverdomme, alweer de koningin!” roept hij als hij naar het nieuws kijkt), direct, niet heel snugger, houdt van matige komieken en gaat er op latere leeftijd vandoor met een aantrekkelijke D66-ster. Maar de vakbondsvader als romanfiguur is geen blijvertje, geloof ik. De vaders waaraan debuterende schrijvers van nu hun boeken wijden zijn ondanks hun eigenaardigheden te goedmoedig om een roman te dragen.

Films, vaders & neuzen volgt vanaf de jaren zestig de levensweg van zoon Jelle en die heeft aan zijn verwekker wel degelijk een obsessie overgehouden. Hij wil uit alle macht een andere vader: een 'voorleesvader', een 'filmvader' - als het maar geen 'vakbondsvader' is. Wanneer hij wat ouder is gaat Jelles vader-obsessie samen met een passie voor film. Films, wel te verstaan, die over vaders of vader-zoonrelaties gaan.

De vader-obsessie en film-passie van Jelle zijn de bindende elementen in Van der Masts debuut, dat verder grillig gecomponeerd is. Jelle spreekt ergens zijn voorkeur uit voor 'de kronkelige vertellerspaden' van Laurence Sterne. Met Sterne vindt Jelle dat rechte paden saai zijn, zoals ook de geëngageerde documentaires van Joris Ivens in Jelles ogen weinig opwindend zijn. Ivens hoort volgens hem thuis 'in de grafkelder van Saaie-Dingenfilmers'.

Dergelijke statements - en het boek bevat er meer - beloven wat: zeker als ze sporen met de roman-opvattingen van de auteur. En dat doen ze: in Films, vaders & neuzen wordt naar hartelust gezapt van het banale naar het verhevene, van jongensboek naar surrealistisch verhaal, van filmessay naar contemporaire geschiedschrijving en van documentaire naar fictionele autobiografie. En 'Saaie Dingen' komen er op de vakbondsvader na niet in voor: in de roman wordt opvallend veel bewonderd. Mooie films, mooie boeken en mooie mensen als 'oom Charly', een bioscoopreclame-schilder die alles van westerns weet.

Toch wil de vonk maar niet overslaan. Jelles vaderobsessie doet, gezien het karakter van die man, geforceerd aan. En Jelles filmpassie komt zelden los van het papier. De roman telt vele verhandelingen over films als Rebel without a Cause, Abel, Back to the future en vooral De Sica's Ladri di biciclette uit 1948. Maar dat zijn gortdroge, ongepassioneerde stukken. 'Uccellacci e uccellini zit vol intelligente verwijzingen naar de toekomst en uiteraard laat Pasolini, de maker van de film, vermomd als kraai zichzelf met genoegen oppeuzelen'.

Blijft over het derde bindende element: Van der Masts humor.

Wie de grote W.C. Fields op de voorkant van zijn boek zet, heeft een en ander waar te maken. Van der Mast lukt dat lang niet altijd, daarvoor is hij vaak te nadrukkelijk bezig absurdistische scènes neer te zetten. Tenenkrommend zijn bijvoorbeeld de passages waarin de plotseling opduikende 'schrijver' zich verweert tegen hordes demonstrerende vaders en die waarin een complete Rotterdamse volkswijk discussieert over Abel. En een leraar Frans die Fromage heet, dat is geen humor, dat is Fons Jansen.

Daar staan gelukkig een paar verhalen tegenover die geestig zijn en laten zien dat Van der Mast wel degelijk talent heeft. Dat geldt voor Jelles belevenissen als jong, ongetalenteerd voetballertje, voor de passages waarin oom Charly zijn liefde voor cowboys en afkeer van padvinders belijdt (“Wil je een heiter voor je treiter?”) en voor de prachtige, surrealistische vadermoord aan het slot van de roman. Met name dan, op de allerlaatste bladzijden, slaat er toch nog een vonkje over.