Elke lijn is vol beslissingen; Een week schilderen met de masterclass van Jiri Georg Dokoupil

Zelf schildert hij met zeepbellen, moedermelk en vruchtesappen. Van de deelnemers aan zijn masterclass verwacht Jiri Georg Dokoupil vooral dat ze het belang van iedere afzonderlijke lijn in de gaten houden. “Waarom voel ik niks als ik naar je schilderij kijk?”

G.J. Dokoupil; tekeningen en beelden, van 10/9 t/m 8/10 in Galerie Aschenbach, Bilderdijkstraat 165c, Amsterdam. Geopend: wo. t/m za. 13-18 uur.

Het is een onwennige maandagmorgen. Dertien jonge kunstenaars, autodidact of academisch gevormd, ontmoeten elkaar in de hoge en ruime galerie Aschenbach in Amsterdam. Zwijgende vreemden met een gemeenschappelijk doel: ze willen wat opsteken van de schilder Jiri Georg Dokoupil. Geen concepten, maar het leren tekenen en schilderen van wat hen letterlijk voor ogen staat. Even weg van de stilte van het atelier, zegt de een, liever een strenge leermeester dan complimenteuze vrienden, zegt de ander. Tegen betaling van 1.750 gulden krijgen ze vijf dagen les in het eigen handschrift, of zoals de titel van de afsluitende expositie zou luiden: 'The Recognition of the Intelligent Line'.

Dokoupil (1954) woont de meeste tijd in New York. Hij vluchtte als jongetje met zijn ouders vanuit Moravië naar Duitsland, studeerde eind jaren zeventig bij conceptuele kunstenaars als Hans Haacke en Joseph Kosuth in New York en verscheen in 1980 samen met vier anderen, onder wie Walter Dahn, in de groep 'Mülheimer Freiheit'. Even stond hij als een ster aan de hemel, in Keulen en in het Groninger Museum onder meer, om te ageren tegen het loodzware, politiek getinte werk van neo-expressionisten als Lüpertz en Immendorf. Met vrolijk ogende 'bad paintings' wilde de groep vooral banaal en bizar zijn. Later bracht galeriehoudster Riekje Swart als gastconservator nog zijn naakt-tekeningen in het Stedelijk Museum in Amsterdam (1991). Maar nu is het stil rond Dokoupil, en van zijn compagnon Walter Dahn, met wie hij samen schilderijen maakte, horen we al helemaal niets meer. Dokoupil zelf trouwens ook niet.

Bij wijze van kennismaking komen er eerst foto's en dia's te voorschijn. Wie is wie? Wie maakt wat? En welke mening houdt Dokoupil er op na? Leo zet zich ironisch af tegen de abstracte schilderkunst. Als je het ene egale doekje bij hem koopt ontvang je op het volgende monochroompje 25 procent korting. Joeri herleidt het werk van 'klassieken' als Monet tot blauwe en rood geschilderde puzzelstukken, want die zijn als vorm 'neutraal' vindt hij. “Neutraal bestaat niet, alles wat je tekent of schildert is een persoonlijk statement”, meent Dokoupil. Punt uit.

Vissertje

Gabriël tekent al jaren behendig zijn strips en dankzij ambachteljke cursussen bij de groep After Nature kan hij vrolijk en volleerd miniaturen van een haventje of een vissertje neerzetten. Margot zat ook op de Rietveld, maar op haar knappe schilderijen heerst de sinistere duisternis van een vergeten, gemeubileerde grafkamer die na eeuwen zijn inhoud prijsgeeft. Het dromerige schilderij van Dirk Jan stelt niet, zoals ik eerst dacht, een commedia dell' arte-gezelschap voor dat in Siena drentelt, maar is een protest tegen het geweld en het verdriet dat Anne Frank en, na haar, nog zoveel anderen kinderen is aangedaan. “Is het slecht om kinderen dood te maken?”, vraagt Dokoupil. Dirk Jan knikt. “Als je dat vindt, waarom voel ik dan niks als ik naar je schilderij kijk?” Tja, daar weet niemand iets zinnigs op te zeggen.

Een jongen en een meisje uit Roemenië, die beurzen kregen voor deze cursus, hebben in tegenstelling tot hun Nederlandse collega's niet geleerd hun werk mondeling toe te lichten. Ook het Engels speelt hen parten. De toeschouwer moet het dus zelf maar uitzoeken. Op foto's zien we een houten zomerhuis, inwendig van top tot teen bedekt met abstracte schilderijen met blauwe, rode en gele diagonalen. “Schilderkunst lijkt me niet het beste medium om een driedimensionale ruimte te creëren. Vind je van wel?”, zegt Dokoupil. De Roemeen vindt inderdaad van wel, en kijkt roerloos voor zich uit. Het meisje werkt ook abstract en gedraagt zich eveneens als een oester. “Zie ik een beest op die dia?”, mompelt Dokoupil. Nee, in die bruinige nevels moeten we 'reflections on the human body' ontwaren die uit de Nederlandse jaren vijftig lijken te dateren. Lang zoeken levert hooguit een ledemaat op. Bij menig deelnemer, zo blijkt, is het eigen naakte lichaam als thema razend populair.

De hele Amsterdamse lesweek zou de lange, kaalgeschoren 'meester' sober in donkerblauw gekleed gaan en de zwarte hoge schoenen van een gereformeerde ouderling dragen; hij zou veel fruit en rijstwafels tot zich nemen, zoals het een ambitieuze, van gezondheid doordrongen Amerikaan betaamt. Hij zou laten merken dat deze 'masterclass' van het particuliere Amsterdams Instituut voor Schilderkunst, een bloedernstige zaak is. Met beeldende kunst valt niet te spotten. En hij zou vooral proberen elke deelnemer los te weken van wat hij of zij al weet en kan.

Dokoupil zelf schildert met moedermelk, roet, zeepbellen en vruchtesappen. En hij tekent van alles en nog wat met inkt en houtskool. Van Matisse-achtige naakten en stuntelige kopieën naar Goya tot inktzwarte herfstbladeren of een anatomisch exacte voet. Zijn werk van de late jaren tachtig pleit voor het kunstenaarsbestaan als een radar in continudienst die de meest uiteenlopende beelden opvangt om ze daarna zo 'stijlloos' mogelijk af te beelden. Hij blijft daarvoor dicht bij huis en ziet hoe een vrouw zich wast of hoe een anjer bloeit.

Na de heksenketel van de 'Mülheimer Freiheit' is hij in een rustig vaarwater terechtgekomen. Hij experimenteert graag, met een brandende kaars die hij als penseel heeft leren hanteren. Zo ontstaan kranteachtige beelden die dankzij de roetvlokken en brandvlekken op foto-negatieven lijken. Ze laten zich tijdens het proces net als fresco's, niet corrigeren. Fout is goed fout.

Hij legt opengesneden fruit op linnen, verwarmt de achterkant zodat de oker- en bruin getinte reeksen bananen, appels en peren zichzelf gaan aftekenen - 'cooked juice on canvas'. Dezelfde vruchten, gegoten in brons en gerangschikt in stapelingen of cirkels, presenteert hij als Fruit Architecture straks ook in galerie Aschenbach (vanaf 10/9). Nee, hij wil vooral geen 'uitvinder' genoemd worden, naar zijn vader, een ingenieur die zeventig patenten op zijn naam gebracht.

Bilpartij

Alle dagen wordt er in galerie Aschenbach geconcentreerd getekend naar mooie, jonge modellen in willekeurige houdingen. Naast de ezels stapelen zich de volle schetsvellen op. De onberispelijke galerie is veranderd in een werkplaats van een stel ijverige chaoten. Wat zich hortend en stotend met behoedzame lijnen aandient, komt losser, vlotter en met minder faalangst tot ontlading. Sommigen bedekken het blad met een vleselijke verftint, scheuren er stukken uit, zien in een liggend naakt een schaduwrijk landschap of beperken zich tot een enkele rug- en bilpartij.

De meester is streng. Elke deelnemer wordt betrapt op 'automatismen'. Niet tekenen wat je weet, maar wat je ziet, ervaart en voelt, zegt hij, en “vergeet niet, elke lijn is vol beslissingen”. Steeds valt het woord 'clear' - duidelijk zijn in je bedoelingen. “Wat doe ik en wat wil ik eigenlijk doen?” Dokoupil pleit voor geduld en concentratie om intens te kunnen kijken naar het model, voor durf om dat beeld gevoelsmatig zo extreem mogelijk op papier te benaderen, voor argeloosheid, zodat er een afschuwelijke, maar eerlijke tekening, zonder handige trucs, ontstaat. “Het is moeilijk om lelijk te tekenen, maar alleen op die manier kun je jezelf verrassen, kan je elke dag een ontdekking doen, aldus Dokoupil.

De groep After Nature, die zich sinds 1987 richt op het figuratieve, ambachtelijk schilderen naar de natuur, heeft hem zeer geïnspireerd, vertelt hij. “Met hun vlooienmarkt-esthetiek durven ze eerlijke schilderijen te maken.” Een verademing, ja, want “je hoort over niets anders dan concepten en abstracte ideeën praten. Ook de media doen er aan mee. Kunstenaars hebben het zelden of nooit over zintuiglijke ervaringen, terwijl een model toch echt concreet uit vlees en botten bestaat. Nee, in New York is het weer anders. Daar praat iedereen alleen maar over 'political correctness'. Ik voel me daar soms knap alleen. Maar ja, als ik er genoeg van heb, vertrek ik morgen nog naar Europa.”

Alle deelnemers hebben vorige week vrijdagavond tevreden afscheid genomen. Irene uit Wenen, jarenlang onderwezen in het concept, heeft subjectieve lijnen met een universele zeggingskracht ontdekt, de 'Intelligent Line'. Gabriël, de miniaturist, tekent nu met zijn rechterhand, in plaats van met die behendige linker die alles al kan. Hij zal op advies van Dokoupil proberen bij de presentatie van zijn werk minder zelfspot en cynisme als zelfverdediging aan de dag te leggen. Margot, schilder van de sinistere grafkamers, zal het woord 'intention' onthouden, de intentie die moet overeenkomen met wat een schildering te zien geeft. De Roemenen zijn vrolijk. Ja, ze hebben veel geleerd over individualiteit.

Gert Meijerink van het Amsterdams Instituut voor Schilderkunst wil - nu Nederlandse kunstenaars nauwelijks in het buitenland aan bod komen en daardoor weinig collega's ontmoeten - andere bekende schilders als Milan Kunc en David Salle voor masterclasses naar Amsterdam uitnodigen. En wat vond Dokoupil ervan? “Als bij een of twee van deze mensen iets van de lessen is blijven hangen, ben ik al tevreden. Ikzelf heb trouwens van deze week meer ideeën en energie opgedaan dan alle deelnemers tezamen.”