De Kamer en Kok

HET WAS NOG EVEN wennen: minister-president Kok in debat met CDA-oppositieleider Heerma. Op treffende wijze werd de afgelopen twee dagen in de Tweede Kamer geïllustreerd hoe binnen enkele maanden de politieke verhoudingen in het land zijn gewijzigd. Het debat over de regeringsverklaring was meer dan alleen een kennismaking met een nieuw kabinet; het was tevens de eerste ontmoeting met de beloofde nieuwe bestuurscultuur. Er zou weer ruimte komen voor dualisme, is tijdens de kabinetsformatie herhaaldelijk gezegd. De eerste ontmoeting tussen kabinet en Tweede Kamer heeft de hooggespannen verwachting daaromtrent in elk geval niet getemperd.

Juist omdat het een eerste 'treffen' betrof, kon nog niet al te veel worden verwacht. Het debat van de afgelopen dagen moet meer worden beschouwd als een generale repetitie voor het spel zoals dat de komende tijd zal worden gespeeld. De rolverdeling is met het aantreden van het sociaal-liberale kabinet aanzienlijk gewijzigd. Het debat over de regeringsverklaring heeft laten zien dat alle spelers zich vooralsnog aan de hun toegemeten rol wensen te houden.

De fractieleiders van de drie regeringspartijen markeerden allen op eigen wijze hun positie. Voor PvdA-fractievoorzitter Wallage is het nieuwe kabinet allereerst het kabinet waaraan de leider van de partij zijn naam heeft verbonden. D66-fractievoorzitter Wolffensperger benadrukte de combinatie van partijen, terwijl VVD-leider Bolkestein onomwonden duidelijk maakte dat het primaat van de politieke leiding bij hem in de Tweede Kamer ligt. Waartoe deze verschillende invalshoeken zullen leiden, moet nog blijken. Het was in elk geval positief dat ze openlijk werden geventileerd.

Zowel PvdA-fractieleider Wallage als VVD-fractievoorzitter Bolkestein maakte gewag van het louter zakelijke karakter van hun samenwerking. De belangentegenstellingen blijven. Of, zoals Wallage het uitdrukte, het kabinet-Kok zal van liberalen geen sociaal-democraten maken en van sociaal-democraten geen liberalen. De instelling van VVD en PvdA bevestigt nog eens de moeilijke positie waarin D66 zal komen te verkeren, want het is juist deze partij die zo graag de 'meerwaarde' van de coalitie tussen de drie partijen wil aantonen. Op medewerking van de twee andere partners om daarvoor het bewijs te leveren, hoeft D66 voorlopig nog niet te rekenen.

AAN HET OPPOSITIEFRONT overtrof de nieuwe CDA-fractieleider Heerma de laaggespannen verwachtingen. Als persoon kwam hij minder stug over. Tegelijk maakte zijn optreden zichtbaar hoe moeilijk het CDA het zal hebben met oppositie voeren. Voor veel van de in het regeerakkoord en de regeringsverklaring gepresenteerde kabinetsvoornemens had het CDA kunnen tekenen. Daarmee is het CDA in een vergelijkbare situatie als D66 in 1989 gekomen. Die partij voerde toen oppositie vóór een centrum-links beleid. Voor het CDA zal het moeilijk worden oppositie te voeren tègen het vaak voor christen-democraten vertrouwd klinkende beleid van het nieuwe kabinet. Dat CDA-fractievoorzitter Heerma het kabinet de eerste dag direct al het “voordeel van de twijfel” gaf, is veelzeggend. Uit Heerma's inbreng viel al wel enigszins op te maken waar het CDA heen wil. Het accent zal conform de aanbevelingen van de partijcommissie-Gardeniers komen te liggen op het sociale gezicht. Het is een geruststelling voor de VVD. Angst dat het CDA zich in zijn nieuwe positie zal gaan richten op de teleurgestelde rechterflank van de VVD hoeft de partij vooralsnog niet te hebben. Dat de VVD zich daarover geen zorgen hoeft te maken, is vervolgens weer een geruststelling voor het kabinet.

DE EERSTE ONTMOETING met de Tweede Kamer heeft het kabinet geleerd dat meerderheden minder vanzelfsprekend zullen zijn, zelfs als daarover afspraken in het regeerakkoord zijn gemaakt. Zo zette VVD-fractieleider Bolkestein direct al vraagtekens bij de voorgenomen bezuinigingen op de AOW. Hij somde een reeks bezwaren op tegen het inkomensafhankelijk maken van de AOW-toeslag. Stuk voor stuk valide argumenten, maar de vraag blijft waarom de VVD er dan tijdens de formatiebesprekingen mee akkoord is gegaan.

Alle regeringsfracties toonden zich verrast over de wijze waarop het regeerakkoord uitpakt voor de cultuursector. Terwijl de onderhandelaars van PvdA, VVD en D66 in de veronderstelling verkeerden dat voor deze sector meer geld zou worden uitgetrokken, blijkt er juist minder geld te zijn weggelegd. De verbazing die zij deze week allen toonden over de financiële uitwerking van hun afspraken verplicht.

HET KABINET-KOK mag na deze week echt gaan regeren. In een atmosfeer die ontegenzeggelijk is ingesteld op meer dualisme. De eerste voorzichtige tekenen die daarvan de afgelopen twee dagen zijn getoond, stemmen hoopvol. Een eigenzinniger Tweede Kamer zal leiden tot meer ongewisse uitkomsten en daarmee de cohesie in het kabinet op de proef stellen. Aan de andere kant hebben de voorbije jaren aangetoond dat besturen op basis van buiten het parlement om gesloten onaantastbare akkoorden ook niet effectief is. Hoe minder krampachtig het bestuur, des te groter de kans op succes. In het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 staan tal van ingrijpende maatregelen opgesomd. Maatregelen die door de samenleving zullen moeten worden gedragen. De kans daarop is het grootst na een volwassen gedachtenwisseling met het parlement. De Tweede Kamer en het kabinet hebben deze week laten zien daar serieus werk van te willen maken.