GERRY ADAMS; Bevrijder of Satan op aarde

LONDEN, 2 SEPT. Hij slaapt geen twee nachten in hetzelfde huis. Hij trekt van het ene geheime adres naar het andere. Gekleed in zijn kogelvrije vest. Rijdend in zijn gepantserde zwarte auto. Dit is Belfast.

Hij heeft een vrouw: Colette. Hij heeft ook een zoon van twintig die verdienstelijk voetbalt: Gearoid. Maar hij kan in het weekend nooit met ze door de heuvels trekken zoals hij zelf graag deed als jongen. Hij kan niet eens vrijuit over ze praten zonder ze in gevaar te brengen. Alleen door mazzel overleefde zijn zoon vorig jaar een granaataanslag op de ouderlijke woning. Alleen door geluk stierf hij tien jaar geleden zelf niet in een spervuur van kogels.

Dit is Gerry Adams, “de twee meest weerzinwekkende woorden in de Engelse taal”, schreef het Britse dagblad The Sun, nadat hij op de begrafenis van een IRA-strijder de doodskist had gedragen. “Satan op aarde”, noemde dominee Ian Paisley, de leider van Ulster Unionisten, hem bij herhaling. “De vredesbrenger. Onze bevrijder”, riep zijn katholieke aanhang in West-Belfast, nadat de IRA woensdag een staakt-het-vuren had afgekondigd.

Dit is Gerry Adams, president van Sinn Fein, de partij die in 1906 werd geformeerd om Ierland van de Britse overheersers te bevrijden. De partij die na de Ierse burgeroorlog van de beginjaren twintig ondergronds werd gedwongen en daarna ruim een halve eeuw lang een marginaal bestaan heeft geleid. Het was Adams die de partij aan het eind van de jaren zeventig weer nieuw leven inblies.

Hij was het die de Republikeinse strategie van 'the ballot and the bullet', 'het stembiljet en de kogel', introduceerde. De Republikeinen dienden hun werkterrein uit te breiden tot de politiek, betoogde Adams. Aan de gewapende strijd konden maar weinig mensen meedoen en het was zaak om ook de toeschouwers bij het gevecht te betrekken. De Republikeinen moesten zich wortelen in de nationalistische Ierse gemeenschap, zei Adams. Ze moesten zich ontwikkelen tot een politieke factor. Daar is Adams de afgelopen vijftien jaar mee bezig geweest.

In die periode heeft Adams zich een behendig simultaanschaker getoond. Hij wist de respectabiliteit van zijn partij te vergroten zonder de militaire Republikeinse vleugel van Sinn Fein te vervreemden. Dat vergde verbluffende staaltjes van koorddanserij. Zo liet hij geen gelegenheid voorbij gaan om IRA-strijders te herdenken die “voor de vrede waren gestorven”. Dat deed hij ook nog woensdag. Nooit heeft hij een aanslag van de IRA veroordeeld en in het voorwoord van zijn boek The Politics of Irish Freedom uit 1986 noemt de uitgever hem kennelijk met zijn instemming “een onmiskenbare aanhanger van de gewapende strijd”. Maar hij betuigde slachtoffers van IRA-aanslagen wel bij herhaling zijn deelneming. Hij pleitte steeds voor een politieke oplossing van het conflict in Noord-Ierland. Hij had het altijd over 'vrede', nooit over geweld.

Britse inlichtingendiensten zeggen dat Adams al sinds het eind van de jaren zestig lid is van de IRA, dat hij al in 1971 op 23-jarige leeftijd bataljonscommandant van Belfast was en dat hij daarom in een kamp voor IRA-terroristen werd geïnterneerd. Dat was zijn eerste hardhandige kennismaking met de Britten. Bij het verhoor werd hij bewusteloos geslagen. Zijn polsen tonen nog altijd de littekens van de handboeien die hij droeg voor transport.

Britse inlichtingendiensten wijzen er ook op dat Adams in 1972 deel uitmaakte van de eerste IRA-delegatie die in het geheim onderhandelde met de Britse regering. Dat was kort nadat het Ierse Republikeinse leger zijn eerste staakt-het-vuren had afgekondigd. Een zesmansdelegatie werd overgevlogen naar Londen, onder wie ook Martin McGuinness, tegenwoordig rechterhand van Adams binnen Sinn Fein. Adams zei veel later dat die onderhandelingen waren gestrand op onwil van de Britten, maar dat de Republikeinse delegatie in haar onervarenheid ook onderhandelingsfouten had gemaakt. Hij zei dat hij het een volgende keer beter zou doen.

Adams heeft altijd ontkend dat hij lid van de IRA is geweest. Tijdens zijn bliksembezoek begin van dit jaar aan de Verenigde Staten verklaarde hij steeds opnieuw weer dat hij de militaire doeleinden van de IRA niet onderschrijft. Hij heeft ook altijd tegengesproken dat Sinn Fein en IRA één pot nat zijn. Toen de Britse premier Major woensdagavond om een toelichting vroeg op de bestandsverklaring van de IRA, zei Adams tegen journalisten dat ze niet bij hem moesten zijn.

Toch zien de Britten Adams nog altijd als terroristenleider. Daarom mag hij Engeland niet in en daarom mag hij alleen maar in beeld en niet met geluid op de Britse televisie verschijnen. Zijn woorden worden altijd nagesproken door een acteur. Daarom wordt Sinn Fein door de Britse regering ook niet als gesprekspartner beschouwd. Hoewel de marxistische partij die pleit voor nationalisering van de produktiemiddelen en oprichting van boerencollectieven, in beide delen van Ierland wel aan verkiezingen deelneemt. Adams werd in 1982 tot lid van het Britse Lagerhuis gekozen, maar hij heeft zijn stoel in Westminster nooit ingenomen. Bij de algemene verkiezingen van 1992 schaarde iets meer dan tien procent van de Ulster-bevolking zich achter Sinn Fein.

In zijn boek The Financing of Terror noemt James Adams de president van Sinn Fein “een genie in het uitbuiten van de zwakheden van de Britse regering”. “Hij is intelligent en stabiel genoeg om een leidende politieke rol te vervullen bij vredesbesprekingen in Noord-Ierland”, schrijft Gemma Hussey in Ireland Today.

Ierse journalisten die niet twijfelen aan zijn oprechtheid, zeggen dat hij in de voetsporen zou kunnen treden van de mannen die hij zozeer bewondert: Mandela, Arafat. Maar ze wijzen ook op de grote persoonlijke risico's die Adams loopt. “Als hij het verknalt, krijgt hij een kogel door zijn kop.”