De onthullende fotoreportages van persbureau Loodwicks; Dertien classici en hun nimfen

'First Flight Photography' is te zien in het gemeentehuis te Venhuizen.

Doordat een fotolaborant in Glasgow zijn beroepscode brak is onlangs een pikant Engels schandaal aan het licht gekomen dat door zijn bizarre karakter de gebruikelijke uitspattingen van Tory-bewindslieden verre in de schaduw stelt. De onderbetaalde medewerker Abdul Singh van het Schotse ontwikkellaboratorium bracht 33 smeuige kiekjes van geheel of grotendeels ontklede dames in de openbaarheid die, zei hij, waren gemaakt door dertien professoren uit Oxford.

De dertien hooggeleerden bleken allen classici te zijn die tot een onbeheersbare graad van prikkeling waren geraakt door het jarenlang bestuderen van Griekse en Romeinse beelden en vooral van pornografische afbeeldingen op Griekse vazen en amforen. De verleiding om ook levende vrouwenweelde te bestuderen hadden ze niet langer kunnen weerstaan en daarom hadden ze zich verenigd in de uiterst geheime 'Boobclub'. De leden leggen zich er op toe om tijdens opgravingen of bezoeken aan symposia in zonnige buitenlanden zoveel mogelijk 'boobs and bums' op stranden te begluren en te fotograferen.

De zaak kwam aan het rollen doordat Singh de aan hem toevertrouwde filmrolletjes (natuurlijk lieten de clubleden hun materiaal ver van Oxford afwerken) nog een keer afdrukte en de foto's opzond naar het persbureau Loodwicks Press Images, dat vervolgens in contact kwam met Alicia Donahue, voormalig assistente van prof. T.T. Ryder. Zij vertelde dat de 'Boobclub' in 1989 was opgericht door prof. A.B. Sheratt, curator van het Ashmolean Museum, en dat de leden regelmatig bijeenkwamen in een besloten ruimte op de eerste etage van Waldo's Café om daar elkaars trofeeën te bewonderen.

Mevrouw Donahue, in de steek gelaten door prof. Ryder die haar ontsloeg en zelfs alleen liet met hun liefdesbaby, had op haar beurt de dertien 'boobhunters' in het geniep gefotografeerd met een Minox-cameraatje toen zij zich een keer in Waldo's Café had verborgen. Door de afstand en de lichtcondities waren de foto's van slechte kwaliteit, maar de gezichten van de prominente classici waren toch nog herkenbaar.

Zij wist te vertellen dat de hooggeleerde gluurders hun grofkorrelige nimfen vertederd voorzagen van namen uit hun dagelijks repertorium: Nausikaa, Iphigineia, Aglaia en Thalaia, de naakte Nereïden, Helena, ja zelfs Aphrodite en Pallas Athene. Wat moeten ze hebben genoten in dat bovenzaaltje!

“Ik ben altijd dol geweest op dat soort Engelse schandalen”, zegt Joep Neefjes, Nederlands directeur van Loodwicks Press Images (LPI). “Ik bewonder die slechte foto's die altijd meer suggereren dan er gebeurt, en dan die insinuerende teksten er bij - daar kan vaak geen roman tegen op.”

Zelf is hij daarom ook een paparazzo, met een kleine automatische camera met ingebouwde groothoeklens uit de heup fotograferend. Hij is nogal eens op reis en alles onderweg intrigeert hem: een naambord van een fotobedrijf in Glasgow, de naam Waldo's Café op een Londense gevel, een raadselachtige etalage in Moskou met dertien portretten van niet nader aangeduide vijftigers.

Drie opnamen uit verschillende werelden. Neefjes legt ze naast elkaar en ziet dat ze hem iets vertellen. Maar wat?

Joep Neefjes (45) is kunstenaar, wonend en werkend in Hoorn in een paradijs dat hem in de schoot viel: een gerenoveerd 15de-eeuws weeshuis. Na de academie in Den Haag (fotografie) sloot hij zich aan bij een paar performance-kunstenaars. In Brussel richtten ze ooit in een galerie een wasserette in, geheel functionerend. Dat mensen daar hun was kwamen doen bekroonde het project glorieus.

Een jaar of zes geleden rijpte bij Neefjes de hartstocht voor fotodocumenten: performances in de vorm van zelfgecreëerde onthullende verhalen, ruim voorzien van 'documentair' fotomateriaal. Dat bracht hem tot de oprichting van Loodwicks Press Images, waarvan het hoofdbureau in Parijs werd gedacht. Mr. Loodwicks, die eigenlijk Ludwigs heet, was een Engelse avonturier die naar Canada vluchtte om aan de dienstplicht te ontkomen. Alle documentatie, de perskaarten, het briefpapier, de publikaties van LPI tonen het portret van de oprichter met zijn monter glimlachend profiel.

Een foto die Neefjes als 14-jarige maakte van zijn oom Louis, een vrolijke fantast die 17 kinderen en godsdienstwaanzin kreeg, bleek er voor geknipt.

In het Militaire Luchtvaart Museum te Soesterberg is tot 7 augustus te zien hoe rijk het LPI-archief is aan luchtvaartfotografie. De tentoonstelling 'First Flight Photography' toont 'vintage prints' uit WO II, onder andere van de jonge Marius Laan uit Venhuizen, die in 1941 dienst nam bij de RAF en tijdens fotoverkenningsvluchten naar Hamburg het Westfriese landschap fotografeerde. Marius Laan sneuvelde in 1944. Zijn foto's werden in 1993 bij LPI in Parijs ontdekt in een dossier bij het nog tot 2007 gesloten archief van Antoine de Saint-Exupéry, met wie Laan bevriend bleek te zijn geweest.

De expositie in Soesterberg (ook nog met luchtfoto's van Ernest Hemingway en van de Amerikaanse testpiloot Chuck Yeager) werd in het bijzijn van tal van militaire autoriteiten en van de burgemeester van Venhuizen geopend door de directeur van het museum.

“Hij was de enige die wist dat het een performance was”, zegt Joep Neefjes. “Hij speelde fantastisch mee. Hij koos 6 juni voor de opening, de herdenking van D-Day. Die datum had ik niet verzonnen, maar het gaf een gedroomd extra accent. Nadat de directeur D-Day had herdacht gaf hij mij het woord. Ik heb toen onthuld dat mr. Loodwicks in de jaren '60 met de CIA was overeengekomen over militaire luchtvaart niet al te duidelijke foto's te publiceren.”

Neefjes documenteert zich grondig voor zulke presentaties. Verslaafd aan militaire vliegtuigen - hij staat bij alle luchtmachtbases te spotten - kent hij de weg naar vakboeken en -bladen, waaraan hij hele brokken tekst voor de catalogus en de informatiepanelen ontleende.

Met zorgvuldig in de doka verouderde en vervaagde vliegtuigfoto's, ongefixeerd een week op een stapel gelegd, schiep Neefjes een 'authentieke' WO II-vliegwereld met inbegrip van de verbluffend geloofwaardige Marius Laan die zelf op de kiek staat met zijn stoere leren pilotenkap op.

Zo sleept een kunstenaar zijn publiek mee in een magische verbeelding van een parallel-werkelijkheid, die alleen later bij een aantal luchtmachtofficieren tot pijnlijke ontstemming leidde. Dat alles, inclusief het begeleidende tijdschrift, gefinancierd is door het Fonds voor Beeldende Kunsten maakte het er bij hen niet beter op. “Het begint bij één ongefixeerde proefdruk van een oud type jachtvliegtuig en daaruit groeit een verhaal van 300 foto's”, zegt Neefjes glimlachend.

“Zo ging het ook met de Boobclub: de 13 Russen uit de etalage werden Oxford-professoren en met de Amsterdamse anglicist Roelof Jan Minneboo, vast medewerker van Loodwicks Press Images, heb ik toen het hele verhaal uitgewerkt over de gluurfoto's. Die heb ik zelf gemaakt, onder andere in Noordwijk en Saint-Tropez. En dan fragmentjes uit die kleinbeeldnegatieven opblazen. Dan krijg je echte 'sneaky' foto's.”

In mei waren de 'boobs and bums' en de portretten van de dertien Oxford-dons - met steun van de Mondriaan Stichting - te zien op een expositie in de Vishal in Haarlem. Voor elders is de hele Boobclub, slechts enkele vierkante meters omvattend, nu beschikbaar.

De werkelijkheid zat Neefjes overigens op de hielen: “Een Amerikaan die de foto's in Haarlem gezien had, liet ons weten dat hij het verhaal had doorverteld aan een Engelse vriend van hem die echt professor in Oxford is en waarachtig ook nog Sheratt heet. Die had het prachtig gevonden!”